Recensie: De opkomst en ondergang van een boekhandel in Hardborough

25 november 2015 , door Fleur Speet
| | |

In De boekhandel koopt Florence Green een vervallen pand in het dorpje Hardborough, om er een boekhandel te beginnen. De dorpelingen menen dat het er spookt en eigenlijk is het te vochtig om er te wonen, maar Florence trekt er dapper in. Is het naïviteit of goedhartigheid van Florence om juist daar boeken te willen verkopen? Deze novelle van de Britse schrijver Penelope Fitzgerald (1916-2000) werd in 1978 genomineerd voor de Booker Prize. Pas nu het verhaal vertaald is, wordt ze in Nederland opgemerkt als een wonderlijk getalenteerd en eigenzinnig auteur. Door fleur speet.

Een schimmelig dorp

Net als Florence' pand ruikt het dorpje een beetje naar schimmel. Iedere vijftig jaar is het een verbinding met de buitenwereld kwijtgeraakt: een brug, een aanlegsteiger, het spoor. De bewoners zijn ook een beetje mottig wanneer Florence in de lente van 1959 neerstrijkt. Er is nog een adellijke heer van vroeger, Mr. Brundish, een soort insect, die zijn huis niet meer uitkomt en ongemanierd is. Daar stoort men zich slechts aan zoals aan het weer, 'dat 's morgens stralend begint en later bewolkt wordt, hoe veelbelovend het ook had geleken'. En dan is er Violet Gamart, hoge stand uit Londen, die samen met haar man, een generaal, matinees voor exclusieve genodigden verzorgt. Ze pleit voor meer cultureel leven in het dorp, omdat dit afstraalt op haarzelf. Ze heeft het mede daarom op hetzelfde pand voorzien als Florence, om er een dorps kunstencentrum onder te brengen.

Pijnlijk direct en tegelijk omfloerst toont Fitzgerald de beschaafde, zogenaamd beleefde strijd die Gamart voert, het scherpst in een pittig gesprek tussen Violet en Mr. Brundish. De sociale verhoudingen en de (morele) klasse weet Fitzgerald dan met een paar zinnen perfect te treffen, vooral wanneer Mr. Brundish geen blad voor de mond neemt en in zichzelf mompelend Violet doodleuk uitmaakt voor kreng. De lezer verkneukelt zich, maar voor Mr. Brundish staat er buitengewoon veel op het spel.

Lolita

Het dorp reageert in beginsel positief op de boekhandel, Florence kan zelfs een hulpje betalen. Het meisje van elf, dat overigens niet van lezen houdt, raakt door haar werk in de boekhandel achter op school. Maar dan zitten we al in de tweede helft van het verhaal, als alles bergafwaarts roetsjt. Die neergang wordt ingezet wanneer Florence de hulp inroept van mr. Brundish voor de beoordeling van een boek. Ze heeft een leesexemplaar van Lolita van 'een of andere' Russische schrijver en laat hem beoordelen of het verstandig is er tweehonderdvijftig exemplaren van te bestellen (wat best veel is voor een dorpje). Wanneer hij akkoord geeft en de handel even floreert, wordt er al snel schande over het boek gesproken. Die schande straalt af op Florence, de dorpelingen keren zich tegen haar. Violet ziet dan haar kans schoon om Florence de duimschroeven nog steviger aan te draaien.

Opgewekt begon Florence aan een eigen onderneming. Ze was over de veertig en toe aan een verandering in haar leven. Een jaar later staat haar een nog drastischer verandering te wachten. Vreemd genoeg blijft ze onder alle misère tamelijk opgewekt en vriendelijk. Ze neemt de ondergang zoals die is, al voelt ze zich beschaamd dat het dorp geen boekwinkel wilde (apart is dat ze zich dus niet schaamt voor haar poging, maar wel voor de bewoners: ze behoudt heel stoer haar eigenwaarde).

Onderkoelde humor

Het is de combinatie van gelatenheid, onaanraakbaarheid en onderkoelde humor die deze novelle zo bijzonder maakt. Misschien staan er maar tien wijze oneliners in het boek - zoals 'zijzelf was ouder en had het recht om bang te zijn' - maar dat aantal is genoeg om de hele novelle te schragen. De taal is doeltreffend direct. Soms verbaasde ik me over de ongelooflijke precisie van een zin, omdat die zo ingenieus in elkaar stak dat ik 'm jaloers een aantal keer herlas. De betekenis stijgt ver boven de woorden uit.

Fitzgeralds inzicht in sociale verhoudingen en de Britse klassenmaatschappij verleidde A.S. Byatt tot een vergelijking met Jane Austen, vooral door de sombere en tegelijk lichte, ironische uitwerking ervan. Ik op mijn beurt moest steeds aan Virginia Woolf denken. Fitzgerald kende het oeuvre van Woolf, en dat van Austen, zo blijkt uit de nog te vertalen biografie van Fitzgerald door Hermione Lee. Maar Fitzgerald raakte naar eigen zeggen vooral geïnspireerd door obscure schrijvers die vervreemdende werelden schiepen. Evengoed beschikt ze over dezelfde opmerkzaamheid als Woolf. Ze benoemt verhoudingen niet maar scheert erlangs met een enkel woord. En ze spiegelt persoonlijke tekortkomingen subtiel in landschapsbeschrijvingen, zodat ze een context krijgen en verankerd raken als een lotsbestemming.

Meer vertalingen

Nu maar hopen dat de nieuwe uitgeverij Karmijn gauw met meer vertalingen van Fitzgerald komt, zoals Offshore waarmee ze in 1978 de Booker Prize won. Of met The Blue Flower, geschreven op achtenzeventigjarige leeftijd, waarvoor Fitzgerald de prestigieuze Amerikaanse National Book Critics Circle Award kreeg en waarmee ze doorbrak in Amerika. Want dit werk is te mooi om te laten liggen.

Fleur Speet is literair recensent. Ze schrijft onder meer voor De Morgen.

Gerelateerde boeken

MINDBOOKSATH : athenaeum