Recensie: De waarde van onwaarheden

25 november 2015 , door Lyanne van den Berg
| | | |

Op de voorkant van De draagbare Kapuscinski staat een foto van Ryszard Kapuscinski met een globe in zijn handen. Hij lacht vriendelijk en op de achtergrond is een wereldkaart te zien. Dat past wel, vind ik, bij journalisten die observeren en zo goed mogelijk verslag leggen. Maar Kapuscinski zit hier ook met een globe in zijn handen. Het vasthouden van de wereld en bepalen in welk tempo deze namaak aarde rond mag draaien, dat is iets voor een schrijver.
lyanne van den berg leest ze allebei. Ze zoekt geen waarheid en vindt daardoor literatuur.

148. ‘De reportage eist van de criticus dubbele competenties: hij moet niet alleen verstand hebben van het literaire metier, maar ook van het onderwerp waarover de reportage gaat.'

Ik voldoe al niet aan een van Kapuscinski’s twee eisen om een goede criticus te zijn, die hij in het hoofdstuk 'Warschau' van Lapidarium (1990-1997) stelt. Ik weet te weinig van de onderwerpen van zijn reportages om daar iets zinnigs over te kunnen zeggen. Of deze verzameling een aanrader is voor lezers die meer over de laatste sjah van Iran willen weten of willen weten hoe de stad Luanda leeg achterbleef, kan ik dan ook niet beoordelen.

Frank Westerman koos zeven reportages van zijn held Ryszard Kapuscinski uit voor De draagbare Kapuscinski. Hij schreef een inleiding waarin hij niet alleen op zijn liefde voor Kapuscinski ingaat maar ook op de kanttekeningen die bij het waarheidsgehalte van de reportages te plaatsen zijn. Kapuscinski-biograaf en -criticus Artur Domoslawski weerlegde vooral in de reportage De keizer (1978) een aantal zaken die hij presenteerde als feiten, zoals dat de keizer haast niet kon lezen en schrijven. Daarover is meer te lezen in Kapuscinski: non fictie. Biografie van een legendarische journalist. Uit Westermans inleiding blijkt dat Kapuscinski’s waarde niet altijd ligt in het vertellen van de waarheid. Maar juist door de vraag naar waarheid los te laten, is de literaire kwaliteit van de reportages beter te zien.

7. ‘De argeloze lezer kan denken dat Nog een dag over Angola gaat, over de dekolonisatie van Portugal en de burgeroorlog die daar in 1975 uitbrak. Ook de achterflap wekt die suggestie. Zelf heb ik niets met Angola, toch is Nog een dag een lijfboek van me. Het is Kapuscinski niet om Angola te doen. Zijn eerste zin: “Dit is een zeer persoonlijk boek, een boek over eenzaamheid en verlatenheid.” Angola is het decor, het wandvullende landschapsbehang. Nog een dag reikt voorbij het hier en nu naar het tijdloze, het universeel menselijke.’

Hoewel Nog een dag (1976) al zeer prozaïsch aandoet, vertonen de reportages daarna nog sterkere prozaïsche elementen. Niet alleen in de zinskeuze en beelden maar ook in de opbouw van zijn reportages lijkt hij door de niet-chronologische ordening van Westerman vrijer te worden. Zo staat er aan het einde van De voetbaloorlogen (1988) een hoofdstuk getiteld 'Vervolg van het concept van een nooit geschreven boek’ waarin Kapuscinski ingaat op het 'thuiskomen' na die reportages en hoe hij er niet meer past.

133. ‘Het ergste was echter dat kennissen die me op straat tegenkwamen, begonnen met de woorden: “Wat doe jij hier eigenlijk?” Of: “Wat? Ben je nog niet weg?” Ik begreep dat ze me niet meer als een van hen zagen. Het leven ging verder en zij dreven mee met de stroom. Ze bespraken iets, regelden iets, bekokstoofden iets, maar ik wist niet wat, ze vertelden het niet, haalden me er niet bij, probeerden me niet voor hun zaak te winnen – ik was buitengesloten.'

In De keizer laat hij de vroegere bedienden van de keizer aan het woord. Dat voelt als een break in een roman. De beschrijvingen van de gebeurtenissen in het paleis maakten me aan het lachen. Ook Frank Westerman moet hebben aangevoeld dat de lezer hier wel even weg wil uit de oorlogssituaties en de vervreemding van de schrijver. Kapuscinski begrijpt namelijk een enkele keer de lokale cultuur niet, waardoor hij afdwaalt van de kale actualiteit. Zo schrijft hij in Ebbenhout (1998) over een vrouw die vanaf de bus het bos inloopt naar een wereld die hij nooit zal begrijpen. En in De Sjah aller Sjahs (1982) beschrijft hij hoe hij de enige gast is in een hotel en hoe de werknemers van het hotel een spel spelen waarvan hij de regels nooit zal begrijpen. Dat samengevoegd met het laatste hoofdstuk van De voetbaloorlogen waarin hij beschrijft hoe hij ook als hij thuiskomt geen plek meer kan vinden, zorgt voor een beklemmende ondertoon.

De Sjah aller Sjahs, waarin hij eerst een chaos aan losse foto’s, teksten en geluidsbanden beschrijft, waarna hij per foto uitlegt hoe die in verband staat met de sjah is ook bijzonder prozaïsch. Door deze vertelstructuur ontstaat er net als bij De keizer eigenlijk een mozaïekvertelling, die de lezer zelf de verbanden laat leggen. Kapuscinski is zich van deze sterke veranderingen in zijn stijl bewust, zo blijkt in Lapidarium:

153. 'Elk nieuw thema vraagt om een verandering van stijl als het bij een vreemde cultuur hoort. Alle manieren van beschrijven zullen onnatuurlijk zijn. De indruk moet ontstaan dat het geschrevene uit dat bijzondere klimaat, die cultuur, die situatie komt.'

In Imperium (1993) komen de romanschrijver die Kapuscinski niet was en de reportagemaker voor mij samen. Dat boek begint vanuit een jeugdherinnering, een gruwelijke serie herinneringen, geschreven door een man maar nog steeds vanuit de logica van een kind. Of de herinnering klopt, of het waar is, is een vraag die ik me niet hoef te stellen, ik geloof niet dat bij een herinnering die 54 jaar na de gebeurtenis opgeschreven wordt de waarheid het belangrijkste is.

Kapuscinski schrijft over zijn jeugd in de stad Pinsk, waar het Russische leger steeds meer mensen op transport zet. Het is er koud. Er is honger. Doosjes met restjes van zuurtjes zijn de  heerlijkste schat.

In het hoofdstuk erop vertelt hij vrij feitelijk de wonderbaarlijke geschiedenis van een grootse kerk, die een Sovjetpaleis had moeten worden, maar uiteindelijk een openluchtzwembad werd. Het hoofdstuk daarna bestaat voor het grootste deel uit een spannend verslag van de listen waarmee Kapuscinski naar Nagorno-Karabach probeert te komen en hoe het nog lastig blijkt daar ook weer weg te gaan. Maar in het laatste hoofdstuk laat Kapuscinski de journalist los en geeft hij zich over aan het schrijverschap. In het hoofdstukje 'Springend over plassen' laat hij het meisje Tanja aan het woord, waardoor hij Imperium laat beginnen met het de vertelstem van een kind en het ook zo laat eindigen. Tanja vertelt hem wat echte kou is en dit laatste hoofdstukje zou in een roman zeker niet misstaan.

380. ‘“Strenge vorst,” legt ze me uit, “herken je daaraan dat er een heldere schrijnende mist in de lucht hangt. Als je loopt, ontstaat er een gang in de mist. De gang heeft de vorm van de gedaante van degene die er loopt. Die persoon gaat verder, maar de gang blijft, hij staat onbeweeglijk in de mist.”’

381: ‘“Soms zie je een gang die heel onregelmatig is en dan opeens ophoudt. Dat betekent,” Tanja praat nu zachter, “dat er een of andere dronkenlap heeft gelopen, hij is gestruikeld en gevallen. Als het hard vriest, vriezen veel dronkaards dood. Dan ziet zo’n gang eruit als een doodlopend straatje.”’

Voor mij is Kapuscinski in deze bundeling, niet zozeer de reportagemaker, maar de man die opschrijft wat hij ziet of zich herinnert of misschien zelfs volgens hem gezien zou moeten hebben: een schrijver. Hoewel hij ook voor mij ‘uit de bocht [vliegt] van wat je nog journalistiek mag noemen’, heb ik kunnen verdwalen en mee kunnen leven met een man die nergens meer thuishoort. Ik weet niet of ik veel wijzer ben geworden over de sjahs, de keizers of de oorlog tussen Honduras en El Salvador, maar de beelden zullen me bijblijven. Wat veel, wat een prachtige beelden. Als ik nog een keer een boek van Kapuscinski oppak, ga ik het lezen als een roman, niet als een reportage. Van deze man, met zijn handen om de wereld, wil ik zeker meer lezen. Al was het maar om te zien wat hij me kan doen geloven.

Lyanne van den Berg volgt de opleiding Creative Writing aan Artez, en is stagiaire bij Athenaeum.nl.

MINDBOOKSATH : athenaeum