Recensie: De wolven en het systeem: Luyendijk onder bankiers

25 november 2015 , door Tim Wagemakers
| | | | |

Kuifje bij de bankiers. Zo omschrijft Joris Luyendijk zijn vandaag gepubliceerde boek Dit kan niet waar zijn, een bundeling van de blogs waar hij in 2011 mee begon en die werden gepubliceerd op de site van The Guardian. Het zijn gesprekken met 200 bankiers uit de Londense City, het financiële hart van Europa. Luyendijks vragen zijn simpel. Wie zijn jullie? Wat doen jullie? En: willen jullie met me praten? Het levert een Luyendijkiaans onrustbarend inkijkje op. Door tim wagemakers.

Antropologie

Net als in zijn eerdere boeken over het Midden-Oosten (http://www.athenaeum.nl/boek/?authortitle=joris-luyendijk/het-zijn-net-mensen--9789057597640) en de Haagse politiek (Je hebt het niet van mij, maar…) kijkt Luyendijk als antropoloog naar zijn omgeving. Hij laat de zakenmensen vooral veel zélf praten en na wat terughoudendheid levert dat meerdere verhalen op die niet hadden misstaan in het script van een film als The Wolf of Wall Street:

‘Hij vertelde grinnikend over een etentje laatst, met mensen die elkaar nog niet kenden. ‘[…] Iemand aan tafel zei dat hij chirurg was. Nou, dat deed het goed bij de vrouwen. Toen zei ik dat ik bankier was en er brak een heftige discussie los. “Kijk eens naar die chirurg, die doet tenminste nuttig werk.” Waarop ik zei: “Bankieren is net zo nuttig.” De vrouw naast me explodeerde bijna – “Jullie zijn parasieten”  enzovoort. Ze ging helemaal los, maar onder tafel wreef ze intussen met haar hand over de binnenkant van mijn dij.’

Luyendijk ontlokt originele antwoorden door op een bijna kinderlijke manier te interviewen. Zo vraagt hij de zakenmensen welk dier ze zijn op hun werk. Een toezichthouder noemt zichzelf “een hond die het niet erg vindt geschopt te worden”. Verschillende handelaren omschrijven zichzelf als wolven, tijgers of hyena’s (De Prooi, iemand?).

Bandietenclub

Het levert verhalen op van handelaren die over zichzelf spreken als de bandietenclub. Van klanten die gefêteerd worden met vrouwen, drank en drugs. Van medewerkers die, na de hele nacht gewerkt te hebben, de taxi naar huis pakken om te douchen en weer terug te komen. Van de handelaar die dankzij de aanslag op het World Trade Centre de beste financiële dag van zijn leven had, alleen even was vergeten dat hij diezelfde dag ook vrienden had verloren.

Schokkende verhalen over de financiële sector kennen we genoeg. Ook The Wolf of Wall Street is gebaseerd op een waargebeurd verhaal. Toch, bij het lezen van het boek is het moeilijk niet mee te gaan in de steeds bozere toon van Luyendijk . Inderdaad, dit kan toch niet waar zijn?

Coördinaten van de verantwoordelijken

Het moeilijkste is voor Luyendijk om de positie te bepalen van de mensen die hij interviewt binnen de Londense City. ‘Je start als begin twintiger bescheiden met analist en daarna associate, maar wie wil en mag blijven is rond zijn dertigste al vice-president.’ En dan zitten daar nóg een stuk of drie vier managementlagen boven.

Gelukkig schrijft Luyendijk – zoals ook in zijn eerdere werk – soepel en weet hij complexe onderwerpen goed uit te leggen. Hij vergelijkt de zakenbanken met een ‘uitgestrekt eilandenrijk’ waarbij functies als Managing Director Equity Capital Markets Olie en Gas, Noord-Amerika ‘gewoon de coördinaten zijn waarmee mensen hun locatie doorgeven in die onmetelijk grote bank’. Logisch misschien voor iemand die in de zakenwereld werkt, maar enorm inzichtelijk voor buitenstaanders.

Luyendijk zoekt naar een antwoord op de vraag wie er binnen de zakenbanken verantwoordelijk waren voor de crisis, maar een echt antwoord krijgt hij niet. Natuurlijk, de verhalen van de handelaren zijn soms schokkend, maar hoe medeplichtig zijn de ‘tandenknarsers’, ‘neutralen’, ‘waanbankiers’ of ‘koele kikkers’ die volgens Luyendijk  het verkeerd zagen gaan en ofwel niets deden, ofwel het simpelweg als onderdeel van hun werk zagen?

De mensen of het systeem?

Dit kan niet waar zijn is een boek om heel vaak het hoofd bij te schudden, maar dat één fundamenteel probleem heeft. Luyendijk erkent zelf dat zijn selectie misschien gekleurd is, omdat diegenen die belang hebben om te praten over de financiële sector vaak ook diegenen zijn die teleurgesteld zijn door de financiële sector. De échte bankentop kreeg Luyendijk niet te spreken. En tweehonderd interviews afnemen lijkt misschien veel, maar in de Londense City werken tussen de 250.000 en 350.000 mensen. Er zullen genoeg mensen zijn die zich niet herkennen in Luyendijks analyses.

Een beetje flauwe kritiek natuurlijk, want wie tweehonderd mensen interviewt, schept misschien niet een alomvattend beeld van de financiële sector, maar op zijn minst een meer dan aannemelijk beeld. Het boekis dan ook meer dan alleen een snapshot in de tijd. Het is een cultuuranalyse van een wereld die door de crisis opeens echt onder vuur kwam te liggen en een analyse van de verhouding tussen mensen en een ‘systeem’.

Het is te makkelijk, schrijft Luyendijk, om de crisis te wijten aan ‘schurken’ die gedreven werden door hebzucht. Vaak raakten zij verstrikt in hun werk waardoor ze uit wanhoop en verkeerde prikkels steeds meer en meer wilden.
‘Zouden we morgen de hele City naar een onbewoond eiland afvoeren en vervangen door een kwart miljoen nieuwe mensen, dan ben ik ervan overtuigd dat we in no time hetzelfde wangedrag weer zullen zien.’

Luyendijk pleit dan ook voor een ingrijpende systeemverandering om een nieuwe financiële crisis te voorkomen. ‘Het Westen heeft zichzelf de afgelopen tweehonderd jaar vaker met succes opnieuw uitgevonden.’ Een optimistische, maar ook wat lege, nietszeggende conclusie.
Dit kan niet waar zijn is een heerlijk geschreven, maar gitzwart boek. 

Tim Wagemakers studeerde Wijsbegeerte en Journalistiek en Media aan de Universiteit van Amsterdam, en liep stage bij athenaeum.nl.

MINDBOOKSATH : athenaeum