Recensie: Een Odyssee van de twintigste eeuw

25 november 2015 , door Jerker Spits
| | |

Ruim dertig jaar werkte de Italiaanse schrijver Stefano D’Arrigo aan zijn lijvige Siciliaanse roman Horcynus Orca (1975). In Duitsland is de eerste vertaling ter wereld verschenen – en lovend ontvangen. D’Arrigo is een schrijver met een lange adem, die stilistisch buitengewoon begaafd is en een eigen, magische wereld schept. De thuiskomst na een verre reis, mooie vrouwen, fabeldieren - en vooral veel taalvondsten.
Wanneer komt de Nederlandse vertaling? Door jerker spits.

Wat voor een ontdekking

‘Wat voor een werk, wat voor een ontdekking.’ Duitse critici zijn vol lof over de vertaling van Stefano D’Arrigo’s Horcynus Orca. ‘Het zou fout, nalatig, laf, blind, ongepast zijn, over dit boek niet zonder een snufje pathos te spreken,’ schreef Hubert Spiegel, literatuurredacteur van de Frankfurter Allgemeine Zeitung. De Duitse vertaling is de eerste buitenlandse uitgave van deze imposante, ruim 1400 bladzijdes tellende roman.

Stefano D’Arrigo vertelt over de matroos ‘Ndrja Cambria die na het einde van de Tweede Wereldoorlog naar Sicilië terugkeert. Hij wil vanuit Calabrië oversteken om zijn oude leven tussen de vissers weer op te pakken. Maar de Engelsen hebben alle veerboten vernietigd en ook op Sicilië is het leven veranderd. De oude gewoonten, tradities en wetten bestaan niet meer. Er wordt niet langer met netten gevist, maar met dynamiet en handgraten uit legervoorraden. Geheimzinnige vrouwen en fabeldieren bevolken het vasteland en de zee.

Fabeldieren, geweld, de thuiskomst van een held: het zijn mythische motieven die herinneren aan de Odyssee en Melvilles Moby Dick. De thematische verwantschap is inderdaad onmiskenbaar. Ook Horcynus Orca is een episch verhaal, dat zich echter vooral door zijn taalvondsten en ritme van alle andere boeken onderscheidt.

De schrijver, Fortunato Stefano D’Arrigo (1919-1992), werkte decennia aan het werk. D’Arrigo studeerde literatuurwetenschap en studeerde af op Friedrich Hölderlin. In 1943 werkte hij in zijn diensttijd als luitenant op Palermo, tot aan de landing van de geallieerden op Sicilië. Daarna werkte hij als journalist en kunstcriticus. In 1956 begon hij aan Horcynus Orca, een werk ‘van lange grote epische adem’, waaraan hij ruim twintig jaar lang zou schrijven en vijlen.

Taalvondsten en deinende zinnen

Horcynus Orca kun je lezen als een groot gedicht over de zee, waarmee de schrijver de Italiaanse literatuur nieuw leven inblies. D’Arrigo combineert het epos uit de Oudheid met het Italië van kort na de oorlog, waarin de fascistische groet plaats maakt voor een gewoon buon giorno. En hij vernieuwt de Italiaanse taal, door neologismen, klankverschuivingen en door invloeden van het Siciliaans, het Oud-Grieks en het Byzantijns.

Kustplaatsen die ‘in de zon lijken te dampen als beenderen van walvissen, die op windstille zee zijn neergeschoten’, ‘teerdoorsprenkelde mistnevel’, ‘nieuwmaannachten’ – het zijn maar een paar voorbeelden van D’Arrigo’s rijke taalgebruik. De schrijver vindt nieuwe woorden uit door bekende op elkaar te stapelen of te combineren. Een ‘Arcalamecca’ is een bijzonder wijs mens; het is degene die de wijsheid van de ark (arca) en van Mekka (la Mecca) kent. Ook voor zijn fabeldieren verzint de schrijver nieuwe namen: de ‘Fere’, een sterke dolfijn, ontleent zijn naam aan het Latijnse ferus (wild, ongetemd, bruut); de horcynus orca, die zeehonden, walrussen, walvissen en mensen verslindt, is een variatie op de orcinus orca; beter bekend als de Killer Whale.

Ook de zinsbouw van dit maritieme epos vestigt de aandacht op de taal zelf. Woorden staan, zowel in de Duitse vertaling als in het Italiaanse origineel, in een onlogische volgorde. De schrijver laat zich meer door ritme en alliteratie dan door de regels van de syntaxis leiden. Het Duits van vertaler Moshe Kahn herinnerde mij daardoor sterk aan het gekunstelde Duits van Ernst Jandl of de complexe zinsconstructies van Heinrich von Kleist. De meanderende zinnen snijden oude thema’s aan: de mythe, het spookachtige, de droom, het gevaar. Daarbij vloeien stijl en inhoud in elkaar over: het is alsof je langzaam meedeint op het ritme van de zinnen, en soms word je van de lange, deinende zinnen zeeziek.

Het is genieten, van de beschrijving van vissers, hun netten en het drogen van de vangst. Gevangen vis die ‘enorme hoeveelheden zout en maandenlang zon wenst, om stokvis te worden’, filets, ‘volgens alle regels van de kunst gesneden […] het werk van een geoefende, fijngevoelige hand’. Het water loopt je in de mond. En je huivert bij de beschrijving van ‘de stank van de honger’, die D’Arrigo beschrijft ‘als de geur van dood kuiken in zijn schaal en die van ranzige sardine op het strand’. De schrijver kijkt ook in de personages en onthult hun drijfveren en angsten:

Seine größte Sorge galt seiner Verlobten, die, wenn man ihn hörte, alles, was sich in Spadafòra an Gutem und Bösem ereignen konnte, sozusagen magisch anzog: schmeichelndes Werben und Angebote von jungen Kerlen, Bombardierungen, Hunger und derartiges Unglück des Krieges. Und dann, in diesen Tagen, man denke nur!, mit den Alliierten vor den Toren von Messina! Er konnte es nicht mehr aushalten, es war, als wäre das einzige Ziel, das die Alliierten anvisierten, seit sie auf Sizilien gelandet waren, sie, Cettìna, seine Verlobte.
Zijn grootste zorg gold zijn verloofde, die, als men hem hoorde, alles, wat er in Spadafòra aan goeds en kwaads kon gebeuren, zogezegd magisch aantrok: vleiend versieren en aanbiedingen van jonge kerels, bombardementen, honger en dit soort ongeluk van de oorlog. En dan, in deze dagen, stel je voor!, met de geallieerden voor de poorten van Messina! Hij kon het niet meer uithouden, het was, alsof het enige doel dat de geallieerden voor ogen hadden, sinds ze op Sicilië geland waren, haar, Cettìna, zijn verloofde was.

Horcynus Orca is een kolos van anderhalve kilo. De roman bevat nauwelijks handeling. Maar vaak volgt er onverwacht een woordvondst, een beschrijving van de Italiaanse kust, adem je de zilte lucht, ga je mee op dolfijnenjacht of is er, haast tussen neus en lippen door, een beeldende beschrijving die bewondering afdwingt: ‘Intussen viste de harpoenier het projectiel uit het water, droogde het ijzer af en polijstte het met zijn halsdoek, tussen duim en wijsvinger, met een fijngevoeligheid alsof het om een diamant ging.’

Jerker Spits is germanist. Hij promoveerde in 2008 op een proefschrift over de Duitstalige autobiografie en schreef over Duitse literatuur voor TrouwDe Gids en De Groene Amsterdammer.

MINDBOOKSATH : athenaeum