Recensie: Het voorlopige pièce de résistance van een meesterdief

25 november 2015 , door Pieter Franssen
| | |

Anton Corbijn wordt op 20 mei zestig en viert dat met een dubbele tentoonstelling in  het Haagse Gemeentemuseum als het Fotomuseum, mét bijbehorende catalogi. De catalogus 1-2-3-4 geeft een vrij compleet beeld van de grote, fraai vormgegeven overzichtstentoonstelling in het Fotomuseum. De domineeszoon verrast de kijker keer op keer met originele beeldinvulling, grofkorrelige karakterschetsen, waarbij hij subtiele psychologische manipulaties om dicht bij zijn onderwerpen te komen niet schuwt. En zijn creatieve ontwikkel-, scan- en afdruktechnieken zijn even essentieel voor het fraaie eindproduct. Door pieter franssen.

Invloeden

Gezaghebbend Fotomuseum-conservator Wim van Sinderen schreef een heldere inleidende analyse bij 1-2-3-4. Hij duidt Corbijns (pop)fotografie in relatie tot het werk van straatfotograaf Ed van der Elsken en Willem Diepraams grofkorrelige documentairefotografie met het onderwerp in overstraald wit onder gitzwarte, doorgedrukte luchten, maar ook in relatie tot andere Vrij Nederland-fotografen uit de jaren zeventig die grote indruk op Corbijn maakten.

Van Sinderen noemt ook allerlei fotografen van internationale statuur zoals Henri Cartier Bresson en Helmut Newton, Robert Frank, Diane Arbus en William Klein van de New Yorkse School en de Britse theaterfotograaf en maskermaker Angus McBean. Daarnaast benadrukt hij het belang van de minder bekende Amerikaanse fotograaf Arnold Newman en diens 'environmental portraiture'. Van Sinderens essay stimuleert het denken over de belevingswereld van Nederlands meest befaamde portretfotograaf en het geeft inzicht in Corbijns grote inlevingsvermogen, dat zich in de loop van zijn carrière steeds verder verdiepte.

Drie derde ogen

Naast Hollands Deep, de tentoonstelling in het Gemeentemuseum, stelde Corbijn voor het Fotomuseum een imponerend retrospectief samen van zijn spraakmakende, verregaande coöperatie met acht bands: U2, Depeche Mode, REM, Metallica, Nirvana, Rolling Stones, Arcade Fire en The Slits. Er zitten echte blikvangers tussen. De nooit eerder zo compleet vertoonde Californische tourreportage uit 1980 van de drie meiden van de Slits is illustratief voor zijn werkwijze: sterk regisserend en getuigend van een groot vertrouwen tussen de fotograaf en de artiesten.

De groepen zijn allen prominent in het museum aanwezig, inclusief de intrigerende foto waar de catalogus van 1-2-3-4 mee opent: Corbijns kale New Yorkse hotelkamer uit 1980. Corbijn stortte zich vol overgave op samenwerking met deze groepen waar hij naast foto's ook videoclips, platenhoezen en podiumontwerpen voor maakte. Niet voor niets werd hij vaak 'stil lid' genoemd van onder andere Depeche Mode en U2.

Tentoonstelling en catalogus 1-2-3-4 bieden daarnaast fraai afgedrukte fotoseries van Tom Waits, Nick Cave, en in de jaren tachtig John Lydon en zangeres Siouxsie Sioux, artiesten waar hij bijzonder graag mee (heeft ge)werkt. En ook een aantal uitzonderlijke tot iconische portretten, zoals die van Jack Bruce, Bryan Ferry, Joe Cocker en Captain Beefheart. Bijna vierhonderd in totaal, waaronder ruim zestig nooit eerder vertoonde en/of afgedrukte foto's. Mijn favoriete foto's zijn die van Corbijns laatste aanwinst, de Canadese formatie Arcade Fire, waarin Corbijn overduidelijk deze muzikaal toch zeer eigenzinnige groep regisseert en helemaal naar zijn hand zet.

Het begrip aanwinst geldt overigens voor beide partijen, zo valt duidelijk af te lezen uit de persoonlijke mijmeringen en jubelende bespiegelingen over 'onze maat' Corbijn, die Michael Stipe, Martin Gore van Depeche Mode, Metallica's Lars Ulrich, Bono, Mick Jagger en Keith Richards, Arcade Fire's Win Butler en Viv Albertine van The Slits bijdragen. Zoals deze gevleugelde uitspraak van Richards: 'Alle grote fotografen hebben een derde oog, Anton heeft drié derde ogen.' Nick Cave noemt hem 'een meesterdief, die dat ene ogenblik weet te stelen'. 'Anton en ik hadden meteen een klik: We hielden allebei van Man Ray,' zegt Siouxsie Sioux.

 

U2, Death Valley 1986

In 2000 interview ik Corbijn voor Playboy over zijn baanbrekende project strippinggirls, een samenwerking met beeldend kunstenares Marlene Dumas. Zijn uitspraak dat de imperfectie in zijn foto's eigenlijk voor de perfectie staat, is me bijgebleven. Hij vertrouwt me tijdens dat interview toe dat hij veel ontzag en bewondering heeft voor fotografen die in het verleden de Rolling Stones vastlegden zoals Elliott Landy, Jim Marshall en de iconische fotograaf Michael Cooper die zich zelf ook deel van de band voelde.

Groeven, plooien of verleidelijkheden

De verruiming van Corbijns visuele denkraam loopt parallel met de toenemende diversiteit van zijn onderwerpen. Hij fotografeert steeds meer celebrities, nu vooral uit de beeldende kunst. In een recent interview met OOR zegt de kunstenaar: 'Ik vind wel dat mijn foto's een diepere laag hebben.' Komt dat mede door de droge humor met toch intrinsieke ernst daarachter?

Corbijns ontwikkel- en grofkorrelige afdruktechniek, draagt ook bij aan die diepere laag. Groeven, plooien of verleidelijkheden van sommige geportretteerden worden bijna tastbaar. Keith Richards is het ultieme voorbeeld van gelooide tanigheid die van de afdrukken afspat. Courtney Love, The Slits en Marianne Faithfull stralen verleidelijkheid maar ook zelfbewustheid uit.

Dit r(a)uwe, voornamelijk analoge werkmateriaal van de fotograaf, die bij voorkeur op locatie werkt, leent zich bijzonder goed voor diepzwarte doordrukken, met name van (lood)zware, bezwangerde luchten. Misschien vloeit het voort uit zijn semi-calvinistische kijk op de wereld. Het levert sobere en krachtige foto's op. Interessant is hierbij hoe hij zijn gebruikte (blauwe, bruine) afdruktechnieken gaandeweg verandert, altijd tuk op het toevoegen van verrassingselementen aan het ontwikkelproces en tijdens het afdrukken.

 

Mick Jagger, Glasgow 1996

Here, there and everywhere

Corbijn werkt tegenwoordig bijna uitsluitend als filmregisseur. Als fotograaf is hij ook groot liefhebber van het theatrale en het toevallige, van de maskerade en de manipulatie. Hij is de 'meester van de dwaze hoeden' (Mick Jagger) en krankzinnige outfits. Corbijn heeft heel wat iconische foto's gemaakt (U2, Miles Davis), maar neemt daar soms ook weer afstand van.

Cor was hier is de veelzeggende titel van een fraaie overzichtstentoonstelling van de Amsterdamse straatfotograaf Cor Jaring in Huis Marseille. Corbijn, oorpronkelijk uit het dorp Strijen in de Hoeksche Waard , was here, there and everywhere. Met zijn vaak karakteristieke Corbijn-kadrering en eigenwijze beeldinvulling, drukt hij gaandeweg steeds dieper zijn stempel op de fotografie. De catalogus 1-2-3-4 is het voorlopige pièce de résistance. Een afscheid van het portretteren van muzikanten door de vermaarde fotograaf, die nieuwe artistieke uitdagingen gretig blijft verwelkomen.

Pieter Franssen is popjournalist en dj. Hij schreef onder meer voor OOR en in 1992 verscheen Haags(ch)e bluf, zijn boek over Golden Earring.

Gerelateerde boeken

MINDBOOKSATH : athenaeum