Recensie: Jezus voor beginners - het Evangelie van Carrère

25 november 2015 , door Marjolein Corjanus
| | |

De verbazing was afgelopen jaar groot: het boek dat als ‘chef d’oeuvre’ van de ‘rentrée littéraire’ was binnengehaald en waarvan meteen honderdduizend exemplaren werden verkocht, stond op geen enkele longlist. Ook de Goncourt-jury haalde zijn neus op voor de nieuwe van Emmanuel Carrère (1957). ‘Ze lusten me niet,’ reageerde Carrère wat gelaten. Toch zal het hem er niet van weerhouden om zijn eigen literaire weg te gaan. Na het veelgeprezen Limonov (2011) koos hij voor zijn worsteling met het katholieke geloof en zijn interesse voor het prille begin van het Christendom: Le RoyaumeHet Koninkrijk. Door marjolein corjanus.

Katelijne de Vuyst en Katrien Vandenberghe vertaalden de roman.

Une crise

Aan de basis van Le Royaume ligt een geestelijke crisis die Carrère rond 1990 doormaakt, als zowel zijn huwelijk als zijn schrijverschap zijn vastgelopen. Op zoek naar een uitweg hoopt hij troost en steun te vinden in het geloof. Tijdens een vakantie in Zwitserland bezoekt hij een mis in een kapelletje hoog in de bergen en ziet daar ‘het licht’. Niet zonder ironie beschrijft Carrère hoe hij na zijn bekering zielsgelukkig afdaalt van de berg, alsof hij Mozes of Jezus zelve is. Volgt een zeer vrome periode waarin hij iedere dag begint met gebed en bestudering van het Evangelie van Johannes, een tijd waarop Carrère nu met de nodige gêne terugblikt. Het eerste deel van Le Royaume leest als één lange zelfkastijding, een twistgesprek tussen zijn vroegere en huidige ik.

Voor Le Royaume nam Carrère zijn studie van het Evangelie weer op, nu niet meer als gelovige, maar als ‘enquêteur’. Carrère weet waarover hij schrijft: hij vertaalde ooit voor een bijbeluitgave het evangelie van Marcus en bestudeerde voor Le Royaume het evangelie van Lucas. Zo nu en dan leest Carrères boek dan ook als een wist-u-dat voor de moderne leek. Wist u dat evangelist Lucas waarschijnlijk arts was, niet Joods was en mogelijk afkomstig uit Macedonië? Wist u dat apostel Paulus geboren werd in Tarsus, het huidige Turkije? Wist u dat in vroege bijbelteksten melding wordt gemaakt van een broer van Jezus, Jacobus?

Het Politbureau van Paulus

Om zijn gedachtegang te onderbouwen voert Carrère zoveel bronnen, citaten en theorieën op dat het de lezer kan duizelen. Zo trekt hij vergelijkingen met het boeddhisme, het stoïcisme en de denkbeelden van Nietzsche. Als hij toelicht hoe apostel Paulus middels brieven en traktaten zijn nieuwbakken volgelingen op het juiste ideologische pad probeert te houden, trekt Carrère een geslaagde parallel met het Politbureau uit begin vorige eeuw.

Ook verwijst Carrère regelmatig naar eigen ervaringen, beroemde literatuur of eigen werk. Zo vertelt hij zeer beeldend over de reis die Paulus over de Middellandse zee naar Judea maakt, niet alleen door van zijn eigen zeilreizen in de Egeïsche zee te verhalen maar ook door te verwijzen naar Odysseus’ omzwervingen, waarmee Paulus zeker ook bekend moet zijn geweest.

Veel aandacht in Le Royaume gaat uit naar evangelist Lucas, volgens Carrère de beste ‘romancier’. Carrère stelt dat Lucas als ‘embedded reporter’ met Paulus moet zijn meegereisd naar Jeruzalem en Rome. Hij reconstrueert diens leven en schrijverschap in de eerste jaren na Christus maar geeft meteen toe: ‘Le Luc que j’imagine - car bien sûr c’est un personnage de fiction, tout ce que je soutiens c’est que cette fiction est plausible.’

Steeds blijkt weer hoe tekstueel van aard Carrères interesse is. Hij is voortdurend op zoek naar het oorspronkelijke verhaal, voordat het mythe en vervolgens dogma werd. Zacheüs die in een boom klimt om de prekende Jezus beter te kunnen zien, waarop Jezus hem opmerkt en uitnodigt: dat is het ‘accent de vérité’ dat Carrère zoekt.

Het Evangelie van Emmanuel

Carrère is zich zeer bewust van zijn rol als verteller en richt zich regelmatig rechtstreeks tot zijn lezers. Als een ware Evangelist wil hij de lezer overtuigen en verwijst bijvoorbeeld naar een eerdere redenering, waarna er triomfantelijk volgt: ‘Vous l’avez relue? Nous sommes d’accord?’

Toch moet de lange monoloog die Le Royaume in feite is, niet worden opgevat als literaire navelstaarderij. Daarvoor stelt Carrère zich veel te kwetsbaar op. ‘Le ‘je’ exprime une forme d’humilité,’ zo stelde hij in een interview met Le Monde.

De inzet van de schrijver wordt bovendien voortdurend expliciet benoemd, zoals wanneer Carrère verwijst naar Marguerite Yourcenars historische roman Mémoires d'Hadrien (1951). Hij bewondert het ‘grand tableau’ dat zij op basis van haar onderzoek schreef maar geeft meteen toe dat hij Yourcenars eveneens gepubliceerde aantekeningen veel interessanter en levendiger vindt. Liever dan tevergeefs te proberen zichzelf als schrijver onzichtbaar te maken, laat hij de schrijver aan het werk zien:

‘Pour ma part, ce que dans le jargon technique on appelle les ‘regards caméra’ ne me gêne pas: au contraire je les garde, j’attire même l’attention sur eux. Je montre ce que désignent ces regards, qui dans le documentaire classique est supposé rester hors champ: l’équipe en train de filmer, moi qui dirige l’équipe, et nos querelles, nos doutes, nos relations compliquées avec les gens que nous filmons. Je ne prétends pas que c’est mieux. Ce sont deux écoles, et tout ce qu’on peut dire en faveur de la mienne, c’est qu’elle est plus accordée à la sensibilité moderne, amie du soupçon, de l’envers des décors et des making of, que la prétention à la fois hautaine et ingénue de Marguerite Yourcenar à s’effacer [...]’

‘Persoonlijk stoort wat in het technische jargon het “cameraperspectief” heet me helemaal niet: integendeel, ik houd dat perspectief in stand, vestig er zelfs de aandacht op. Ik laat zien wat dat standpunt, dat in de klassieke documentaire buiten beeld hoort te blijven, eigenlijk betekent: de crew die aan het filmen is, ik die de crew leid, en onze discussies, onze twijfels, onze ingewikkelde relatie tot de mensen die we filmen. Ik beweer niet dat het beter is. Het zijn twee filmscholen, en ter verdediging van mijn opvatting kan ik alleen maar zeggen dat ze beter past bij de moderne gevoeligheid, die meer zin heeft voor achterdocht, meer oog voor de verborgen zijde van de dingen en voor de making-of, dan Marguerite Yourcenar, met haar tegelijkertijd hautaine en naïeve pretentie dat ze zichzelf kan wegcijferen en de dingen kan laten zien zoals ze werkelijk en waarachtig waren.‘

Un succès fou

Er is nog veel meer te ontdekken in dit boek dat binnen het kader van deze recensie buiten beschouwing moet worden gelaten: prachtige sfeertekeningen van het oude Rome en Jeruzalem, hele grappige passages en een bijna reviaans aforisme over God als Carrère van zijn geloof afvalt: ‘Je t'abandonne, Seigneur. Toi, ne m'abandonne pas.’

Le Royaume is een caleidoscopisch boek dat de ‘meerkantige werkelijkheid’ zoals dat tegenwoordig heet, recht probeert te doen. De spanningsboog van het boek wordt gevormd door de spirituele zoektocht van de schrijver, die zich voortdurend afvraagt wat de inzichten die hij zo vergaart met hem doen. Destijds moet zich toch iets zeer opmerkelijks hebben voorgedaan rondom de rebelse figuur die Jezus volgens Carrère was: zo opmerkelijk dat men zelfs bereid was te geloven in zoiets onwaarschijnlijks als de wederopstanding. En hoe je het ook wendt of keert: het Christendom werd vervolgens een ‘succès fou’. Is hij toch op weg naar het Koninkrijk Gods dat Jezus beloofde en waaraan het boek zijn titel ontleent? Op de deemoedige toon die zijn hele relaas kenmerkt, besluit hij zijn boek: ‘Je ne sais pas.’

Men kan zich afvragen wat Le Royaume toevoegt aan de honderden bibliotheken die al over de bijbel zijn volgeschreven, maar dan is de lezer zeshonderd uiterst boeiende en vlotgeschreven pagina’s verder.

Marjolein Corjanus is freelancevertaler en -redacteur en daarnaast zelfstandig onderzoeker op het gebied van de Franse letterkunde. Eerder schreef zij voor literair blog De Papieren Man.

Gerelateerde boeken

MINDBOOKSATH : athenaeum