Recensie: Kanarie der kanaries

25 november 2015 , door Misha Velthuis
| | | | |

Toen John Maynard Keynes de kritiek kreeg dat hij wel vaak van mening veranderde, antwoordde hij: ‘When the facts change, I change my mind. What do you do sir?’ Typisch Keynes. Behalve dat hij het nooit heeft gezegd. Althans, dat suggereren de huidige feiten. Bij weinigen waren die in zulke goede handen als bij de in 2010 overleden historicus Tony Judt. De essaybundel Wanneer de feiten veranderen (When the Facts Change, vert. Wybrand Scheffer) is een ode aan feiten, Keynes en uiteindelijk aan Judt zelf, een van de grootste historici van naoorlogs Europa. Gelukkig hebben we zijn ideeën nog. Door misha velthuis.

N.B. We hernemen deze bespreking uit maart 2015 bij gelegenheid van de verschijning van de vertaling. Eerder besprak Misha Velthuis voor ons Denken over de twintigste eeuw, dat Judt samen met Timothy Snyder schreef. Lees de recensie op Athenaeum.nl. Ook publiceerden we uitgebreide fragmenten uit De geheugenhut en Het land is moe.

Tony Judt had een werkethos om bang van te worden. Een groot deel van de essays in When the Facts Change schreef hij terwijl hij werd behandeld voor kanker (vanaf 2001), en vanaf 2008 schreef hij onder invloed van ALS, de spierziekte waar hij in augustus 2010 aan overleed. Tegelijkertijd werkte hij aan zijn grote werken zoals de bejubelde duizend pagina’s van Na de oorlog en zijn De vergeten twintigste eeuw dit alles terwijl hij als professor actief bleef aan de New York University. Dat hij desondanks extra de publiciteit zocht, bijvoorbeeld met bijdragen aan The New York Review of Books die in When the Facts Change worden samengebracht, getuigt van een zeldzame gedrevenheid. Zoals zijn echtgenote Jennifer Homans in het voorwoord schrijft:

I remember well his exhaustion and determination as he insisted on writing the essays in this volume, too, even as he was (as he put it) ‘in the coal mines’ of a major book about Europe. I worried at how hard he pushed himself, but in retrospect I see that he couldn’t help it. As he immersed himself in Postwar, he was hearing canaries in the mines of our own time…
Ik herinner me nog goed zijn uitputting en vastberadenheid ten aanzien van het schrijven van de stukken in dit boek, terwijl hij ‘in de kolenmijnen’ (zijn eigen woorden) van een belangrijk boek over Europa was. Ik maakte me zorgen om hoe hard hij werkte, maar terugblikkend begrijp ik dat hij er niets aan kon doen. Terwijl hij zich in Postwar onderdompelde, hoorde hij de kanaries in de mijnen van onze tijd zingen.

Postuum actueel

Maar was Judt niet zelf de kanarie der kanaries? Zoals de vogeltjes voor giftige gassen waarschuwden voordat de mijnwerkers het konden ruiken, zo luidde Judt menig noodklok voordat anderen de gevaren zagen. Soms lijkt het zelfs alsof hij zijn essays postuum, vanuit ‘the cloud’ aan de actualiteit aanpast. Wanneer Russische tanks Oekraïne binnenrijden, waarschuwt Judt voor de gevaren van Europese toenadering tot landen die te dicht bij Rusland en haar belangen liggen. Wanneer de nieuwe Griekse minister van financiën Varoufakis met zijn Duitse collega’s over straat rolt, legt Judt uit dat een economisch oppermachtig maar moreel gekortwiekt Duitsland het niet kan helpen Europa te destabiliseren. En wanneer Netanyahu met zijn speech in het Amerikaans Congres openlijk de draak steekt met Obama, beschrijft Judt de ziekelijk onvoorwaardelijke steun van de VS aan Israel.

Het zijn deze twee thema’s (Europa en de val van de muur en het Israël-Palestina conflict) die de eerste twee delen van When the Facts Change in beslag nemen. Hoewel het zwaartepunt van Judts wetenschappelijke carrière bij de Europese geschiedenis ligt, speelde hij zijn grootste publieke rol misschien wel als commentator op het conflict in het Midden-Oosten, waar hij als voormalig, gedesillusioneerd zionist een speciale interesse voor had. Zo veroorzaakte hij met zijn essay ‘Israel, the Alternative’ (2003) grote internationale opschudding door zich openlijk uit te spreken voor de ‘één-staat oplossing’ (versus twee aparte staten voor Israeli en Palestijnen). Maar in zijn laatste jaren, en in de essays van het derde deel, schreef Judt vooral over zijn nieuwe thuisland waar hij als geboren en getogen Brit op zijn negenendertigste naar verhuisde: de Verenigde Staten. Judts helder onderbouwde verontwaardiging over het plompverloren unilateralisme van de regeringen Bush Jr. (2001-2009) herinnert aan een decennium van desastreus buitenlandbeleid: Obama stelt misschien teleur, maar de VS kwam van ver.

Tony Judt en de sociaaldemocratie

Toch zal Judt vooral herinnerd worden als de schrijver die hij in het vierde deel is: de gepassioneerd voorvechter van de sociaaldemocratie. Hij weet simpelweg te veel van de wereldoorlogen en hun nasleep om hun belangrijkste les te vergeten: ongeremde economische groei zonder sociaal vangnet is een voedingsbodem voor het grote kwaad. De ongekende ‘globalisering’ van de ‘fin de siècle’ leidde ons naar de verschrikkingen van fascisme, leninisme en stalinisme. Judts ontsteltenis in een essay als ‘What Have we Learned, if Anything?’is aanstekelijk. Hoe kunnen we de verworvenheden van onze door schade en schande wijs geworden grootouders zo makkelijk bij het grofvuil zetten?

Judt stopt gelukkig niet bij onbegrip en retorische vragen, maar speurt naar antwoorden op onverwachte plekken. Het waren onder andere Oostenrijkse denkers als Hayek en Schumpeter die uit de politieke omwentelingen in hun geboorteland - de ineenstorting van Oostenrijk-Hongarije, het falen van de socialisten in het interbellum en de opkomst van de fascisten - heel andere lessen trokken: lessen die later in de VS gretig aftrek vonden. Het neoliberale antwoord op Keynes waar we nu al drie decennia mee zitten opgescheept is grotendeels te herleiden naar de persoonlijke trauma’s van deze Donaumonarchie-elite.

Sociaaldemocratische spoorwegen

Judt was getrouwd met de grote ideeën, zoals z’n vrouw schrijft in het voorwoord, en When the Facts Change getuigt daarmee van tenminste één geslaagd huwelijk. Maar hoewel hij geen goed woord over heeft voor ‘neorealisten’ die in de wereldpolitiek enkel objectieve materiële belangen zien, raakt hij nooit de onderliggende ‘realiteit’uit het oog (een woord dat hij zelf bewust niet tussen aanhalingstekens zet). De twintigste eeuw in Europa was de eeuw van Keynes en Hayek, maar ook van tanks en treinen. In twee speelse essays (voorbereiding voor een boek waar helaas geen tijd voor was) beschrijft Judt hoe sociaaldemocratische ideeën materialiseerden in de wereld van treinen, rails, stations en spoorboekjes. Hij doet geen moeite zijn enthousiasme te verbergen:

If we lose the railways we shall not just have lost a valuable practical asset whose replacement or recovery would be intolerably expensive. We shall have acknowledged that we have forgotten how to live collectively. If we throw away the railway stations and the lines leading to them—as we began to do in the 1950s and 1960s—we shall be throwing away our memory of how to live the confident civic life.
Als we de trein afschaffen, verliezen we meer dan een waardevol praktisch instrument waarvan de vervanging of terugkeer onbetaalbaar zal blijken, want dan zouden we in wezen erkennen dat we niet meer weten hoe we moeten samenleven. Als we de stations en de rails die erheen leiden buiten gebruik stellen, zoals we in de jaren vijftig en zestig dreigden te doen, gooien we onze herinnering weg aan hoe we een gezamenlijk bestaan moeten leiden.

‘Imperfect improvements’

Daarmee belanden we bij zijn laatste, en misschien wel belangrijkste boodschap. Het essay ‘What is Living and What is Dead in Social Democracy?’ - opgenomen als lezing op de New York University in 2009 en deels uitgezonden in de Tegenlicht aflevering Het Testament van Tony Judt - is Judts zwanendans. Volledig verlamd vanaf zijn nek, legt Judt nog één keer uit waar al zijn feitenkennis hem toe leidt.

If we have learned nothing else from the twentieth century, we should at least have grasped that the more perfect the answer, the more terrifying its consequences. Imperfect improvements upon unsatisfactory circumstances are the best that we can hope for, and probably all we should seek. Others have spent the last three decades methodically unraveling and destabilizing those same improvements: this should make us much angrier than we are. It ought also to worry us, if only on prudential grounds: Why have we been in such a hurry to tear down the dikes laboriously set in place by our predecessors? Are we so sure that there are no floods to come?
Als we één ding van de twintigste eeuw geleerd hebben, is het wel dat hoe beter het antwoord klinkt, hoe beangstigender de gevolgen zullen zijn. Meer dan onvolmaakte verbeteringen van onbevredigende omstandigheden mogen we niet verwachten en moeten we waarschijnlijk ook niet zoeken. Anderen zijn de afgelopen dertig jaar stelselmatig bezig geweest met het ontrafelen en destabiliseren van al die verbeteringen, en dat is iets waar we veel bozer om zouden moeten zijn dan nu het geval is. Het zou ons ook, al was het alleen maar om redenen van fatsoen, zorgen moeten baren: waarom hadden we zo’n haast om de zorgvuldig door onze voorgangers aangelegde dijken af te graven? Weten we wel zo zeker dat er nooit meer hoogwater gaat komen?

In tegenstelling tot wat Judts vrouw suggereert waarschuwden de kanaries niet met gekwetter, maar juist met het abrupte stoppen daarvan. Zodra de kanaries stikten in de giftige gassen pakten de mijnwerkers hun biezen. Judt stikte niet in de giftige gassen waar hij voor waarschuwde, maar in een stomme, banale spierziekte. Zijn dood diende geen hoger doel. De stilte die hij achterlaat is geen offer maar gewoon doodzonde. Gelukkig kunnen we zijn lied voortzetten. Bijvoorbeeld door het nog eens goed door te nemen in deze imposante achtentwintig essays.

Misha Velthuis studeerde Fysische Geografie (BA) en Politicologie, richting Internationale Betrekkingen (MA). Momenteel werkt hij op de School of Oriental and African Studies in Londen aan een promotieonderzoek naar de moeizame opmars van supermarktketens in Mumbai.

Gerelateerde boeken

MINDBOOKSATH : athenaeum