Recensie: Meesjokken in het 93ste regiment

25 november 2015 , door Arjen van Meijgaard
| | | |

Na een aantal min of meer biografische werken (Courir, over Zatopek, Ravel, Des éclairs over Nikola Tesla) publiceerde Jean Echenoz in 2013 weer een roman, 14, die onlangs in Nederlandse vertaling van Martin de Haan verscheen. Een korte roman, van 125 pagina’s, over een groot onderwerp, de Eerste Wereldoorlog. Hij volgt vijf jonge mannen vanaf het moment dat zij worden opgeroepen voor het leger en één jonge vrouw die op twee van de mannen wacht. Thuis in het dorp. Met de een is zij verloofd, voor de ander lijkt ze een zwak te hebben. Door arjen van meijgaard.

De vijf kennen elkaar van het café, hoewel hun sociale achtergrond verschilt. De één is slager, de ander heeft een hoge functie in een schoenenfabriek. Anthime, de hoofdpersoon, en tevens de jongen voor wie het meisje Blanche een zwak blijkt te hebben, is weinig opvallend: ‘Sujet de taille moyenne et au visage commun.’

Vanzelfsprekend meedoen

Dat is de kracht van het verhaal, het gaat over gewone mensen, die op een zondag een eindje gaan fietsen en dan aan het gebeier van de kerkklokken horen dat er iets ernstigs te gebeuren staat. Ze doen mee, natuurlijk doen ze mee, want iedereen doet mee. Maar vragen ze zich af waarom er oorlog gevoerd wordt en of het zin heeft wat ze gaan doen? Nee. En zo zullen talloze anderen ook gereageerd hebben en nog steeds reageren. Het lijkt of Echenoz deze vanzelfsprekendheid aan de kaak wil stellen. Hij laat zijn personages meesjokken in het 93ste regiment, vermoeid worden, gewond raken zelfs en nog erger. Dat is oorlog: meedoen omdat het van je verwacht wordt.

Ergens wordt wel door een soort alwetende verteller aangegeven dat er weinig keus is als je er eenmaal in zit, en dat bedenken de personages zich misschien ook, maar dan is het al te laat: ‘Or on ne quitte pas cet guerre comme ça. La situation est simple, on est coincés: les ennemies devant vous, les rats et les poux avec vous et, derrière vous, les gendarmes.’

Anthime ontkomt echter aan zijn onfortuinlijke noodlot: hij raakt gewond. Zonder daar direct zelf het voordeel van in te zien, wordt hij gefeliciteerd. Hij moet zijn rechterarm missen, maar is ook verlost van de oorlog. Dat is de enige uitweg om in ieder geval niet aan het front te sneuvelen.

Kort en treffend

Echenoz maakt het grote en onbegrijpelijke van de oorlog klein en overzichtelijk. Er lijkt een soort fatalisme te komen over de personages in zijn boek: het is oorlog en daar moeten we maar mee zien te leven.  De titel ligt in het verlengde daarvan, of juist aan het begin. Korter kan het niet, en treffender ook niet. Ook wie zonder enige voorkennis van het boek begint te lezen, heeft het na een paar bladzijden al door. En natuurlijk is het niet 14-18, want 14 staat voor het jaar waarin het leven overhoop gegooid wordt en dat zal niet eindigen bij het aflopen van de oorlog.

Opkrabbelen en verdergaan 

De kracht van Echenoz is dat hij niet melodramatisch wordt en zich laat meeslepen. Hij blijft afstandelijk, soms zelfs met enige droge humor, zoals wanneer het vliegtuig neerstort waarin Charles, de geliefde van Blanche, zit:

'... waarna Charles [...] de grond ziet naderen waarop hij te pletter zal storten, met hoge snelheid en zonder alternatief dan zijn onmiddellijke, onomkeerbare dood, zonder greintje hoop - op de plaats waar zich tegenwoordig de agglomeratie van Jonchery-sur-Vesle uitstrekt, een mooi dorp in de regio Champagne-Ardennes, waarvan de inwoners Joncaviduliens heten.

... et Charles […] voit s’approcher le sol sur lequel il va s’ecraser, à toute allure et sans alternative que sa mort immediate, irréversible, sans l’ombre d’un espoir – sol présentement occupé par l’agglomération de Jonchery-sur-Vesle, joli village de la région de Champagne-Ardennes et dont les habitants s’appellent les Joncaviduliens.'

Volstrekt irrelevant om te vermelden hoe de inwoners nu heten van een dorpje waar hij toen neerstortte. Of toch niet? Het is om aan te geven dat het leven doorgaat, dat het niet eindigt bij een grote oorlog, dat de mens weer opkrabbelt en verder gaat.

Dat geldt ook voor Anthime, voor wie de oorlog misschien uiteindelijk zelfs een positieve draai aan zijn leven heeft gegeven. Maar ook dat accepteert hij zonder zich er bewust van te zijn, hij maakt zich drukker om de fantoompijn in zijn rechterarm.

Een korte en krachtige roman, misschien de voorloper van een groot aantal te verschijnen boeken als volgend jaar het begin van de Eerste Wereldoorlog herdacht wordt. Maar wel een die ook dan nog alle aandacht verdient.

Arjen van Meijgaard schrijft korte verhalen en bespreekt Nederlandse en Franse fictie, voor onder andere NBD/Biblion, en eenboekrecensie.blogspot.nl, waarop hij impressies over vergeten boeken noteert.

Delen op

Gerelateerde boeken

MINDBOOKSATH : athenaeum