Recensie: Ode aan de macht van de taal

25 november 2015 , door Lex ter Braak
| | | | | | |

Het laatste deel van Günther Grass’ autobiografische herinneringstrilogie is nu vertaald en verschenen onder de titel De woorden van Grimm. Een liefdesverklaring (Grimms Wörter, vertaald door Jan Gielkens). Hierin vervlecht Günther Grass zijn eigen levensverhaal met dat van Jacob en Wilhelm Grimm, bekend van hun sprookjesverzamelingen, maar ook de samenstellers van het eerste Duitse woordenboek. Dat de taal in dit boek centraal staat is een understatement. ‘De macht van de taal wordt door Grass ten volle benut om de schimmen van de gebroeders hun werk te laten doen,’ zegt lex ter braak.

'Hondsmoeilijk boek'

De vertaling van Grimms Wörter. Eine Liebeserklärung heeft even op zich laten wachten. Het boek is al weer in 2010 in het Duits gepubliceerd en in het geval van Grass kan de lange interval tussen origineel en vertaling uitzonderlijk genoemd worden. Zo lagen de vorige twee delen van deze trilogie al na een jaar vertaald en wel in de Nederlandse boekhandel. In zijn nawoord bij De woorden van Grimm geeft de vertaler Jan Gielkens voor de vertraging een verklaring die de lezer na het uitlezen van het boek alleen maar kan beamen. 

Meer dan in zijn andere boeken stelt Grass in De woorden van Grimm de taal centraal. Woorden zijn letterlijk en figuurlijk de vertrekpunten voor zijn vertellingen, associaties, gedichten, politieke bespiegelingen, persoonlijke herinneringen, biografische noties. Het is een hondsmoeilijk boek om te vertalen en Grass was zich daar maar al te zeer van bewust. Na de publicatie van Die Box, het tweede deel van de herinneringstrilogie, vertelde hij op de daaraan verbonden bijeenkomst met zijn vaste vertalers dat het volgende boek onvertaalbaar zou zijn. Gielkens, hierbij aanwezig, verhaalt dat enkele vertalers in hun tafelredes poneerden dat het niet aan de auteur is om te bepalen of een boek wel of niet vertaalbaar is maar dat dit aan de vertaler zelf is voorbehouden. Grass accepteerde dit en in een latere bijeenkomst met publiek erbij ging hij een stap verder en vertelde zijn vertalers dat hij zijn boek ‘vrij’ gaf.  Zij mochten er mee doen wat zij wilden: stukken weglaten, toevoegen en vooral daagde hij hen uit ‘zichzelf in het spel te brengen’. 

Een provocerende en genereuze uitnodiging die de vraag naar de verhouding tussen origineel en vertaling op scherp zet, die de oorspronkelijke tekst beschouwt als de bron voor talloze hybride variaties en die het auteurschap op losse schroeven zet. Een uitnodiging zoals Ezra Pound die ooit aan zichzelf had gedaan en zonder beheersing van het Chinees klassieke Chinese gedichten baanbrekend in het Engels ‘vertaalde’. Helaas (voor het experiment) zegt Gielkens dat het gebaar van Grass voor de vertalers toch een brug te ver was. Zij die zich toch aan de vertaling wilden wagen, beschouwden het als hun opgave het boek zo goed mogelijk naar hun eigen taal om te zetten. Van Gielkens vertaling kan gezegd worden dat dit meesterlijk gelukt is: die is vrij waar nodig en nauwgezet waar mogelijk. Hij transcribeerde, voor het innerlijk oor ogenschijnlijk moeiteloos, het polyfone Duits in een even muzikaal Nederlands. 

Lemma's in een woordenboek

De woorden van Grimm is een caleidoscopisch boek waarin de woorden het veelkleurig middelpunt zijn, over elkaar heen buitelen en onvoorspelbare patronen vormen. De opzet is het alfabetische register van het woordenboek, in dit geval van het Deutsches Wörterbuch van de gebroeders Grimm. De Duitse cultuur kent niet ons Abc’tje maar was dat het geval geweest dan had Grass, die graag stijlen en vormen door elkaar hutselt, daar zeker naar verwezen. Zo combineert hij in het eerste hoofdstuk, A getiteld, woorden die met die letter beginnen met elkaar, spint daar historische en taalkundige geschiedenissen om heen en verbindt de tijd van de Grimms met onze tijd. Behalve een lofzang op de taal is het boek vooral ook een liefdevolle hommage aan hen. De A, zo begint de eerste zin van het eerste deel, ‘der edelste, ursprünglichste aller laute, aus brust und kehl voll erschallend'.

Jacob en Wilhelm Grimm zijn de geleerde, erudiete exponenten van de Duitse Romantiek bij uitstek, zij leefden in de negentiende eeuw en zijn over de hele wereld onuitwisbaar bekend als de auteurs van De sprookjes van Grimm, de ingeklonken versie van Kinder- und Hausmärchen gesammelt durch die Brüder Grimm zoals het nog op de eerste uitgave van 1812 staat. Minder bekend is dat zij hun schouders zetten onder een onbeheersbaar woekerend project dat pas in de tweede helft van de twintigste eeuw zou worden afgerond: de samenstelling van het woordenboek van de Duitse taal. Voor het Deutsches Wörterbuch verzamelden zij woorden, plozen zij uitputtend hun betekenissen en etymologische herkomst uit, volgden zij de klankverschuivingen, de opbouw van samenstellingen, citeerden zij de zinsverbanden en uitdrukkingen waarin zij voorkwamen.

Grass zoekt, wikt en weegt regelmatig met hen mee en vraagt zich dan bijvoorbeeld af waarom er bij het lemma C geen regel is ‘gewijd aan de jubilerende hoge c’,  waarom Cosmos er niet tussen staat en waarom de chaos werd weggelaten. Dat leidt vaak tot speelse bespiegelingen en rake beschouwingen. Woorden, schrijft Grass, geven enerzijds zin, anderzijds zijn ze geschikt om onzin te creëren.  ‘Vaak liggen piepkleine waarheden onder woordlawines begraven. Een woordenwisseling roept scheldwoorden op. Vloeken, bezweringen en toverspreuken betoveren, wekken tot leven, laten ware wonderen gebeuren.’ De macht van de taal wordt door Grass ten volle benut om de schimmen van de gebroeders hun werk te laten doen. Zij zijn de lichtgevende boodschappers uit het verleden.    

Absolute trouw

Als een magiër laat Grass in de zwarte bladspiegel de gebroeders Grimm door het net aangelegde Tiergartenpark in Berlijn lopen. Hun woorden roepen gebeurtenissen uit hun tijd op die zich verweven met die van Grass. En als schering en inslag vormen zich zo herhalende patronen die de continuïteit van de Duitse geschiedenis zichtbaar maken en de bevestiging lijken van Nietzsches Ewige Wiederkehr. Het zijn niet altijd de fraaiste patronen die terugkeren: die van de zwijgende meerderheid ten overstaan van de onderdrukking van de vrijheid van vergadering en meningsuiting, de blinde triomf van het kapitaal, de verwoestende kracht van oorlog - maar ook spotlacht de ironie van de geschiedenis. Aan het woordenboek wordt ten tijde van de Duitse tweedeling verder gewerkt in Göttingen, toen in de DDR gelegen, en ook de stad waar veel eerder de gebroeders hun aanstelling als hoogleraar hadden en zij als twee van de Göttinger Sieben in opstand kwamen tegen de reactionaire  koning van Hannover. Het leidde tot hun ballingschap, uiteindelijk in Berlijn.

Hun opstand was het gevolg van hun trouw aan de eens afgelegde eed die door de nieuwe koning verworpen werd. Het was hun absolute trouw aan het eens gegeven woord. Het verzamelen van woorden, het terughalen van de oorsprong was daar een andere uitdrukking  van, al kan je even gemakkelijk zeggen dat zij de woorden verzamelden als vervanging van een werkelijkheid die hen gedesillusioneerd zo niet gefrustreerd had.

Of dat voor Grass ook geldt, blijkt niet uit de tekst. Wie had verwacht dat hij nog eens zou schrijven over zijn bekentenis bij de SS gezeten te hebben en de hoon en vernedering die hem dat opleverden kan in terloopse zinnen mild spottend commentaar vermoeden. Piepkleine waarheden begraven onder woordlawines, schreef hij. De woorden van Grimm is een zoektocht door de taal naar de taal en de in haar verborgen waarheid van grote en kleine herinneringen. Grass wijst soeverein de weg en wie zijn eigen weg wil volgen staat de CD-rom van het Deutsches Wörterbuch ter beschikking met 320.000 steekwoorden als even zovele richtingwijzers.

A fairy tale scholar

Aangespoord en begeesterd door Gunter Grass’ schimmen van Grimm kan je vol goede zin het recent verschenen boek Grimms Legacies van Jack Zipes ter hand nemen. De ondertitel is veelbelovend: The Magic Spell of the Grimm’s Folk and Fairy Tales. Jack Zipes heeft de sprookjes van Grimm in het Engels vertaald, is emeritus hoogleraar aan de universiteit van Minnesota en een veel gevraagd spreker over de erfenis van Grimm. Allemaal goede tekens maar om het kort te zeggen: zijn boek, te duidelijk een verzameling van heterogene ‘talks’, is teleurstellend. Het geeft wel een beeld van de manier waarop de gebroeders hun sprookjes verzamelden en hoe de opeenvolgende drukken van het uitdijende boek waren samengesteld, het gaat ook in op de manier waarop de sprookjes zijn verwerkt door anderen, schrijvers en dichters vooral – maar het schiet in al die onderdelen te kort. Zipes is te brokkelig en te subjectief in zijn verhaal en deelt te graag plussen en minnen uit aan door hem geciteerde en genoemde deskundigen. Zijn voorbeelden zijn willekeurig en het is opvallend hoe bekaaid de muziek er van af komt. Zo wordt Humperdincks opera Hänsel und Gretel geheel niet genoemd. Maar het allerergst is dat het boek gortdroog is. Waar zijn de minzame figuren van Grass, waar is de zachte melancholie van het  Tiergartenpark gebleven?

Een willekeurige zin uit De woorden van Grimm laat hen goddank weer verschijnen: ‘Het wil lente worden: een ontluikende belofte. Ze wijzen naar sneeuwklokjes, naar een oeverwilg. Nu praten ze: de een, dan de ander. Jacob meer dan Wilhelm. Blijkbaar heeft hij een woordenstroom opgepot. Allebei gaan ze hard praten, te hard, want met de jaren zijn ze hardhorend geworden. Met gebaren gaan ze zuinig om. Waar heeft Wilhelm de broodkorsten vandaan die hij in brokken naar de eenden gooit?’

De lezer legt het boek van Zipes voorgoed naast zich neer en gaat met Grass op het bankje naast de gebroeders zitten. Tijd voor een levensecht sprookje.

Lex ter Braak is directeur van de Jan van Eyck Academie. Hij schrijft daarnaast regelmatig over literatuur en beeldende kunst voor onder andere Vrij Nederland

MINDBOOKSATH : athenaeum