Recensie: Oorwurmen via bladmuziek en payola naar Disney Dance

25 november 2015 , door Frits Oostvogel
| | | |

In zijn eerdere boeken You Don't Have To Say You Love Me (1998), Black Vinyl, White Powder (2001), en I'm Coming To Take You To Lunch (2006), vertelde Simon Napier-Bell al zeer onderhoudend over zijn belevenissen in de internationale muziekindustrie. Zijn nieuwe boek, TA-RA-RA-BOOM-DE-AY, is een behoorlijk complete en zeer leesbare geschiedschrijving, vanaf het moment dat echt geld verdienen met muziek nog maar net begon. Ruim 150 jaar geleden werd bladmuziek van populaire liedjes via drukkerijen en distributeurs al verkocht in pianowinkels. Napier-Bell trekt de lijn door tot aan Tiësto. Door frits oostvogel.

Van bladmuziek tot George Michael

‘When Harry Ruby was a child, he lived with his family on the Lower East Side. In the 1920s he became a top songwriter. “All the families around us were poor. But they had pianos… Because music publishers depended on sheet music sales, it was important that even the most amateurish pianist could play popular songs easily.”’

Doorspekt met zulke citaten, van liedjesschrijvers, componisten, tekstdichters maar vooral van  personen die de zakelijke kant van muziek behartigden, vertelt dit boek hoe de muziekindustrie kon uitgroeien tot een ondoorzichtig woud van muziekuitgeverijen, managers, promotors,  syndicaten en internationale platenlabels.
Napier-Bell doet dat in 44 hoofdstukken waarin met veel voorbeelden de muziekindustrie chronologisch wordt gefileerd. Naast een bibliografie van boeken en websites zijn er per hoofdstuk aparte indexen voor de hoofdrolspelers, citaten, namen van artiesten, en titels van belangrijke hits. Een aparte algemene index zorgt er nog eens voor dat je de weg niet hoeft kwijt te raken.

Hij begint bij de (muziek)uitgevers die liedjes verzamelden in commerciële auteursrechtenbureaus. Zodat met de wet op het auteursrecht uit 1906 piraterij effectief kon worden aangepakt. De ruime percentages die deze bureaus opstreken werden vervolgens onderling afgesproken en samengebracht in machtige syndicaten.  Het geld klotste  geld tegen de plinten. Advocaten, durfinvesteerders en risicobeleggers gingen er de dienst uitmaken, vooral toen die syndicaten elkaar onderling ook nog eens begonnen te concurreren. Doorgewinterde componisten, liedjesschrijvers, tekstdichters en zangers die de hits bleven afleveren hadden verder nog maar heel weinig in te brengen.

Terwijl het boek zich aanvankelijk richt op de Verenigde Staten, komen de businesspraktijken van Europese tourmanagers, promotors, platenbonzen en superlabels ook aan bod. Vooral van de jaren die de schrijver vanuit Londen meemaakte als manager van bekende popgroepen als The Yardbirds, Japan, Wham!, en het megasucces van zanger George Michael. Daarmee kwam Napier Bell zelf in de internationale muziekbusiness terecht.

Payola, pluggen en hoe het verder ging.

TA-RA-RA BOOM DE-AY is een rare titel. Ook in Nederland hoort vrijwel iedereen al bij het uitspreken van ‘tararaboem-diejee’ vier noten van een liedje dat zich als een oorwurm in je hoofd nestelt. Het woord ‘Yesterday’ doet precies hetzelfde.

Het is helemaal geen toeval hoe een klein liedje zo populair kan worden dat het na zoveel jaren nog steeds als dat ene liedje herkend wordt. Als je het maar vaak genoeg laat horen. Om de verkoop van bladmuziek te stimuleren kregen revueartiesten al geld om bepaalde liedjes zo vaak mogelijk te uit te voeren. En zodra radio en platen hun intrede hadden gedaan werd ‘payola’ de Amerikaanse term voor geld dat door platenlabels aan radiostations werd betaald. In ruil voor het uitzenden van hun muziek. Het ‘pluggen’ door platenmaatschappijen en muziekuitgevers werd een onderdeel van de industrie. Radiomakers en DJ’s hadden niets meer te zeggen over welke muziek uitgezonden zou worden. Ze werd omgekocht. Eerst met geld, later in natura: drugs.

Ondertussen maakten technologische vernieuwingen als radio, grammofoonplaten en CD de internationale muziekindustrie alleen maar groter.
Met list en enig bedrog werd de wettelijke regulering op payolapraktijken gemakkelijk omzeild. En voor promoters waren concerten in grote sportstadiums in de jaren zeventig een goudmijn. ‘Fifty thousand people at worship in a statium. People aged twenty six aren’t equipped for that,’ zegt zanger Tony Bennett erover, inmiddels diep in de tachtig en begin van dit jaar nog op tournee met Lady GaGa. Volgens Napier Bell ‘the Nurenburg experience conveniently brought to your home town for twenty dollars a ticket’.

In 1981 startte de televisiezender MTV met de hit ‘Video Killed the Radiostar’ van een paar jaar eerder.  De titel alleen al was een ironische verwijzing naar eerdere praktijken. Het nummer, maar vooral de zender werden een doorslaand wereldsucces. Een nieuwe muziekdrager, de CD, een nieuwe televisiezender en een oud nummer zou het steeds opnieuw uitbrengen van bestaande hits zo lucratief maken dat de handel in compilaties en catalogi van platenlabels  alleen maar bigger business kon worden. Vrijwel alle muziek werd in de loop der jaren onder een paar megalabels samengebracht. De zoektocht naar nieuwe muziek, het opnemen en het in de markt zetten als wereldhits werd bijzaak. En dat is het nog steeds.

Tararaboem-dijee in eindeloze recycling.

DJ Tiësto reist inmiddels de wereld rond met een eigen evenement waar het niet meer om nieuwe muziek gaat, maar over de gemeenschappelijke beleving van Electronic Dance Music.  Raves in  Europa waren in de jaren tachtig meer dan muziek alleen. In het boek is dat een citaat van Rolling Stones-gitarist  Keith Richard. ‘Van drugs het ik nooit last gehad, van de politie wel’. Twintig jaar lang moest Amerika er dan ook niks van hebben. Nu dus wel, terwijl de muziek is vermagerd tot een stevige beat over aan elkaar gehusselde muziekfragmenten uit de grote voorraad oude hits van de paar megalabels die er nog zijn, wordt aan de oude hits nog steeds verdiend.

‘A dance night out at his event has become as mainstream as seeing Cirque du Soleil… Critics label it “Disney dance”. Tiësto calls it the Tiësto Experience.’

Dat zijn dus grotendeels snippers van liedjes die al zo vaak gerecycled zijn dat ze met de eerste paar noten meteen herkend worden. Het tararaboem-dijee-effect.

TA-RA-RA-BOOM-DE-AY beschrijft de internationale muziekindustrie door de jaren heen, gezien vanuit de schrijver zelf, met een veelheid aan feiten en feitjes die goed zijn gedocumenteerd. Vlot geschreven met een prettig roddelgehalte. Een heerlijk kijkje achter de schermen.

Frits Oostvogel schreef voor OOR en werkte als filmarchivaris bij Beeld en Geluid.

MINDBOOKSATH : athenaeum