Recensie: This is not a lovesong

25 november 2015 , door Marja Pruis
| | | |

Later vandaag in De Groene Amsterdammer, nu al te lezen op Athenaeum.nl: Marja Pruis over Yves Petry's Liefde bij wijze van spreken.
'Liefde bij wijze van spreken ontpopt zich als een traktaat, over de mogelijkheid van liefde, over emoties en gevoelens, over afstand en nabijheid, over seks en de afwezigheid van seks, en over depressie, dat laatste vooral. Het vertelde verhaal is extreem dramatisch [...]. Maar toch staat er dan opeens een wonderschone beschrijving van het gezicht van Vera, bijna aan het eind.'

N.B. Zie ook onze voorpublicatie uit de roman.

De schrijver vecht tegen een schaduwgestalte in de nieuwe roman van de Vlaamse schrijver Yves Petry, drie jaar geleden winnaar van de Libris Literatuurprijs met De maagd Marino. Is het de lezer, is het Kafka, of is het de schrijver zelf?

Met Liefde bij wijze van spreken schreef Petry opnieuw een roman die niet alleen een extreem gewelddadige geschiedenis vertelt, maar in zichzelf ook een commentaar is op literatuur als kunstvorm. Via het gefrustreerde, bozige gemoed van zijn verteller Alex Jespers, schrijver van een onverwachte bestseller, levert Petry commentaar op de oppervlakkige lezer, flinterdunne roem, lege kritiek. Dit is een deel van het verhaal.

Het andere deel behelst de geschiedenis van een driehoeksverhouding. Jespers leert op de middelbare school een broer en zus kennen, Jasper en Kristien Fielinckx. Nu ik de achternaam voor het eerst zelf neerschrijf, denk ik: Feelings. Het zou zomaar kunnen dat het vertelde verhaal een hersenspinsel is. Nu zijn verhalen dat natuurlijk in zekere zin altijd, maar in deze roman onderbreekt de verteller voortdurend zijn eigen verhaal om de lezer te doordringen van de kunstmatigheid van hetgeen hem wordt voorgeschoteld. Tegelijkertijd staat de emotionele geladenheid van het verhaal haaks op de steriliteit van dit kunstmatige concept.

Liefde bij wijze van spreken ontpopt zich als een traktaat, over de mogelijkheid van liefde, over emoties en gevoelens, over afstand en nabijheid, over seks en de afwezigheid van seks, en over depressie, dat laatste vooral. Het vertelde verhaal is extreem dramatisch, met veel ongelukken, pistoolgezwaai, kluizenaarschap; de personages zijn vaders, moeders en minnaars tegen wil en dank. Als de Fielinckx staan voor gevoelens, dan zou dochter Vera – ‘een wonder van geconcentreerde gratie’ – staan voor de waarheid. Zij is het lichtpunt dat zich niet laat vangen. Letterlijk niet, want ze doet niets liever dan klimmen, zit ze niet in een boom, dan hangt ze wel aan de gevel van de universiteitsbibliotheek. En ja, die blijkt minder solide dan gedacht, waarmee Vera’s lot bezegeld is.

In het begin van de roman leest scholier Jasper Fielinckx Kafka’s Brieven aan een verloofde. Hij is dan nog vol van grootse dromen en ambities, zowel op liefdes- als op schrijvers­gebied. ‘Kafka liet zien dat je je niet in de eerste plaats moest bekommeren om geloofwaardigheid of herkenbaarheid. Ook al beantwoordden zijn brieven niet aan je acute noden en vond je ze zelfs een beetje vervelend, daarom hoefde je zijn genie nog niet als deprimerend of irrelevant terzijde te schuiven. Kafka sterkte je tenminste in de intuïtieve idee dat er zoiets als een geheim kon bestaan. Dat het buitengewoon vruchtbaar kon zijn om met een geheim te leven.’

Het zou het beginsel van Petry kunnen zijn: het gaat niet om geloofwaardigheid of herkenbaarheid, en ook acute noden worden niet gelenigd. Irrelevant is ook weer zowat, maar het resultaat van zijn schrijven is wel tamelijk deprimerend en vervelend. De iezegrim in wie Jasper verandert na een groot ongeluk is lang van stof en eentonig in zijn register. Hetzelfde geldt voor zijn creator, Alex Jespers, die zich in het vijfde hoofdstuk openbaart als het meesterbrein achter de vertelling. Jasper en Jesper(s), de namen zijn wel zeer verwant, en nu ik eenmaal in de namenkunde verzeild raak heb ik ook maar opgezocht waarvoor Alex staat: beschermer der mannen. Kristien, ‘de aangewezene’, is het monster, het vraatzuchtige moederdier, egoïstisch, verwerpelijk, gevoelloos.

Vijfentwintig jaar later – en driehonderd bladzijden verder – denkt Jasper terug aan Kafka. Hoe hij tóen, hormonaal aangejaagd, opliep tegen de droogte van diens proza, en inmiddels beseft hoezeer de liefde van Kafka een papieren aangelegenheid was. Niet gericht op echt contact, alles voor de literatuur.

Het geldt ook voor Liefde bij wijze van spreken, een roman die over het hoofd van de lezer heen geschreven is. Het boek is een noot die je moet kraken, en de vraag is wat het kraken je oplevert uiteindelijk. Niet dat er altijd maar winst in het vooruitzicht moet liggen, maar het kraken zelf is geen onverdeeld plezierige bezigheid. De schrijver torent ergens hoog boven zijn boek uit, en kijkt meewarig, zo niet haterig naar zijn lezer. Slaagt deze voor de test en begrijpt hij dat de schrijver juist commentaar levert op verfoeilijk sentimentele literatuur door de pagina’s vol te plempen met eindeloos therapeutisch gejeremieer over motieven en relaties? Of toont de lezer zich een oppervlakkige zoeker naar iets echts, een zin, een omschrijving, een personage dat door het papier heen breekt?

Door het papier heen breken, dat kán niet eens. Maar toch staat er dan opeens een wonderschone beschrijving van het gezicht van Vera, bijna aan het eind. ‘Rond haar ingehouden glimlach speelde een zweem van spot of verlegenheid. Het rechteroog was open en rond als een zon; aan het andere gaf een lichtjes neerhangend ooglid de vorm van een afnemende maan. En die combinatie van zon en maan, van half loom en klaarwakker, creëerde een uitdrukking van pientere reserve, van openheid vermengd met bijgedachten.’

Yin en yang, ze staan daar wel degelijk te wenken aan de horizon. Hadden die zon en die maan maar wat meer hun verwarmende, verlichtende werk mogen doen van deze toornige schepper.

(Athenaeum Boekhandel en De Groene Amsterdammer werken samen, bijvoorbeeld in boekverkoop.)

Gerelateerde boeken

MINDBOOKSATH : athenaeum