Recensie: Tussen western en Heimatroman

25 november 2015 , door Jerker Spits

In de roman Het duistere dal (Das finstere Tal, vertaald door Goverdien Hauth-Grubben) van de Duitse schrijver Thomas Willmann komt een schilder aan in een vijandig bergdorp. Hij vraagt de stugge boerenbevolking of hij er mag overwinteren. Er gebeurt weinig, tot een koe een mismaakt kalf baart. ‘En eindelijk gaf een man die verder naar achteren stond hardop uitdrukking aan wat ze allemaal dachten en wisten, op een toon waarop iemand aankondigt dat het gras nat wordt nadat het begonnen is te regenen: “Dit is geen goed teken. Daar komt onheil van.”’

Thomas Willmann schreef filmrecensies voor verschillende Duitse kranten, voor hij in 2010 debuteerde als romanschrijver met Het duistere dal. De roman werd in 2014 verfilmd en was een groot succes in Duitse bioscopen. In Het duistere dal schrijft Willmann over de schilder Greider die als vreemdeling in een besneeuwd bergdorp aankomt. Na een tijdje loopt de spanning op. De jongste zoon van de familie Brenner komt om het leven. En de vraag is of de komst van Greider hier iets mee te maken heeft.

Akelige precisie

Willmann schrijft met een akelige precisie. Bijvoorbeeld als hij laat zien wat je voelt als er een kogel door je lijf gaat. Maar hij kan ook gevoelvol schrijven over de liefde:

‘Toen het meisje haar ouders haar liefde had opgebiecht, had haar moeder haar omarmd en stevig tegen zich aan gedrukt, waarbij het hoofd van de moeder nu tegen de borst van het kind drukte, dat groter was geworden dan zij. En haar ogen waren vochtig geworden: door tranen van vreugde, zodat het meisje geloofde omdat het kind nu iemand had gevonden en het weldra zou meemaken wat haar ouders allang kenden – namelijk wat het betekende een mens aan je zijde te hebben die je hielp het zware te dragen, en die als een spiegel van je eigen geestdrift al het mooie voor je verdubbelde’.

Ook Willmanns beschrijving van spelende kinderen in een bergdorp mag er zijn:

‘School was er niet, en alles wat ze hier boven moesten weten om te leven, leerden ze in de praktijk. De spelletjes die ze speelden, waren eenvoudig en vaak ruw, want als speelgoed hadden ze alleen maar hun eigen, van bewegingsdrang en honger naar ervaring vervulde lijven en wat de natuur hun te bieden had. De trofeeën van een geslaagde dag waren schrammen en korsten, geschaafde knieën en blauwe plekken’.

Filmbeschrijvingen

Maar de roman is stilistisch niet altijd even sterk. Na de beschrijving van een kil berglandschap waarin een eenzame man zijn weg probeert te vinden, schrijft Willmann: ‘Dit was geen omgeving die tot nieuwsgierigheid en openheid opvoedde en waar het onbekende welkom was.’ Je krijgt niet alleen een beschrijving van de bergen en de eenzame man op zijn paard. Je krijgt als lezer ook te horen hoe je het moet lezen. De beschrijvingen zijn in vergelijking met meer literaire romans soms weinig verrassend: ‘het ruisen van de bladeren’, ‘de knoestige hand’, ‘de onverzettelijke blik’.

Het is alsof je onderduikt in een andere tijd: die van de Westernfilms van Sergio Leone.
Misschien komt dat ook door de omslag van het boek, waarin de close-up van de Duitse acteur Hans-Michael Rehberg doet denken aan Clint Eastwoods samengeknepen ogen in The Good, the Bad and the Ugly (1966). De omslag is wat opdringerig. Alsof je al voordat je de eerste zin hebt gelezen moet denken: dit is een geweldig boek, net zo goed als de films van Sergio Leone!

Een spannend verhaal

Het is misschien interessant om Willmanns stijl te vergelijken met die van een andere Duitse schrijver: Ferdinand von Schirach (De zaak Collini). Bij hem lijkt de spanning wat meer gedoseerd, de stijl eenvoudiger en daardoor krachtiger. Von Schirach laat meer aan de verbeelding van de lezer over. Ook besteedt hij meer aandacht aan de binnenwereld van de personages, aan wat er in hen omgaat. Bij Willmann barst een van de personages na een brute moord plots in huilen uit. Waar komt die emotie opeens vandaan, vraag je je dan af.

Willmann combineert twee genres: western en Heimatroman. In het nawoord van zijn boek neemt hij zijn ‘tiroler of cowboyhoed’ af voor twee ‘beschermheiligen’: Sergio Leone, de Italiaanse westernregisseur en Ludwig Ganghofer, de Beierse schrijver die bekend werd met zijn Heimatromane. Wie van die genres houdt, zal de combinatie bij Greiner misschien geslaagd vinden. Voor de lezer die meer van literatuur verwacht dan een spannend verhaal, blijft de roman misschien wat vlak.

Jerker Spits is germanist. Hij promoveerde in 2008 op een proefschrift over de Duitstalige autobiografie en schreef over Duitse literatuur voor TrouwDe Gids en De Groene Amsterdammer.

Gerelateerde boeken

MINDBOOKSATH : athenaeum