Recensie: Uitgever Jonathan Galassi blikt terug op carrière met fictie

25 november 2015 , door Maarten Dessing
| | | |

Geen traditionele memoires, maar een roman waarin de Amerikaanse uitgever Jonathan Galassi van Farrar, Straus and Giroux ervaringen, ontmoetingen en anekdotes oprakelt. Wat een plezier moet hij hebben gehad om zijn herinneringen te verbasteren en te vermengen met een intrige waarvan een boekenliefhebber zeker plezier aan beleeft. Muse verscheen twee maanden voor de Nederlandse vertaling Toen boeken nog boeken waren (vertaling Lidwien Biekmann). Door maarten dessing.

De Nobelprijs of de dichteres

Eindelijk! Een Nobelprijs voor een Nederlandse auteur! In Jonathan Galassi’s roman Muse in ieder geval. Alleen krijgt niet Hendrijk David de prijs, die al jaren iedere eerste donderdag van oktober met groeiende wanhoop bij de telefoon wacht op het verlossende gerinkel, maar de obscure essayist Dries van Meegeren, die aldus wordt beloond voor zijn jarenlange promotietour in Scandinavië. De officiële bekendmaking in Stockholm, die altijd samenvalt met de grote internationale boekenbeurs in Frankfurt, leidt onmiddellijk tot de gebruikelijke hectiek.

Publishers from nearly everywhere, who before today had never heard of Van Meegeren, swarmed the normally empty Dutch hall, anxious to buy themselves a Nobel Prize winner. The booth of De Bezige Bij, The Busy Bee, van Meegeren’s lucky publisher, resembled a rebooking desk in an airline terminal after a canceled flight.
Uitgevers uit de hele wereld, die nog nooit van de man hadden gehoord, dromden samen in de normaal gesproken lege Nederlandse hal in de hoop een Nobelprijswinnaar aan de haak te slaan. De stand van De Bezige Bij, de gelukkige uitgever van Van Meegeren, leek op de terminal van een vliegmaatschappij na een gecancelde vlucht.

Voor Paul Dukach, hoofdpersoon van Muse, is het maar een detail. Hij denkt op de Buchmesse alleen maar aan het bezoek dat hij aansluitend zal brengen aan Ida Perkins in Venetië. De bejaarde dichteres, winnares van maar liefst vijf National Book Awards en twee Pulitzers, is de reden dat hij als onbegrepen tiener in een provinciaal gat een levenslange liefde voor de letteren opvatte, literatuur ging studeren, en in het boekenvak terechtkwam, tegenwoordig als redacteur van de onafhankelijke uitgeverij Purcell & Stern. Voor het eerst in zijn leven zal hij zijn idool ontmoeten.

Een alternatieve geschiedenis

Toch loont het de moeite om langer stil te staan bij de Nederlandse Nobelprijs. Het toont aan waar het Galassi in Muse om te doen is. De 66-jarige Amerikaan werkt al veertig jaar in de uitgeverij, tegenwoordig als directeur van dé literaire uitgeverij van New York: Farrar, Straus and Giroux. Hij moet ergens hebben opgevangen hoe gefrustreerd Nederland is dat onze literatuur nog nooit een Nobelprijs ten deel is gevallen, hoezeer Harry Mulisch en Cees Nooteboom concurreerden om de eer de eersten te zijn, dat Mulisch elk jaar bij de telefoon wachtte... Galassi móést dat gewoon kwijt.

Muse is geen sleutelroman, die een op een zulke feiten openbaart. Maar Galassi heeft zijn intrige van Paul Dukach en Ida Perkins zonder twijfel bedacht om een alternatieve geschiedenis te schrijven van het naoorlogse Amerikaanse boekenvak. Alles wat hij in zijn carrière heeft meegemaakt, iedere persoonlijkheid die hij ontmoette, de talrijke bizarre anekdotes die hij hoorde – hij heeft het allemaal verwerkt. Wie de mensen kent, heeft regelmatig een o ja-Erlebnis. Howard Stern, die heeft iets van uitgever Roger Straus. Dmitry Chavchavadze: de dichter Joseph Brodsky. Enzovoorts.

Dmitry was considered the most important Georgian poet of the century, and the Swedish Academy had concurred, enNobeling him unprecedented early, at the age of thirty-eight. His poems in Russian were said to be at once hypnotically lyrical and cynically disaffected, but some saw the English-language versions, which he insisted on creating himself, as an unintentional pastiche that relied on an insufficient understanding of his target language. Still, his status as a freedom fighter combined with his brilliance and take-no-prisoners implacability conferred impregnable authority on Dmitry. "Is sheet!" he’d shout, about the work of a writer he didn’t rate, which was most of them. "Sheet! Sheet! Sheet!!" This turned out to be a surefire argumentative technique, since few had the temerity to disagree.
Dmitry werd als de grootste Georgische dichter van de eeuw beschouwd; de Zweedse academie was het daarmee eens en had hem de Nobelprijs toegekend op de bijzonder jonge leeftijd van achtendertig jaar. Zijn Russische gedichten zouden zowel hypnotisch lyrisch als cynisch vijandig zijn, maar sommige mensen zagen de Engelse vertalingen – die hij per se zelf wilde maken – als onbedoelde pastiche vanwege zijn ontoereikende begrip van de doeltaal. Toch verleende zijn status van vrijheidsstrijder in combinatie met zijn virtuositeit en zijn compromisloze onverbiddelijkheid Dmitry een onaantastbare autoriteit. ‘Is nieks!’ riep hij uit over het werk van een auteur die hij niet zag zitten, wat bij de meeste het geval was. ‘Nieks! Nieks! Nieks!’ Dat bleek een ijzersterk argument te zijn, aangezien maar weinigen het lef hadden om daar iets tegen in te brengen

Muse heeft een fascinerende, met schwung en merkbaar plezier opgezette intrige – daar niet van. Denk: in onbegrijpelijke code geschreven notitieboekjes die een befaamd dichter en ex-echtgenoot van Ida Perkins heeft nagelaten. Een levenslange rivaliteit tussen twee literaire uitgevers, wiens karakters niet meer van elkaar hadden kunnen verschillen, over het recht om Perkins te mogen uitgeven. En een geheim manuscript met explosieve inhoud dat alleen postuum kan worden uitgegeven. Een echte boekenliefhebber zal zeker de grap en de spanning ervan begrijpen.

De goede oude tijd

Maar als dit verhaal verteld is, gaat Galassi dóór. Muse bevat een veel te lange epiloog omdat de auteur kostte wat kost wil laten zien hoe het boekenvak de laatste jaren is veranderd. En dus krijgt Dukach – toepasselijk vernoemd naar de componist Paul Dukas, tegenwoordig alleen nog bekend van ‘De tovenaarsleerling’ – een relatie met een content editor van internetretailer Medusa. Biedt grote baas George Boutis hem daar een baan aan, die hij afwijst omdat hij alleen kan werken vanuit zijn ouderwetse liefde voor literatuur. Daarom besluit hij maar een boek te schrijven. Over Ida Perkins uiteraard.

Ondanks de wat afstotelijke sentimentele klank is de Nederlandse titel van de roman daarom toepasselijker dan het origineel. Muse, dat verwijst naar Ida Perkins en bij uitbreiding naar de schone letteren als inspiratiebron voor alles wat Paul doet. Maar Toen boeken nog boeken waren verwijst naar het gevoel dat er een goede oude tijd was die iedere pagina van deze roman ademt. De tijd dat uitgevers markante gentleman-gokkers waren, boeken een betrekkelijk schaars goed omdat de oplage per definitie beperkt was, boekhandels centra van beschaving...

Oftewel, de tijd, zoals Galassi zelf verwoordt in zijn tegelijk soepele en barokke Engels:

… when books furnished many a room, and their contents, the magic words, their poetry and prose, were liquor, perfume, sex, and glory to their devotees. These loyal readers were never many but they were always engaged, always audible and visible, alive to the romance of reading. Perhaps they still exist underground somewhere, hidden fanatics of the cult of the printed word.
… toen menig huiskamer nog ruim voorzien was van boeken, en toen hun inhoud – hun magische woorden, hun poëzie en hun proza – nog de drank, het parfum, de erotiek en de trots van hun vereerders was. Zulke trouwe lezers waren nooit talrijk, maar altijd betrokken, altijd hoorbaar en zichtbaar, en gevoelig voor de romantiek van het lezen. Misschien zijn ze er nog wel, ergens ondergronds: die verborgen, fanatieke vereerders van het gedrukte woord.

Maarten Dessing is freelance journalist voor onder meer Knack, De Standaard, Boekblad, Bibliotheekblad en Schrijven Magazine. Zie ook zijn blog maartendessing.blogspot.com.

MINDBOOKSATH : athenaeum