Recensie: Verlangen naar de vader

25 november 2015
| | |

In een eenvoudige en poëtische stijl slaagt Botho Strauß er in Herkomst (Herkunft, vertaald door Gerrit Bussink) in beelden op te roepen die ontroeren. Strauß schrijft met liefde over zijn vader, een farmaceut die eenzaam thuis experimenteerde, en nooit het medicijn vond waar hij naar zocht. ‘Ik zag hem elke dag schrijven en soms heb ik het gevoel dat hij me dwong die gebogen houding over te nemen en hem in mij te bewaren door hem te imiteren. Dat had niets te maken met een besluit of met vrije wil.’ Door jerker spits.

Botho Strauß (1944) heeft zijn sporen in de Duitse literatuur ruimschoots verdiend. Hij schreef toneelstukken, essays en romans. Al vanaf de jaren zeventig is hij een van de meest gespeelde Duitse theaterschrijvers. In 1989 won hij de Georg Büchner Preis, de belangrijkste literaire prijs in het Duitse taalgebied.

De ondertoon van het werk van Strauß is een zeker cultuurpessimisme. Hij kijkt terug en beweent een immens verlies aan traditie. De mens gaat volgens hem te zeer op in het heden, in commercie en media. De schrijver vergelijkt de overgeleverde traditie met een lading kostbaar voedsel, die voor de stad verdort vanwege problemen met invoerrechten.

Die cultuurkritiek kreeg soms een polemische toon, zoals in zijn roemruchte essay Anschwellender Bocksgesang (1993). Af en toe was Strauß moeilijk te volgen. Hij schreef esoterisch en cryptisch. Je kon verwijzingen naar de Duitse romantische traditie ontcijferen, maar tastte al snel weer in het duister. De schrijver leek zich te presenteren als dichter, ziener en dwaas, die waarnam wat voor anderen verborgen bleef (Lichter des Toren. Der Idiot und seine Zeit, 2013). Ook schreef hij over denkers en schilders van wie de werken evenmin makkelijk te duiden zijn: Martin Heidegger, Oswald Spengler en Gerhard Richter (Der Aufstand gegen die sekundäre Welt, 1990).

Vader

Zijn laatste boek, het kleine prozawerk Herkomst is rijk aan poëtische beelden, maar is veel toegankelijker dan de hierboven genoemde boeken. Strauß schrijft ontroerend over zijn jeugd en zijn vader. Duitse critici waren dan ook vol lof. ‘Herkomst is een ontroerend boek vanwege de weerloosheid, waarmee Strauß over het verlangen naar zijn vader vertelt,’ schreef Die Zeit. En Der Tagesspiegel oordeelde: ‘De intelligentie en doordachtheid van dit proza is unzeitgemäß. En daarom is het een prachtige leeservaring’.

De vader van Strauß raakte in de Eerste Wereldoorlog gewond. Een kogel kwam zijn hoofd binnen, hij verloor zijn linkeroog, kon geen diepte meer zien en zijn smaakpapillen waren beschadigd. Hij werkte thuis als farmaceut, experimenteerde met reageerbuisjes. Maar de condities waaronder hij zijn werk kon doen waren volstrekt ontoereikend. Hij beschikte niet over een goed laboratorium. Gaandeweg raakte hij steeds eenzamer:

‘Ik herinner me dat hij ter gelegenheid van zijn vijfenzeventigste verjaardag zelf een klein jubileumartikel voor de Deutsche Apothekerzeitung schreef, dat ook werd gepubliceerd. Niemand had aan hem gedacht, terwijl men ter gelegenheid van zo’n datum een auteur toch eigenlijk in het zonnetje zet. En ik heb een foto van hem gemaakt, zittend aan zijn bureau, met zijn voorhoofd rustend op zijn hand, zijn manier om de krenking af te schermen. Ik had het toestel in Trier van hem gekregen tijdens onze tweede reis naar zijn geboortestad. Bij de eerste reis kreeg ik na hardnekkig gezeur en gebedel een Texas-shirt met korte mouwen en scènes uit de wilde busbush, zoals die destijds in de mode waren en die hij verafschuwde. Maar dat en zoveel meer wat hij me slechts tegenstribbelend toestond, was nu eenmaal de prijs voor mijn aanwezigheid bij de sentimentele terugkeer van de oude man naar de plaatsen uit zijn kinderjaren.’

Jeugd

Strauß vertelt over zijn kinderjaren en jeugd in de jaren veertig en vijftig, over Naumburg en het kleine Bad Ems. Dat doet hij met een precieze herinnering aan alle voorwerpen en geuren:

‘De voetstappen, de geluiden, de stem van mijn vader in de gang, betrouwbaar, onberispelijk, gewoontevormend. Koffiegeur en de geur van de stof van de koffiemuts. De verse broodjes in de tas met de geborduurde naam erop voor de deur van de woning. […] We herinneren ons een tijd waarin we nog de bescherming van de toekomst genoten: de dingen – hoe we er ook mee omgingen – moesten nog komen. Onbezorgde kinderjaren bestonden niet. Eerder is het zo dat ons in de loop der jaren een flinke dosis teleurstellingen ten deel valt, die ons terugbrengen naar de dagen toen alles nog de geur van onschuld ademde, toen elke belevenis de belofte inhield dat het weldra anders zou worden; de kwelling van het gebrek aan rijpheid zou voorbijgaan, maar het aangename van de jeugd zou nog groter kunnen zijn als we eenmaal volwassen, zelfverzekerd genoeg waren geworden.’

Strauß vertelt precies, over zijn eigen herinnering en over wat herinnering is. Het is een groot geluk voor de Nederlandse lezer dat dit boek vertaald is door Gerrit Bussink. Voor alle boeken die hij vanaf de jaren zeventig voor Nederlandse lezers met grote inzet vertaald heeft, ontving Bussink deze zomer de Straelener Übersetzungspreis van de Kunststiftung Nordrhein-Westfalen en het Europese Übersetzer-Kollegium. Het is een grote blijk van erkenning voor de intussen zeventigjarige vertaler, die ook hier helder en precies te werk is gegaan.

In Herkomst is het Botho Strauß gelukt zijn soms duistere verlangen naar het verleden tastbaar te maken, en ontroerend over het verlangen naar zijn jeugd en zijn vader te schrijven. Het is prachtig proza, heel geconcentreerd, dat je raakt en aan het denken zet.

Jerker Spits is germanist. Hij promoveerde in 2008 op een proefschrift over de Duitstalige autobiografie en schreef over Duitse literatuur voor Trouw, De Gids en De Groene Amsterdammer.

Gerelateerde boeken

MINDBOOKSATH : athenaeum