Recensie: Wim, je had gelijk, maar niet helemaal - over de zestig van Brands

04 maart 2015 , door Daan Stoffelsen
| | | |

Lijstjes zijn een heerlijke manier om je leven en lezen te ordenen, en om die reden is de inhoudsopgave alleen al de moeite waard van Nederlandse literatuur van de 21e eeuw. De nieuwe schrijvers van het nieuwe millennium. Wie missen we in de selectie van Wim Brands en zijn dochter Nikki? Wie zou ook in een selectie van dertig, of vijftien of vijf passen? Maar belangrijker: wat zeggen deze schrijvers over onze literatuur? Een poging tot een antwoord. Door daan stoffelsen.

De inhoudsopgave

De volledige inhoudsopgave zetten we hieronder, met verwijzing naar de fragmenten die wij van die auteurs op Athenaeum.nl hebben staan. Wat opvalt: zeer ervaren schrijvers staan ertussen en debutanten, bekroonden en beloften. Annelies Verbeke, Christiaan Weijts, Jan van Mersbergen, Robbert Welagen, Sanneke van Hassel, Maartje Wortel, Esther Gerritsen, Ilja Leonard Pfeijffer naast Bregje Hofstede, Emma Curvers, Nina Polak, Niña Weijers, Roman Helinski. De laureaten van de BNG Nieuwe Literatuurprijs staan er veelal in, een enkele winnaar van een grote prijs als Pfeijffer, Marente de Moor en Joost de Vries. Brands heeft zelf in interviews Anton Dautzenberg als grootste talent genoemd, met kort daarachter Wytske Versteeg en Gustaaf Peek.

Stephan Enter niet, want die debuteerde in 1999, Peter Terrin in 1998. Daan Heerma van Voss niet of Christophe Van Gerrewey, evenmin als Joris van Casteren, Anne-Gine Goemans, Erik Nieuwenhuis, Jaap Robben, Vrouwkje Tuinman, Gerwin van der Werf, Peter Middendorp, Özcan Akyol, Mano Bouzamour, zoals Coen Peppelenbos signaleerde. Ikzelf mis vooral Bart Koubaa, Stijn van der Loo, Gilles van der Loo, Bert Natter, Richard de Nooy en Ivo Victoria.

Het is een keuze, en een moeilijke, Brands schrijft het zelf in zijn voorwoord: 'Nee, dacht ik, toen me werd gevraagd een bloemlezing samen te stellen van Nederlandse en Vlaamse schrijvers die in dit millennium hun eerste prozawerk voor volwassenen publiceerden.' Ja, dacht hij uiteindelijk, en gelukkig. Maar je zou deze bundel verbeterde herdruk na herdruk toewensen, zodat we over vijf jaar met een ander zestigtal preciezer kunnen zijn.

Het portret

Ondertussen zegt deze momentopname wel iets over ons literaire landschap. Zelden, bijvoorbeeld, spelen zich fragmenten af buiten de Lage Landen. Wel natuurlijk Peter Buwalda en Joost de Vries, alle twee de V.S., Ilja Leonard Pfeijffer in Genua. Gustaaf Peeks roman speelt zich ook grotendeels in de V.S. af. En bij nader inzien ook Bregje Hofstede, Pia de Jong, Thomas Heerma van Voss, Bertram Koeleman, Marente de Moor, David Pefko, Carolina Trujillo, Sana Valiulina en Lot Vekeman. Maar ook bij hen zijn de meeste hoofdpersonen Nederlander. Met Koelemans roman erbij spelen er maar vijf van de zestig in de Verenigde Staten, wat het gevoel tegenspreekt dat deze generatie eerder transatlantisch dan Europees leest en schrijft. Vooral Nederlands dus. Vier-vijfde komt amper Nederland en België uit.

‘Het is opvallend hoe prominent in mijn bloemlezing de jonge schrijfsters zijn vertegenwoordigd, met vitaal proza dat vrijmoedig is en waaruit niet zelden een groot gevoel voor zelfspot spreekt. Navelstaarderig huiskamerproza is veel van dit proza wel genoemd, geschreven door jonge vrouwen die hun moderne leed uitventen – zoals opgevoed worden door gescheiden ouders,’ schrijft Brands in zijn voorwoord. Onterecht, stelt hij, aan de hand van Esther Gerritsen, Daphne Huisden, Maartje Wortel, maar tegenvoorbeelden zijn in zijn eigen selectie te vinden: Emma Curvers, Nina Polak. Vrijmoedigheid, zelfspot, oké, maar het blijft niet alleen geografisch, maar ook qua perspectief, stijl, plotontwikkeling vaak netjes tussen de lijntjes.

De variatie

Het moet ook niet onleesbaar worden. Ongetwijfeld koos Brands daarom voor het traditionelere Ik was Amerika (2010) van Gustaaf Peek in plaats van Godin, held (2014). Selecteerde hij uit Anton Dautzenbergs Extra tijd daarom niet een van de door psychopraat moeilijk te verteren zelfreflecties van de hoofdpersoon, maar een heldere herinnering, met een scherpe observatie, aangenaam naïef toongezet:

‘Op de B1 werden ze herenigd, dit keer alle drie. Marcel was nog altijd een iel mannetje; Werner was een stuk forser en kreeg al schaamhaar. Lang dacht Marcel dat de drie minuten pauze tussen hun geboorte de oorzaak was van die afwijkende fysieke ontwikkeling. Drie minuten kunnen belangrijk zijn; het is de gemiddelde lengte van een popsong. Hoeveel mensenlevens zijn er niet veranderd door een liedje.’

En koos hij bij Ricus van de Coevering, Esther Gerritsen, Toine Heijmans en Peter Buwalda voor passages die de plot van die boeken bepalen, niet zonder drama en spanning. Ik zeg wel dat het netjes tussen de lijntjes is allemaal, het is zeker niet eenvormig. In het ene boek overheerst de psychologie, in de ander de spanning, dan weer de sfeer (Jan van Mersbergens Naar de overkant van de nacht!). De stijl. Brands koos uit Chrétien Breukers' Een zoon van Limburg een afgerond, mooi verhaal, dat op het eerste gezicht heel kaal is neergeschreven:

‘De vrouw gaf een paar ferme rukken aan het touw. De herdershond gaf het op en hing, nog naschokkend, slap aan het touw. Als laatste daad van verzet liet hij zijn uitwerpselen in het rond spatten. Mijn vader werd net niet geraakt. De vrouw hield het beest nog een paar minuten in de lucht en liet het touw daarna los. Het ontzielde hondenlichaam plofte op de grond.
“Dag bakker (mijn vader werd door iedereen bakker genoemd, hij bracht immers het brood rond), ja, het is wat, ik was even de hond aan het ophangen.”’

Breukers geeft smaak aan de anekdote, met die 'laatste daad van verzet', 'ontzield', en vooral die opmerking tussen haakjes over de vader. Het is niet mijn smaak, haakjes horen niet in fictie thuis, ze markeren onderonsjes, terwijl dit verhaal heel goed zonder kan.

Drie uit de zestig

Als je dat vergelijkt met de drie auteurs die Brands in interviews omhooghield als de veelbelovendste van de zestig - Dautzenberg, Versteeg, Peek - dan valt de ernst op. Efficiënt is de stijl, scherp zijn de observaties. In het Dautzenbergfragment is er geen actie, maar bij Versteeg is de spanning voelbaar, en ziet ze toch kans betekenisvol te observeren:

‘Maar hij was te beleefd om weg te gaan, hij wachtte op mijn toestemming. Ik deed een stap naar voren en zag hoe hij zijn spieren aanspande. Ik stak een hand naar hem uit, hij liet zijn armen hangen. Ik pakte een van zijn handen en hij stribbelde niet tegen, maar ik kon voelen hoe hij die hand verliet. Ik tilde zijn arm op en deed alsof ik met hem wilde dansen. Hij bleef staan. Ik liet zijn arm weer los.
“Je moet jezelf een beetje laten gaan, Boy, dat zul je nodig hebben later.”
Hij keek naar mij zoals je naar een onvoorspelbaar dier zou kijken; mat de afstand tussen ons met zijn ogen alsof hij zich klaarmaakte om elk moment te kunnen vluchten, maar hij bewoog zich niet.’

Ze kon voelen hoe hij die hand verliet. Hij mat de afstand. Dit is een confrontatie die niet goed kan aflopen, en Versteeg toont het, en haar beeldgebruik geeft die ervaring diepte.

In het fragment uit Gustaaf Peeks roman blijft een confrontatie juist uit:

‘– [...] Meneer Winter, ik vind het erg spijtig voor u, maar ik voorzie geen kinderen voor u en uw vrouw in de toekomst.
Hij reed op de fiets naar huis. Nettie was niet in de zitkamer of de keuken. Hij vond haar op bed, haar gezicht naar het raam.
– Er stond iemand voor de deur, ik heb niet gekeken wie. Ik heb niet opengedaan. Mensen zullen denken dat ik het expres doe. Dat ik egoïstisch ben.
– Wees nou ’s rustig. Daar heeft het niets mee te maken. Het heeft helemaal niets met jou te maken. De dokter heeft gezegd dat er met jou niets aan de hand is.
Niet zij, maar hij was de oorzaak.’

Peek beschrijft een tragedie, die de hij probeert te vermijden. Er is een onderkoeldheid in hoe hij omgaat met het nieuws, een nadruk in zijn woorden (driemaal 'niets', dat zegt iets), en die toonzetting is terecht, als je de opwinding van Nettie proeft (tweemaal 'niet', dat zegt iets, maar vooral viermaal 'ik').

Ja, je zou dat graag weten, hoe gelijk of ongelijk Brands gaat krijgen, maar ik kan hem ver volgen in zijn keuze. We hopen op een verbeterde herdruk. We hopen op een traditie. En we kijken uit naar over vijftien jaar, als mijn dochter ook mee kan lezen. De eenentwintigste eeuw. De eerste dertig jaar. De beste zestig, ik heb de titel al. En de eerste zinnen van het voorwoord: 'Wim, je had gelijk. Maar niet helemaal.'

Daan Stoffelsen is webboekverkoper bij Athenaeum Boekhandel, recensent en redacteur van de Revisor.

Dit zijn de zestig

  • Gerbrand Bakker, Boven is het stil [leesfragment uit De omweg]
  • Griet Op de Beeck, Kom hier dat ik u kus [leesfragment]
  • Walter van den Berg, Van dode mannen win je niet
  • Hanna Bervoets, Alles wat er was [leesfragment uit Efter]
  • Thomas Blondeau, Het West-Vlaams versierhandboek [leesfragment uit Donderhart]
  • Merijn de Boer, Nestvlieders [leesfragment uit De nacht]
  • Thijs de Boer, Vogels die vlees eten
  • Mark Boog, De warmte van het zelfbedrog [leesfragment uit Het lot valt altijd op Jona]
  • Chrétien Breukers, Een zoon van Limburg
  • Peter Buwalda, Bonita Avenue [leesfragment]
  • Ricus van de Coevering, Sneeuweieren [leesfragment uit Noordgeest]
  • Saskia De Coster, Wij en ik
  • Ann De Craemer, Vurige tong
  • Emma Curvers, Iedereen kan schilderen [leesfragment]
  • A.H.J. Dautzenberg, Extra tijd [leesfragment]
  • Esther Gerritsen, Roxy [leesfragment]
  • Elke Geurts, Lastmens
  • Erik Jan Harmens, Kleine doorschijnende man
  • Sanneke van Hassel, Ezels [leesfragment uit Nest]
  • Thomas Heerma van Voss, De derde persoon [leesfragment]
  • Toine Heijmans, Op zee [leesfragment]
  • Roman Helinski, Bloemkool uit Tsjernobyl [leesfragment]
  • Bregje Hofstede, De hemel boven Parijs [leesfragment]
  • Philip Huff, Niemand in de stad [leesfragment]
  • Daphne Huisden, Alles is altijd fictie [leesfragment]
  • Auke Hulst, Kinderen van het ruige land [leesfragment uit Slaap zacht, Johnny Idaho]
  • Pia de Jong, Lange dagen
  • Shira Keller, M.
  • Bertram Koeleman, De huisvriend
  • Ernest van der Kwast, Mama Tandoori [leesfragment uit De ijsmakers]
  • Renée van Marissing, Strak blauw
  • Jan van Mersbergen, Naar de overkant van de nacht [leesfragment]
  • Marente de Moor, De Nederlandse maagd [leesfragment]
  • Hannah van Munster, Onder de dreven
  • Jamal Ouariachi, Vertedering [leesfragment]
  • Gustaaf Peek, Ik was Amerika [leesfragment]
  • David Pefko, Het voorseizoen [leesfragment]
  • Ilja Leonard Pfeijffer, La Superba [leesfragment]
  • Joubert Pignon, Er gebeurde o.a. niets [leesfragment]
  • Nina Polak, We zullen niet te pletter slaan [leesfragment]
  • Barry Smit, Om het nu [leesfragment]
  • Philip Snijder, Zondagsgeld [leesfragment uit De volcontinu]
  • Rinus Spruit, Een dag om aan de balk te spijkeren
  • Anneloes Timmerije, Zwartzuur [leesfragment uit De grote Joseph]
  • Franca Treur, Dorsvloer vol confetti [leesfragment uit De woongroep]
  • Carolina Trujillo, De terugkeer van Lupe García
  • Anton Valens, Het boek Ont [leesfragment]
  • Sana Valiulina, Kinderen van Brezjnev
  • Margot Vanderstraeten, Mise en place
  • Jan Vantoortelboom, Meester Mitraillette [leesfragment]
  • Lot Vekemans, Een bruidsjurk uit Warschau [leesfragment]
  • Annelies Verbeke, Slaap!
  • Wytske Versteeg, Boy [leesfragment]
  • Joost de Vries, De republiek [leesfragment]
  • Robert Vuijsje, Alleen maar nette mensen
  • Niña Weijers, De consequenties [leesfragment]
  • Christiaan Weijts, Art. 285b [leesfragment uit De linkshandigen]
  • Robbert Welagen, Het verdwijnen van Robbert [leesfragment]
  • Hannah van Wieringen, De kermis van Gravezuid [leesfragment uit Hier kijken we naar]
  • Maartje Wortel, Dit is jouw huis
MINDBOOKSATH : athenaeum