Recensie: Wonen is een kwestie van aanpassen

11 mei 2015 , door Pieter Hoexum
| | |

Het boek Dorp stad land. De Lage Landen in woorden lijkt misschien meer een naslagwerk dan een leesboek, meer iets voor ‘deskundologen’ dan voor leken, maar schijn bedriegt. Op een heel merkwaardige maar belangwekkende manier beschrijft bouwkundige en taalkundige Maartenjan Hoekstra niets minder dan een complete cultuurgeschiedenis van de Lage Landen, van de prehistorie tot nu, van nomaden tot forensen, van hunebed tot Zuidas, van grot tot rijtjeshuis. Nederland blijkt dan wel niet maakbaar, maar toch wel veranderbaar. Door pieter hoexum.

Een etymologie van wonen

In mijn bespreking van Han Lörzings Jaren van verandering klaagde ik er een beetje over dat het onderwerp ruimtelijke ordening bij historici zo weinig aandacht krijgt. Ik word nu op mijn wenken bediend met dit boek, dat geheel gaat over het wonen en bewoonbaar maken en houden van ons drassige laagland. In zijn vorige boek Huis, tuin en keuken [helaas niet meer leverbaar - red.], beschreef Hoekstra de geschiedenis van het wonen binnenshuis, in dit boek gaat hij naar buiten en beschrijft de inrichting van het land. Interessant is daarbij dat hij Nederland én België beschrijft en dat je de wooncultuur en ruimtelijke ordening in die twee gebieden in het boek steeds verder uit elkaar ziet drijven, én dat ze zich gedurende de laatste decennia weer naar elkaar toe lijken te wenden.

Hoekstra beschrijft zowel Nederland als België, omdat zijn invalshoek dezelfde is als die in Huis, tuin en keuken, namelijk de Nederlandse taal: hij beschrijft de geschiedenis van het wonen aan de hand van de geschiedenis van de woorden die we daarbij gebruiken; het is dus in de eerste plaats een vorm van etymologie. Hoekstra is namelijk bouwkundige én taalkundige.

Een geschiedenis van ‘wonen’ ná de oorsprong

Dat bouwkunde een relevant vakgebied is, lijkt evident als je het wil hebben over de geschiedenis van het wonen, want in de praktijk betekent wonen toch in de eerste plaats bouwen. Etymologie en taalkunde lijken minder relevant. Toch heeft een filosoof als Heidegger in Over Denken, Bouwen, Wonen al uitgebreid laten zien dat wonen en bouwen alles met elkaar te maken hebben, namelijk door te laten zien dat de woorden ‘wonen’ en ‘bouwen’ alles met elkaar te maken hebben. Heidegger lijkt echter de voor filosofen typische opvatting van etymologie als ‘schatgraven’ niet te kunnen relativeren: hij gebruikt de etymologie om de zogenaamd oorspronkelijke en ware maar vergeten en verworden betekenis van woorden te kunnen onthullen: ‘eigenlijk’, ‘in wezen’, ‘in essentie’ is wonen dit of dat...

Uit Hoekstra's boek kunnen dat soort conclusies juist niet getrokken worden, hij is niet op zoek naar de ware, diepe, oorspronkelijke betekenis van woorden, maar naar de geschiedenis van die woorden: zoals een historicus het betaamd is hij niet geïnteresseerd in de oorsprong, maar in wat er sinds die oorsprong is gebeurd met de woorden. Het gaat kortom niet zo zeer om de betekenis, als wel om het gebruik van woorden, en die blijkt vaak op een hele interessante manier te veranderen. Wat dat betreft is er een frappante parallel te zien tussen de ‘woorden’ en het ‘wonen’: het draait allemaal om verandering. Eigenlijk om aanpassing.

 

Aanpassen van twee kanten

2015 is het ‘jaar van de ruimte’, waarin men terug wil kijken op 25 jaar ruimtelijke ordening, want het is een kwart eeuw geleden dat de laatste echte Nota ruimtelijke ordening verscheen (‘Vino’, later ‘Vinex’), waarin men 25 jaar vooruit probeerde te kijken en te plannen. Daarom wil men in de dit jaar van ruimte ook niet alleen achteruit kijken, maar ook vooruit, naar 2040. Goed idee. Daarbij lijkt me dit boek eigenlijk ronduit onmisbaar.

Alleen al vanwege de slotsom van Hoekstra:

‘... als de reis door de bewoningsgeschiedenis van de Lage Landen ons iets geleerd heeft, is het wel dat de bewoners van het huidige Nederland en België zich sinds de prehistorie steeds stap voor stap hebben aangepast aan de veranderende omstandigheden, én dat ze telkens weer in staat bleken om hun omgeving naar hun hand te zetten.’

Dat Nederland niet maakbaar bleek, hoewel men daar altijd van is blijven dromen, lijkt uitgelopen te zijn een teleurstelling die op zijn beurt iedere gedachte van maakbaarheid uit wil bannen. Dat zou jammer zijn, je moet het kind (veranderbaarheid) niet weggooien met het badwater (maakbaarheid). Bovendien moet de liefde van twee kanten komen: het is een kwestie van aanpassen aan en van: wonen is aanpassen van de omstandigheden, maar even belangrijk is dat de bewoners zich aanpassen aan de omstandigheden.

Pieter Hoexum is filosoof, publicist (voor onder andere Trouw) en huisman. Hij was boekverkoper bij Athenaeum Boekhandel. Zijn boek Gedenk te sterven.De dood en de filosofen kwam uit in 2003, in 2014 verscheen zijn Kleine filosofie van het rijtjeshuis. Hij heeft ook een website: pieterhoexum.wordpress.com.

MINDBOOKSATH : athenaeum