Recensie: Zes schrijvers op elkaar gestapeld

25 november 2015 , door Maarten Dessing

Na De tijd zelf (2011) verschijnt nu een tweede postume roman van Harry Mulisch: De ontdekking van Moskou. Anders dan dat korte fragment dat de schrijver aan het einde van zijn leven nog nauwelijks had uitgewerkt, is deze meer dan tweehonderd pagina's tellende tekst ook te interpreteren als volwaardige roman. De ontdekking van Moskou moet de interessantste vondst zijn in zijn nalatenschap. Mulisch heeft er in verschillende fases van zijn leven lange tijd aan gewerkt. Steeds lukte het hem niet om te maken wat hem voor ogen stond. Dat past bij het thema van de roman.

N.B. Eerder bespraken we De tijd zelf. Lees de recensie op Athenaeum.nl.

Lagen schrijvers

Al in 1963 produceerde De Bezige Bij een reisexemplaar van Harry Mulisch’ nieuwe roman. De schrijver die zich altijd voor onsterfelijk heeft gehouden was toen halverwege de dertig. Het denkbeeld van een postuum oeuvre moet heel ver van hem af hebben gestaan. Toch is de gedachte te verleidelijk om er direct van uit te gaan dat hij daar helemaal niet mee bezig was. Waarom zou Mulisch De ontdekking van Moskou niet hebben geschreven om de bewust onvoltooid gelaten roman pas na zijn dood te laten uitgeven? De officiële aankondiging destijds zou dan alleen bedoeld zijn om het publiek vijftig jaar te laten smachten.

Laat het me uitleggen. Er is, in de kern van De ontdekking van Moskou, een schrijver die in de vijftiende eeuw meegaat op een Oostenrijkse expeditie naar de hoofdstad van het grootvorstendom Moskou. Deze roman wordt geschreven door A., die een schepping is van de schrijver Dirk Herxen. Deze laatste schrijft dan ook:

‘Met de vaststelling, dat dit een boek wordt over een schrijver, die het over een schrijver heeft, zal het natuurlijk een boek worden van een schrijver, die het heeft over een schrijver, die het over een schrijver heeft. Nu zijn het er weliswaar al drie, maar tegelijk met dit perspektief is een rotsvaste zekerheid ontstaan, want de eerste schrijver ben ik.’

Maar dan zijn we er nog niet. Na Herxens voortijdig overlijden wordt zijn zwager J. Brugman aangewezen om het boek te voltooien. Die slaagt daar niet in, omdat hij zélf sterft, waarna zijn weduwe een zekere H.M. aanzoekt om het manuscript, met behoud van Brugmans aantekeningen, te voltooien. En dit alles is verzonnen door Harry Mulisch. Dat maakt uiteindelijk zes (!) schrijvers op elkaar gestapeld.

Wat is er dan mooier dan te veronderstellen dat Mulisch nóg een laag wilde toevoegen door zijn executeurs-testamentairs te dwingen mensen te zoeken die het nagelaten manuscript konden bezorgen? In zijn werkkamer lag een stapel van wel twaalf verschillende versies van De ontdekking van Moskou. Marita Mathijsen en Arnold Heumakers konden vandaag dus geen kant en klaar boek presenteren ter gelegenheid van Mulisch’ vijfde sterfdag, maar moesten in feite zelf een boek maken, voorzien van eindnoten, nawoord en meer. Mulisch maakte ze zo volledig verantwoordelijk voor de roman waar hij zelf zijn handen van aftrok.

Ingenieuze puzzel

Helaas. Zo zit het niet. De bezorgers wijzen er op dat Mulisch zich vrolijk zou hebben gemaakt over de gang van zaken, maar de schrijver had het project toch echt het liefst tot een goed einde gebracht. Zo veel energie als hij er een hele carrière lang in had gestoken. Al in 1949, toen hij voor het eerst las over de merkwaardige vijftiende-eeuwse expeditie, zag hij de potentie ervan voor een roman. Nog in 2002 hoopte hij het boek ooit te voltooien. Het was naar eigen zeggen mislukt omdat hij er te veel meningen over de actualiteit in wilde stoppen, zei hij ooit. En, zei hij later, de karakters kwamen niet tot leven. Maar het boek bleef hem dierbaar tot zijn laatste snik.

Zou het in geval van voltooiing een mooier boek zijn geworden dan het nu is – als grap die hij met zijn achtergebleven lezers heeft uitgehaald?

De ontdekking van Moskou in deze onvoltooide, geplunderde en hier en daar schetsmatige vorm is een ingenieuze puzzel. De gebeurtenissen in de ene laag spiegelen voortdurend de gebeurtenissen in een andere. Als de vijftiende-eeuwse avonturiers uit Innsbruck vertrekken, reist de schrijver van het boek over deze reis naar Moskou om daar te werken én zakt de terminale zieke Herxen af naar Italië in de hoop er in de laatste dagen van zijn leven zijn boek te voltooien. En dat is dan nog een vrij eenvoudig voorbeeld van de synchroniciteit die Mulisch overal heeft aangebracht.

Elke schrijver zijn Moskou

Die aanpak werpt zicht op het voornaamste doel dat Mulisch met het boek had: laten zien hoe proza ontstaat. Hoe toevallige omstandigheden in het schrijversleven een roman vorm geven. Hoe ieder schrijven altijd autobiografisch schrijven is. Maar ook: hoe onmogelijk het is voor een auteur om een fictieve schrijver te scheppen die afwijkt van de schrijver die hijzelf is. Dat levert fraaie passages op die niet hadden misstaan in Voer voor psychologen (1961) — hét boek van Mulisch waarin hij, in dezelfde tijd dat hij aan deze roman werkte, zijn theorieën over het schrijverschap uiteenzette. Sterker: De ontdekking van Moskou is het praktijkvoorbeeld bij dit theorieboek.

Heel mooi is dit fragment:

‘Ik moet oppassen, dat ik mij niet te veel vastleg. Langzamerhand heb ik geleerd, dat een mens niet vrijblijvend iets bij elkaar kan fantaseren – of nog wel fantaseren, maar niet opschrijven. Zodra iets opgeschreven is, wordt het hard als klei die niet natgehouden wordt, en dan kost het beestachtige moeite om er nog iets aan te veranderen; meestal moet het helemaal kapotgeslagen worden en je kunt opnieuw beginnen. Schrijven is blijkbaar een uitdrogingsproces; het verschil tussen het nietopgeschrevene en het opgeschrevene is dat tussen een meisje in een witte jas en het kadaver op tafel.’

Het ‘Moskou’ van de titel is dan ook niet alleen de gehoopte bestemming van de expeditie. Het is ook de bestemming van iedere schrijver, maakt Mulisch op allerlei manieren aannemelijk. De stad die iedereen weliswaar kent, maar die in de vijftiende eeuw én in het midden van de koude oorlog een moeilijk bereisbare, mysterieuze plaats was, is een metafoor voor de ideale tekst die op een of andere manier al bestaat, maar tegelijk onontdekt is en zelfs met een zuivere intuïtie, grote werkkracht en intelligentie nooit helemaal bereikt wordt. Het is niet toevallig dat het ‘Kremlinwatchen’ op zijn hoogtepunt stond toen Mulisch dit beeld bedacht.

Het doet er dan ook niet toe dat Mulisch het boek niet af kreeg – ook als het niet de sublieme grap is die ik ervan wil maken. De ontdekking van Moskou is intrigerend genoeg. Het is waar dat het moeizaam is om een zo onafgewerkt verhaal te lezen, waar bovendien passages uit verdwenen zijn omdat Mulisch ze hergebruikte, maar de schrijver zocht zo nadrukkelijk het experiment op dat een voltooid boek niet makkelijker zou zijn geweest. Mulisch was nog niet de schrijver van toegankelijke romans als Twee vrouwen (1975), De aanslag (1982) en De ontdekking van de hemel (1992).

Bovendien: deze versie geeft de lezer optimaal de ruimte om zijn eigen interpretatie aan het boek toe te voegen. De achtste laag.

Maarten Dessing is freelance journalist voor onder meer Knack, De Standaard, Boekblad, Bibliotheekblad en Schrijven Magazine. Zie ook zijn blog maartendessing.blogspot.com.

Gerelateerde boeken

MINDBOOKSATH : athenaeum