Recensie: Brok in je keel

08 februari 2016 , door Fleur Speet
| | |

Jongens, dat was me er een, die Truman Capote (1924-1984). Vastberaden om beroemd te worden. En hij werd het nog ook. Voor hij op de basisschool begon, leerde hij zichzelf lezen en schrijven. Hij had zijn eerste boek al op zijn negende jaar klaar en startte als ambitieus schrijver op zijn elfde. Zijn zinnen moesten helder zijn als een bergbeekje. Is het allemaal een mythe over dat jeugdige talent? Dat kunnen we voor het eerst zelf beoordelen. In Waar de wereld begint zijn veertien jeugdverhalen van Capote samengebracht; stukken die in de schoolkrant stonden, verhalen die hij stuk voor stuk vóór zijn officiële debuut op zijn vierentwintigste schreef. Is het de moeite?

Psychologische opmerkzaamheid

Wat zonder meer opvalt aan de jeugdverhalen is de psychologische opmerkzaamheid van Capote. Capote test zijn psychologische inzichten. Hij probeert vanuit verschillende personages te schrijven. Hoe is het om een oude eenzame vrouw te zijn, op wie de dood wacht? Wat gaat er door je heen als je een stelende zwerver bent, terwijl je je moeder op de mouw speldt als vertegenwoordiger rond te reizen? Als je een meisje bent dat op school steelt, kun je het tegenhouden als je gesnapt bent?

Capote was een verwaarloosd kind, op zichzelf aangewezen. In zijn jeugddagboeken tekende hij uitvoerig de roddels op die hij hoorde. Hij bestudeerde mensen als een bioloog. Hoe gedroegen zij zich, welke gebaren gebruikten ze, wat zou hen bewegen?

Wat de werkelijke drijfveren van zijn personages zijn, is in zijn verhalen dan ook niet interessant. Capote scheert langs hen heen, hij raakt hen lichtjes aan. Hij neemt hen waar in hun eigengereide onwilligheid. Later zou hij met zijn non-fictieroman In Cold Blood de basis leggen voor een schrijfstijl die New Journalism wordt genoemd: journalistieke literatuur. Iets wat tegenwoordig weer ultrahip is.

Puber of volwassene?

Is het knap dat een zestienjarige zich in een ander inleeft, in plaats van door hormonen gedreven in zijn eigen onredelijkheid te baden? Ik ben geneigd te zeggen van wel. Een zin als deze getuigt van een volwassen relativeringsvermogen: ‘Maar goed, ik was jong en zij was oud en had weinig over in het leven.’ Toch is de aanhef, ‘Maar goed’, precies wat de jongeling verraadt. Er zit veel van die praattaal in deze bundel, die wijst op net iets te veel bravoure.

Maar dan een zin als deze: ‘Toen de leugen eruit was, voelde ze haar maag ineenkrimpen, het voelde alsof ze door duizenden jaren heen viel.’ Dat laatste deel doet het hem. Of deze: ‘Maar ze leek over een natuurlijke, niet door boeken gevormde intelligentie te bezitten, was een kind van de aarde met een fundamenteel begrip van, en erbarmen met, alles wat leefde.’ Het hort nog wat, maar het zijn wijze zinnen voor een jongeling, als waren ze geleend. Van zijn helden William Faulkner of Willa Cather bijvoorbeeld. Maar ze zijn van de puber Capote.

Te licht - op één na

Tenminste, dat nemen we aan. De veertien verhalen (er zijn er eenentwintig gevonden) komen oorspronkelijk uit het appartement van Capote. Ze hebben daar tijdens zijn leven gelegen. Zou Capote ze later, toen hij een alcoholische, drugsverslaafde societyfiguur werd, nog bekeken hebben? Er zijn kanttekeningen in gevonden, soms met letters zo klein als vliegenpoepjes. Waarschijnlijk niet van leraren, maar van de oudere Capote, die een bezeten schrapper en herschrijver was. En die de verhalen tijdens zijn leven blijkbaar te licht bevond voor publicatie.

Op één verhaal na vind ik ze als ik eerlijk ben ook te licht, te zeer opgehemelde oefeningen. Maar dat ene verhaal is echt voortreffelijk. Het heet ‘Dit is voor Jamie’. Uiterst subtiel toont Capote hierin hoe het is om te verlangen naar een liefdevolle, zorgende moeder. Je voelt het einde niet aankomen en opeens blijf je achter met een brok in je keel. Was Capote dan toch de razend getalenteerde puber die hij pretendeerde te zijn?

Fleur Speet is literair recensent. Ze schrijft onder meer voor De Morgen.

MINDBOOKSATH : athenaeum