Recensie: Colm Tóibín laat met Nora de subtiliteit en gevoeligheid van het alledaagse leven zien

21 januari 2016 , door Fleur Speet
| |

Wie spektakel verwacht, komt bedrogen uit bij lezing van de nieuwste roman Nora van Colm Tóibín (Nora Webster, vertaald door Anneke Bok), de Ierse grootmeester van regenachtige verhalen. Voor wie diepgang of wijze inzichten verwacht, geldt hetzelfde. En dat valt een beetje tegen na zijn laatste roman The Testament of Mary, dat juist veel verschillende lagen aanboorde en uiterst contemplatief was. Tóibíns nieuwste roman draait om de subtiliteit en gevoeligheid van het gewone, alledaagse leven, waarin niet veel opzienbarends voorvalt. En juist daarvoor kreeg de roman afgelopen zomer de Hawthornden Prize toegekend.

Het is eind jaren zestig, zuidoost-Ierland, het rommelt lichtjes aan de horizon, Bloody Sunday moet nog plaatsvinden. Een half jaar geleden overleed de echtgenoot van Nora Webster en inmiddels is ze de aanloop van stadsgenoten goed zat. Iedereen die zich om haar bekommert sinds de dood van haar alom geliefde man, behandelt haar als een kind. Ze is geen kind. Ze is 44. Sterker, ze heeft zelf vier kinderen, waarvan twee dochters al uit huis zijn en haar zonen Conor en Donal nog thuis wonen. Na de dood van haar echtgenoot doet de familie alsof de draad gewoon kan worden opgepakt. Maar Conor is een bedplasser en Donal stottert. Nora praat nergens over. Met de twee familieleden van haar echtgenoot deelt ze wat de laatste twee maanden voor het sterven plaatsvond: het schrijnende lijden, de wrede arts in het brakke ziekenhuis, haar verscherpte waarneming en verwrongen tijdsbeleving. Iedere zin die ze met hen uitwisselt, is zonder er direct naar te verwijzen doordesemt van dat pijnlijke verleden. Het troost verbondenheid te hebben zonder erover te hoeven praten.

De roman begint wanneer er nodig iets moet veranderen. Nora houdt financieel haar hoofd niet langer boven water, al doet ze er tamelijk nuchter over. Haar man was leraar, zij huismoeder. Ze verkoopt daarom het door de kinderen zo geliefde, maar voor haar met schurende herinneringen beladen vakantiehuis. Haar oude werkgever, van voor haar huwelijk, vraagt haar deels uit piëteit terug. Ze voelde zich daar altijd gekooid. Nu moet ze zelfs knielen voor een vrouw op wie ze toen neerkeek. Vol afschuw werkt ze onverstoorbaar en consciëntieus door.

Geen gepsychologiseer

Nora is een apart personage. Ze lijkt lamgeslagen, maar is evengoed sterk. Maar dan op een bevreemdende manier. Ze laat veel dingen gewoon gaan, bewust. Zo corrigeert ze haar kinderen niet. Als ze onverwacht thuiskomt van vakantie, merkt ze dat haar dochter een feestje heeft gegeven. De verschraalde lucht, een lege whiskeyfles en een uitpuilende asbak zijn er het bewijs van. Ze zegt niets en vlucht stilletjes de deur uit. Wanneer een leraar van haar zoon klaagt over Donals desinteresse, poeiert ze hem af en zwijgt tegen haar zoon.

Ze hoopt dat de meeste dingen - zoals Donals stotteren - vanzelf overgaan. En als Donal zich verliest in het fotograferen van televisiebeelden van de landing op de maan, spreekt hij inderdaad opeens zonder haperen. Wanneer haar dochter haar om een lening vraagt zodat ze in Londen hippe kleren kan kopen voordat ze als juf in Dublin begint (en dan meer zal verdienen dan Nora), steekt dat haar. Ze zou zelf wel naar Londen willen, of nieuwe kleren kopen, of een rianter salaris opstrijken. Ze vindt het verspilling. Maar ze gaat de confrontatie niet aan, ze gaat naar de bank.

Nora reflecteert niet, psychologiseert niet en geeft afgemeten antwoorden. Ze legt niet uit wat ze wil of doet, de vraag is zelfs of ze wel weet heeft van haar wensen. Haar reacties zijn impulsief. Zo ontdekt ze wie ze is zonder het schild van haar man. Ze laat de wereld bij zich binnenkomen, maar ergert zich enkel. Want niets interesseert haar werkelijk. Ze is in rouw. Tot ze besluit in een koor te gaan zingen. Ze bevrijdt haar stem en daarmee zichzelf. Dan pas is ze in staat om langzaam afscheid te nemen van haar echtgenoot.

Gebrek aan beschouwing

De moeder en de weduwe zijn in het werk van Tóibín belangrijke personages, die allemaal afsplitsingen lijken te zijn van dat ene oermodel: zijn eigen moeder. Tóibín deed tien jaar over het schrijven van dit boek, hij vorderde alinea voor alinea. Het viel hem zwaar. Misschien wilde Tóibín het vanwege die breekbaarheid kleiner houden dan in The Testament of Mary, waarin een moeder centraal staat die haar kind verliest aan een stel fanatici. Dat boek onderzocht vanuit verschillende perspectieven hoe snel je een kind aan zichzelf kunt kwijtraken, zonder heel expliciet te zijn. De subtiliteit en omtrekkende bewegingen die Tóibín eigen zijn, kwamen daarin goed tot hun recht.

Dit keer is er eenheid van plaats en tijd, als bij een Grieks drama. En net als Aristoteles voorschreef is er een peripetie, een keerpunt. Tóibín borduurt daarmee voort op de basis van de literatuur, zoals hij ook knipoogt naar het Ierse icoon James Joyce. Hij koos voor een eenvoudige, realistische vertelstijl met veel dialoog en Joyciaanse, precieze, traag beschreven handelingen die vaak raken doordat ze emotioneel afgevlakt verteld worden. Met de vele dialogen knipoogt hij bovendien naar de volkse Ierse roman (Roddy Doyle kan daar ook wat van): die dialogen laten Tóibíns boek 'thuiskomen'. Thuis is het ook doordat de keiharde realiteit van de Ierse vrijheidsstrijd door het verhaal heen sijpelt. Dit alles was reden genoeg voor de bekroning met de prestigieuze Hawthornden prijs.

Maar toch rijst bij mij het vermoeden dat Tóibín niet goed los durfde te gaan, alsof hij zijn moeder tegen zichzelf wilde beschermen. De afstandelijkheid van Nora lijkt ook de afstand te bevestigen die de schrijver wilde bewaren. En eerlijk is eerlijk, het volkse van de roman staat mij tegen. Soms is het louter getetter. De subtiliteit die de schrijver zo eigen is, verdampt daardoor. Wat ik mis is de overkoepelende blik, het universele beschouwen. Waar hij in vorige romans veel meer intrigerende woorden over het leven verwerkte, rustmomenten die wijs waren, moet je daar nu naar zoeken. Begrijpelijk wanneer je een gelaten en afstandelijk personage opvoert, maar wel jammer. Het had Nora tot meer kunnen maken dan een innemend, maar soms ook kabbelend testament van rouw.

Fleur Speet is literair recensent. Ze schrijft onder meer voor De Morgen.

Gerelateerde boeken

MINDBOOKSATH : athenaeum