Recensie: 'De ene dag een gedicht, de andere een genocide'

28 april 2016 , door Martin Smit
| | | |

Ze lijken niet bij elkaar te horen: dictators en poëzie. Toch biedt de geschiedenis tientallen voorbeelden van dictators en despoten die zich aan de edele dichtkunst wagen. Waarom? En is het op papier gezette werk de moeite van het lezen waard? Zijn het jeugdzonden, is het propaganda, een vergoelijking van daden of juist gemeend liefdevol bedoeld? In Bloemen van het kwaad probeert Paul Damen aan de hand van de poëzie, levens en daden van tientallen dictators en alleenheersers, deze vragen te beantwoorden.

Rechtvaardiging

Rode vlag! Rode vlag! Wapper nu hoog! Wapper nu hoog!
O kameraden, word woedend om de vijand te vernietigen!
[…]
Ruim grondig op die Kampucheaanse bodem!
Ziedend van woede, laten we ten aanval gaan!
Alle vijanden van Kampuchea uitroeien!
En de overwinning grijpen! De overwinning! De overwinning!

Dit is een strofe uit het als strijdlied bedoelde gedicht 'De revolutionaire rode vlag' van Pol Pot, alias 'Broeder Nummer Eén', de man die als leider van de communistische partij tussen 1975 en 1979 anderhalf miljoen Cambodjaanse burgers de dood in joeg. Het is poëzie bedoeld als verantwoording voor de te voeren strijd tegen onwelgevallige elementen in de Cambodjaanse samenleving en als legitimatie van Pol Pot zelf als 'Ultieme leider' van het Cambodjaanse volk. Goedpraten heet dat in gewoon Nederlands. Deze vorm van rechtvaardiging door dictators is niet uniek, in Bloemen van het kwaad zet Damen vergelijkbare gevallen op een rij. Maar poëzie van dictators blijkt vaak niet meer dan een jeugdzonde te zijn. Of laten de pennenvruchten juist een onverwacht zachte kant van de tiran zien?

Massamoordenaars

Damen behandelt de despoten en tirannen in chronologische volgorde: van Koning David en Nero tot Radovan Karadžić en Osama Bin Laden. Daartussen een rijke schakering aan kleurrijke massamoordenaars, ophitsers, volksverlakkers en geschiedververvalsers. Ivan de Verschrikkelijke, Robespierre, Mussolini, Hitler, Stalin, Mao Zedong, Ho Chi Minh, Ceaușescu, Saddam Hoessein en anderen komen aan bod.

 

Dictators en poëzie naast elkaar zetten is een gewaagd project. De combinatie lijkt bij voorbaat immers onmogelijk. Bloemen van het kwaad is daarom zowel voor samensteller als lezer een speurtocht naar de mogelijkheid daarvan. Damen vat zijn bloemlezing in één zin samen met de woorden: 'De ene dag een gedicht, de andere een genocide'.

Na zijn essays over leven, werk en daden van de hoofdpersonen, volgen één of meer gedichten in de oorspronkelijke taal en in vertaling. Damen maakt veel werk van de beschrijvingen van de criminele activiteiten van de dictators. Die tarten soms ieder voorstellingsvermogen, maar doen soms ook niet onder voor de inhoud van een belabberd filmscenario, waardoor het lezen soms zelfs vermakelijk dreigt te worden.

Geschiedvervalsing

Damens kritiek op zijn hoofdpersonen is niet mals. Soms met grof taalgebruik, vaak recht voor z'n raap, hier en daar laconiek en met humor of understatement. In de levensbeschrijvingen bestookt hij de lezer het liefst met een opsomming van de wandaden van tirannen. Maar hij prikt ook mythes door, klaagt geschiedvervalsing aan en beschrijft hoe de poëzie tot stand gekomen is. Informatie uit officiële biografieën haalt hij keurig onderuit door er betrouwbare bronnen van historici en onderzoekers tegenover te zetten. Verhalen uit het roddelcircuit zijn bij hem echter ook een welkome bron. Het ontluisterende, uiterst negatieve beeld dat we kennen van veel dictators wordt daardoor nog eens extra onderstreept. Voor de volledigheid zou echter een literatuuropgave in het boek niet misstaan hebben.

Zelfoverschatting

Sommige dictators schreven in hun jeugdjaren een paar gedichten, en daarna nooit meer. Robespierre bijvoorbeeld, die enkele gedichten schreef voor een vriendinnetje. Adolf Hitler wijdde enkele regels aan een onbeantwoorde jeugdliefde en schreef ook een populaire Duitse moederdaghymne - al wist nauwelijks iemand in Nazi-Duitsland wie de werkelijke auteur was.

Ook bij anderen is de poëzieproductie uitermate beperkt. Het zijn probeersels, ingegeven door zelfoverschatting, slechts ten doel eigen aanzien en roem te bevestigen en te vergroten. Nicolae Ceaușescu bijvoorbeeld, de 'Denkende Donau', het 'Genie der Karpaten', de 'Verlichte Strateeg van het Geluk'. Hoewel zijn Verzameld Werk tachtig delen omvat, heeft hij slechts één gedicht het licht doen zien. Dat is waarschijnlijk, net als dat verzamelde werk, door anderen in elkaar geknutseld. Het is ook nog eens gebaseerd op een Bijbelvers.

Ook iemand als Kim Jung Il, de 'Zon van het Socialisme', de vorige leider van de Democratische Volksrepubliek Korea, met volgens de communistische partij zo'n 1.500 boektitels op zijn naam, maakte zich er wat het betreft het dichten met een jantje-van-leiden van af. Er is slechts één gedicht van hem, een - hoe kan het ook anders - vlammend eerbetoon aan zijn vader Kim Il Sung, de meedogenloze stichter van de republiek.

Psychologie

Vrijwel altijd is de poëzie van dictators niets meer dan een op een slecht rijmschema neergepend eerbetoon aan de dictator zelf of een goedmakertje voor noodzakelijk aangericht kwaad. Er zijn nauwelijks dictatoriale dichters die aan hun werk iets extra's weten toe te voegen waardoor het boven de gangbare propagandistische retoriek zou kunnen uitstijgen. Een enkeling die in vorm en inhoud teruggrijpt op oude legendes of ballades. Slechts zelden komt er iets van de zielenroerselen van de dichter naar boven. Koningin Elizabeth I (1533-1603) is wat dat betreft een uitzondering, zo beoordeelt dichter Menno Wigman in zijn nawoord. Anderen maken gebruik van religieuze symboliek of weten de geschiedenis een mythische draai te geven waardoor het altijd weer past in een nationalistische of revolutionaire propagandamachine die toch al overuren draait.

Dwangneurose

Psychologie van de koude grond is altijd gevaarlijk, maar opmerkelijk is wel dat veel dictators geen onbezorgde opvoeding genoten hebben. Zelf blijken ze ook geen van allen liefdevolle opvoeders. Of zien we in hun werk de openbaring van een onbedwingbare neurose om zichzelf te moeten bewijzen? Ligt daar wellicht de oorzaak van hun vaak krakkemikkige poëzie?

Menno Wigman gaat in zijn nawoord weliswaar op deze vragen niet in, maar geeft wel aan hoe dicht dictators en poëzie historisch bij elkaar liggen. Zowel het woord 'dictator' als het woord 'dichten' stammen van het Latijnse woord 'dictare', wat 'met nadruk zeggen' of 'opstellen' of 'voorschrijven' betekent. Misschien liggen de antwoorden daar.

Martin Smit is redacteur van het tijdschrift De As. Hij publiceerde onder meer artikelen in De As, De Parelduiker en Leovardia en is medewerker van Athenaeum Nieuwscentrum.

Gerelateerde boeken

MINDBOOKSATH : athenaeum