Recensie: De mens als monster

28 maart 2016 , door Fleur Speet
|

Is het bevreemdend of logisch dat de nieuwe roman van Sebastian Faulks nauwelijks aandacht krijgt? Waar mijn hart ooit klopte is al bijna een maand uit en behalve wat signalementen is er nog niet serieus over geschreven.

Eens was de Brit Faulks een cashcow. Van zijn Eerste Wereldoorlogroman Birdsong (1993), onderdeel van zijn Frankrijktrilogie, zijn meer dan drie miljoen exemplaren verkocht terwijl de roman nog steeds op alle Britse schoollijsten staat. Ook zijn James Bondverhaal Devil May Care (2008), dat hem gevraagd werd te schrijven door de erven Fleming, was een seller. Is het succes een smet op Faulks' blazoen? Je zou kunnen tegenwerpen dat Faulks literair redacteur is geweest van The Independent en dat hij in zijn romans altijd grote, diepe onderwerpen aanpakt, zoals geestesziekte (Engleby, 2007) of terrorisme (Een week in december, 2012). Hij schrijft over dat waarover men liever niet praat. Is het toeval, vooringenomenheid, is het de magere ontvangst van zijn eerdere werk? Zeg het maar. Hoe dan ook is het jammer, want dit boek is de moeite waard. En nu ga ik in tongen spreken (niets is immers eenduidig in de literatuur): het begin is oersterk, dan tergt Faulks je een deel van het boek en uiteindelijk sla je Waar mijn hart ooit klopte dicht met het idee dat je iets heel belangrijks bij de kladden hebt. Het portret van een eeuw, maar ook een glimp van wat de mensheid eigenlijk is: monsterlijk.

Meesterlijk begin

In enkele daadkrachtige zinnen duikt Faulks in een aandoenlijke diepte. Omdat de zestiger Robert Hendricks zo ongegeneerd zichzelf is en zijn mislukkingen zo teneergeslagen opbiecht, merk je wel hoe hij naar genegenheid van de lezer hunkert. ‘Ik ergerde me altijd aan mijn stem. Hij klonk schuurpapierachtig maar onoprecht; hij had iets onnozels.’ Ach germ.

Robert is ‘een habitué van eenzaamheid, wat hoe dan ook een onderliggende aandoening van de mensheid is, en waarvan de kleine allianties en afhankelijkheden die we creëren slechts afleiding vormen’. Hij ziet het leven als iets wat vergeefs is. En dus ook de liefde. Op een feestje van zijn bovenbuurvrouw doorziet hij in een paar seconden het verlangen van de vrouwen. Robert lijkt The English Patient wel.

Verleiden tot vertellen

Wanneer hij een brief van ene Alexander Pereira ontvangt, wordt het verhaal nog romantischer. Pereira is een 93-jarige psychiater. Hij woont op een Frans eiland, waar hem nog maar weinig tijd rest voordat hij ‘verdrinkt in de leegte van het sterven’. Hij vraagt Robert uit Londen over te komen omdat hij samen met Roberts vader heeft gevochten in Eerste Wereldoorlog. Die herinneringen wil hij met Robert delen.

Robert heeft zijn vader nooit gekend. Hij zou zijn gesneuveld de oorlog (waarover ook Faulks' roman Het lied van de loopgraven (1993) ging). En Pereira durft het niet aan de in de oorlog achtergehouden brieven van Roberts vader aan Robert te overhandigen, omdat er een andere waarheid over diens vader in staat.

Daarom verleidt Pereira Robert te vertellen, uit therapeutische overwegingen, over zíjn oorlog. Want ook Robert vocht. Als in een roman van Graham Greene (een van diens hoofdpersonen heette trouwens Bendrix, Faulks varieert behendig) ploeteren we met zwartbevroren tenen voort op onze buik door het zompige moeras van Normandië of rennen door de de onneembare heuvels van Italië met mortiergeratel rond onze koppen. Gek genoeg vervult juist het in brand staan van een Brits fregat Robert ‘met een vreselijke melancholie, meer dan de aanblik van brandend vlees’.

Doordat Robert een bijna flegmatische figuur is, die vooral oog heeft voor mislukkingen, duren de oorlogsbeslommeringen wel wat lang. Het zou kunnen dat Faulks hier in de val van volledigheid is getrapt, omdat hij voor een groot deel de verhalen van zijn eigen vader en opa volgt: uiteraard wil hij hen eerbiedigen. Stefan Hertmans liet met Oorlog en terpentijn zien hoe je dat ook, en beter kunt doen. Wat dat betreft zijn deze schrijvers wel enigszins verwant.

De vloek van het zelfbewustzijn

Na de oorlog werd ook Robert psychiater en probeerde zware geesteszieken te genezen. Robert maakt de toon van de neurologische en psychiatrische verhandelingen die hij houdt graag belachelijk. Soms lijken het wel bestaande wetenschappelijke exposés, maar toch zijn ze interessant.

Volgens Robert is de mens door zijn geheugen een rariteit. ‘Om de anderen in het water te overwinnen hoefden we niet de vloek van zelfbewustzijn te verwerven. Of al het werk van Beethoven te schrijven,’ zo legt hij uit aan Pereira.

'… we zijn ziek, maar ik kan ons genezen, en dan zullen we elkaar niet langer uitmoorden. En meer dan dat: op de een of andere manier zal ik laten zien dat de gruwelijkheden die ik aanschouwd heb niet hebben plaatsgevonden. Ze waren een vergissing. Ze waren een waanidee - een nieuwe episode in onze eeuw van psychose.'

Vanuit zijn optiek zijn die gedachten begrijpelijk. Willen wij immers niet ook de aanslagen in Brussel en Parijs verklaren, het liefst als een vergissing?

Een lichtpuntje – en stof tot nadenken

Faulks weeft door zijn roman nog een fraai en fataal liefdeslijntje. Tijdens Roberts verlof in Italië ontmoette hij een Italiaanse die hem beter leek te kennen dan hij zichzelf. Door het lot dreven de geliefden echter uiteen en vonden ze elkaar pas een halve eeuw later terug. Als het te laat is. Ook dat verdriet is een trauma van Robert. Vrouwen vallen met bosjes voor hem, maar hij zit in zijn hoofd elders, in het gemis.

Daarom gaan veel van de verhalen die Robert deelt met Pereira over de neurale basis van liefde: onder spanning staande synapsen. Herinneren, liefhebben, pijn lijden teruggebracht tot biochemie. De natuur is mislukt en de mens maakt er zijn verhaal van.

Aan het einde van dat verhaal merk je pas hoe vernuftig Faulks alles opbouwde. De chaotische structuur van de herinneringen, waardoor je niet meer weet wat waar is, net als Robert. De verhandelingen die nog nazinderen omdat er veel van klopt, misschien meer dan je zou willen. Waar mijn hart ooit klopte geeft te denken (over de wreedheid van de mens bijvoorbeeld), waardoor je na lezing nog lang niet klaar bent met deze roman. Juist nu zou dit boek in de schijnwerpers moeten staan.

Fleur Speet is literair recensent. Ze schrijft onder meer voor De Morgen.

Gerelateerde boeken

MINDBOOKSATH : athenaeum