Recensie: De Tsaar is dood, leve de Tsaar!

22 augustus 2016 , door Tim de Wit
| |

Genieën en geestelijk gehandicapten, goede intenties en hardhandige onderdrukking, vroomheid en pure lust; de geschiedenis van de illustere en beruchte Russische tsarenfamilie Romanov bevat het allemaal. In zijn nieuwe boek De Romanovs, 1613-1918 (vertaling Toon Dohmen, Chiel van Soelen, Pieter van der Veen en Gerard van der Wardt) voert de gerenommeerde Britse historicus en schrijver Simon Sebag Montefiore, eerder al bekend van zijn biografieën over Stalin en Catharina de Grote, ons langs de gehele geschiedenis van de dynastie, van zijn begin in het door burgeroorlog verscheurde Vroegmoderne Moskovië tot zijn bittere einde in de door burgeroorlog verscheurde Sovjet-Unie. In deze reis door de tijd stelt Montefiore ons in zijn typische romanachtige vertelstijl voor aan een van de machtigste families uit de wereldgeschiedenis, en schetst een portret van wat absolute autocratie kan doen met mensen.

De zware last van de autocratie

In 1613 bestond Rusland niet. Moskou was de hoofdstad van het Vorstendom Moskovië, wat later uit zou groeien tot Rusland, maar nu in een hevige burgeroorlog verwikkeld was vanwege het uitsterven van de oude dynastie der Rurikiden in 1598 met de dood van Fjodor I, een verstandelijk beperkte zoon van Ivan de Verschrikkelijke. Uitgeput door jarenlange burgeroorlog en invasies van de Zweden en de Polen (een periode die bekend staat als de ‘Tijd der Troebelen’) besloten de edelen van het rijk, de bojaren, om een compromiskandidaat op de Moskovische troon te plaatsen. De keuze viel op Michael Romanov, zoon van Patriarch Filaret en een achterneef van de eerste vrouw van Ivan de Verschrikkelijke. Nadat de fysiek en mentaal zwakke jongeman de troon aanvankelijk weigerde (‘Michael “weigerde opnieuw en slaakte een gekwelde kreet”,’ aldus Montefiore), accepteerde hij uiteindelijk onder dwang en werd het geslacht Romanov veroordeeld tot 304 jaar regering over het Moskovische rijk.

En het was een veroordeling, want in zijn inleiding, waarin Montefiore filosofeert over wat levenslange absolute heerschappij over een land zo groot als Rusland met mensen doet, citeert hij terecht Tsaar Alexander I:

‘[…] de post was voor gewone stervelingen zo afschrikwekkend dat niemand ernaar uitzag om de troon de bestijgen: dat was eerder een last dan een lust. “Hoe kan één man nou [Rusland] besturen en alle misstanden rechtzetten?” vroeg de toekomstige Alexander I zich af. “Dat zou niet alleen onmogelijk zijn voor een man van normale begaafdheid als ik, maar zelfs voor een genie…”’

Volgens Montefiore brachten de Romanovs twee genieën voort tijdens hun drie eeuwen durende heerschappij (Peter de Grote en Catharina de Grote), maar de erfopvolging zorgde ervoor dat ook zwakke telgen van de familie op de troon kwamen, die ironisch genoeg vaak de grootste uitdagingen moesten ondergaan. Zelfs Peter en Catharina hadden ongetwijfeld moeite gehad om de Russische revolutie van 1917 af te wenden, maar het hielp niet dat op dat moment de passieve en oerconservatieve Nicolaas II de troon bezette. Toch waren de Romanovs misschien wel de meest succesvolle dynastie aller tijden: in driehonderd jaar maakten ze van een door oorlog verscheurd vorstendom een wereldrijk dat een zesde van de wereld bedekte.

Een familiegeschiedenis op wereldformaat

Montefiore claimt in zijn inleiding dat maar twee historici het gewaagd hebben om de geschiedenis van de gehele Romanovfamilie te behandelen in één boek en dat geen van deze twee het gewaagd hebben om de persoonlijke geschiedenis van de individuele Romanovs te koppelen aan de politieke geschiedenis. Hij waagt zich hier wel aan, wat ervoor zorgt dat De Romanovs een breed scala aan onderwerpen de revue laat passeren. Zo fungeert ieder hoofdstuk als een biografie van een of meerdere Romanovtsaren of tsarinas (meestal vanaf het moment van hun troonsbestijging, terwijl hun jeugd in voorgaande hoofdstukken aan bod komt), worden er minnaars, invloedrijke hovelingen en andere familieleden voorgesteld, en komen contacten met buitenlandse figuren zoals Frederik de Grote, Napoleon en Keizer Wilhelm II ook van tijd tot tijd aan bod.

Het best uitgewerkte deel van De Romanovs is echter de persoonlijke geschiedenis van haar hoofdpersonen. Zo komen we te weten over Peter de Grotes drankgenootschap – compleet met een neppaus en persoonlijke soldatenregimenten die hij als zijn persoonlijke eigendom drilde –, maken we uitgebreid kennis met de persoonlijke, erotische – en volgens Montefiore tot nu toe grotendeels onbestudeerde – correspondentie tussen de hervormende tsaar Alexander II en diens veel jongere maîtresse en later vrouw Katja Dolgoeroeki, en leren we dat Alexander I zich tijdens het Congres van Wenen van 1814-15 niet altijd even respectabel gedroeg:

‘De strakke broeken die in de mode waren leverden echter problemen op voor de uitdijende billen van de tsaar en dat leidde bij hem tot woede-uitbarstingen. […] Hij was zo boos dat hij in Sint-Petersburg een broek bestelde die hem zou passen. Om zijn huid strakker te maken masseerde deze 35-jarige metroseksueel zijn gezicht dagelijks met een blok ijs. Zijn geflirt met de Weense schoonheden was obsessief.’

Nieuwe perspectieven en ‘What if’-vraagstukken

Los van de vermakelijke anekdotes over de menselijke imperfecties van de Romanovs en hun naasten schrijft Montefiore ook af en toe over serieuzere vraagstukken, en nieuwe inzichten over zijn onderwerp. Zo meent hij dat Catharina de Grote vaak ten onrechte is uitgemaakt voor een nymfomane, en dat ze in plaats daarvan juist heel monogaam samenleefde met haar uitverkoren favorieten. Een ander voorbeeld is wat Montefiore te zeggen heeft over Tsaar Alexei I, de zoon van Michaël Romanov en de vader van drie tsaren (twee gehandicapten en één genie: Peter de Grote). In de Russische geschiedschrijving staat hij vaak bekend als een traditionele tsaar, maar in werkelijkheid was hij hervormingen van de Moskovische samenleving van plan die later door Peter de Grote verder gevoerd zouden worden. Ook Raspoetin, ‘het meest beruchte seksbeest uit de geschiedenis – dat zelfs in popnummers wordt bezongen’, wordt ontluisterd door Montefiore, die claimt dat zijn invloed op Nicolaas II en zijn vrouw Alexandra vaak alleen maar hun al bestaande vooroordelen bevestigde. Ook was hij waarschijnlijk niet zo’n goede minnaar als vaak gezegd wordt: zijn alcoholmisbruik had hem misschien impotent gemaakt.

Dat Montefiore altijd het uiteindelijke lot van de Romanovs in het achterhoofd houdt blijkt uit de ‘What if’ vragen die hij van tijd tot tijd stelt, maar wijselijk niet beantwoordt. Wat als Tsarina Anna bij haar troonsbestijging in 1730 niet de eisen van haar edelen, die haar absolute macht ingeperkt zouden hebben, afgewezen had? Had Rusland dan een constitutionele monarchie zoals Groot-Brittannië kunnen worden? Wat als de oudste zoon van Alexander II, de snuggere kroonprins ‘Niksa’, niet voortijdig in 1865 was komen te overlijden? Had dan de regering van de bekrompen tsaren Alexander III en Nicolaas II voorkomen kunnen worden? Het zijn interessante gedachten, die aangeven hoezeer de loop van de geschiedenis bepaald kan worden door de kleinste incidenten.

Glorieus, maar ietwat kort-door-de-bocht

De Romanovs is af en toe wat lastig te typeren. Hoewel er briljante stellingen ingenomen worden, is het taalgebruik af en toe wat kort-door-de-bocht. Zo wordt Otto von Bismarck op een bepaald punt door Montefiore beschreven als ‘grotesk kwaadaardig’. Misschien heeft dit te maken met de vertaling van het werk, want her en der zijn er ook wat typefoutjes te vinden. Tegelijkertijd past het wel bij de opzet van het boek: zoals in een toneelstuk of een roman wordt ieder hoofdstuk vooraf gegaan door een lijst met ‘personages’ die erin naar voren komen. Het boek leest als een roman, en dat heeft zijn nadelen: samen met de soms gênante persoonlijke anekdotes komt het verhaal af en toe wat onprofessioneel over (ook al staat het bol met citaten die Montefiore annoteert). Maar het zorgt er ook voor dat oprecht hartverscheurende episodes, zoals de executie van Nicolaas II en diens gezin door de Bolsjewieken, zeer gedetailleerd tot leven komen.

Uiteindelijk kan er niets anders gezegd worden dan dat De Romanovs een zeer geslaagd portret is van doodgewone mensen, die door een speling van het lot geboren waren om autocraten van een wereldrijk te worden. Daarom slaagt Montefiore in zijn opzet: het beschrijven van de werkingen van een autocratische monarchie en hoe gewone individuen zich daarbinnen gedragen. Zelfs de incompetente, noodlottige Nicolaas II wordt door Montefiore bovengemiddeld intelligent genoemd, maar hij was eenvoudigweg ongeschikt voor zijn veeleisende positie, en dat had hij zelf ook door. Montefiore vraagt zich dus af hoe gunstig het is dat de geest van de autocratie Rusland zelfs tot op de dag van vandaag niet verlaten heeft. Ik zou De Romanovs aan willen raden voor een breed publiek, van koningshuisfans en politicologen tot geïnteresseerden in de Russische geschiedenis, waar deze familie zo’n belangrijke rol in heeft gespeeld.

Tim de Wit volgt een onderzoeksmaster geschiedenis aan de Vrije Universiteit van Amsterdam en is redacteur van Skript Historisch Tijdschrift.

MINDBOOKSATH : athenaeum