Recensie: De ‘VOC-mentaliteit’ in actie

15 januari 2016 , door Tim de Wit
| | | | | | |

Piraten, koppensnellers, bombardementen, kruisigingen en tyfonen: De val van Formosa (Lost Colony), het nieuwste boek van de Amerikaanse historicus Tonio Andrade, zit er vol mee. In dit boek vertelt Andrade het verhaal van het negen maanden durende beleg van het VOC-fort Kasteel Zeelandia (op het huidige Taiwan) door de Chinese krijgsheer Koxinga in 1661-62. Onder de oppervlakte van dit pakkende verhaal probeert Andrade ook een belangrijk punt te maken in het grote wereldhistorische debat over wanneer Europa voor begon te lopen op China.

N.B. In ons jubileumjaar 2016 ontvangt u korting op uitgaven van onze meest vooraanstaande uitgeverijen. In januari: Princeton University Press. Werk van auteurs als Lisa Jardine, Simon Blackburn én Tonio Andrade nu met 20% korting. (gebruik bij webbestellingen de actiecode AB50PRINCETON).

Het ‘verwaerloosde Formosa’

Het Nederlandse imperium in de Indische Oceaan is voor veel Nederlanders een punt van nationale trots. Een berucht voorbeeld van deze vaderlandse trots die verbonden wordt aan de Verenigde Oost-Indische Compagnie - dat ondertussen haast een cliché is geworden - is de uitspraak van minister-president (en historicus) Jan-Peter Balkenende in 2006 over dat Nederlanders de ‘VOC-mentaliteit’ weer dienen te omarmen. De val van Formosa biedt echter een heel nieuwe kijk op die VOC-mentaliteit. Dit doet hij door de geschiedenis te vertellen van de val van een van de minder bekende kolonies van de VOC: Taiwan, wat in de woorden van de laatste VOC-gouverneur van dat eiland, Frederick Coyet, ‘het verwaerloosde Formosa’ genoemd wordt.

De Zheng-dynastie

Over de VOC is in de eerste helft van Andrades werk relatief weinig te vinden. De Nederlanders worden aanvankelijk geportretteerd als figuranten waar de Chinese Zheng-familie zich aan omhoog weet te trekken, zij het door voor ze te werken als vertalers of kapers, of door ze te bevechten namens de Ming-keizers. De hoofdpersoon van het boek is Zheng Chenggong, die in de geschiedenis bekend staat als Koxinga. Hij zou uiteindelijk, om een basis tegen de binnenvallende Mantsjoes te vestigen voor de ineenstortende Ming-dynastie, in 1661 de VOC-kolonie Formosa binnenvallen.

Andrade hecht er veel belang aan om gedetailleerde beschrijvingen van zijn hoofdpersonen te geven. Een groot deel van De val van Formosa kan daarom ook gelezen worden als een biografie van Koxinga. Zijn leven voordat hij Formosa binnenviel komt uitgebreid aan de orde, van zijn vroege kinderjaren bij de Japanse samoeraifamilie van zijn moeder tot de ambitieuze, maar gefaalde veldtochten die hij in de jaren 1650 voerde tegen de Mantsjoes/Qing-dynastie.

Ook zijn zeer angstaanjagende karakter komt uitgebreid naar voren. Nadat Koxinga’s vloot tijdens een campagne tegen de Qing uiteen was geslagen door een tyfoon, waardoor duizenden doden vielen, reageerde hij volgens Andrade, die Koxinga’s kroniekschrijver Yang Ying parafraseert, als volgt: ‘Koxinga lachte bitter en beval dat de lichamen moesten worden geborgen en begraven. Hij maakte rechtsomkeert, liet wat mensen executeren en begon aan de reparatie van zijn schepen.’ Dat is Koxinga in een notendop.

Verspeelde voordelen

Andrades portret van Koxinga is allesbehalve verheerlijkend, maar de Nederlanders ontsnappen ook niet aan zijn kritische blik. Een belangrijk punt in zijn verhaal over het beleg van Kasteel Zeelandia (het belangrijkste VOC-bolwerk), is dat de Nederlanders, ook al waren zij numeriek ver in de minderheid, Koxinga’s Chinese troepen best hadden kunnen verslaan door middel van hun superieure technologie en het feit dat de Chinezen meer last hadden van honger dan van de belegerde Nederlanders zelf. Wat echter roet in het eten heeft gegooid voor de Nederlanders was het gekonkel onder de VOC-bureaucraten en het problematische leiderschap van gouverneur Frederick Coyet.

Een voorbeeld van dit incompetente leiderschap bij de VOC is een gebeurtenis uit het begin van Koxinga’s beleg. Terwijl zijn troepen hun greep op het gebied rondom Kasteel Zeelandia versterkten deed de musketieraanvoerder Thomas Pedel een uitval vanuit het kasteel om zijn gewonde zoon te wreken:

‘Een van de weinige soldaten die Pedels leiderschap die dag overleefden, beschreef hoe woedend de kapitein werd nadat hij zijn zoon had gezien. Onmiddellijk, zo schreef de soldaat, gaf Pedel zijn tamboers bevel om op hun trommen te slaan, stelde hij zijn beste mannen op en ging toen Coyet om toestemming vragen om de Chinezen aan te vallen met tweehonderdveertig musketiers, ook al waren de Chinezen met vele duizenden. Coyet vond het goed.’

Het resultaat was weinig verrassend. Koxinga’s mannen lokten Pedels musketiers in een hinderlaag, en slachtten hen af. Kortom, de VOC-mentaliteit komt er bekaaid vanaf.

Enkele kritiekpunten

Al gaat De val van Formosa zeer diep in op personen als Koxinga en diens vader Zheng Zhilong, het boek heeft over de achtergrond van andere actoren juist erg weinig te zeggen. Biografische informatie over Coyet, Koxinga’s belangrijkste tegenspeler, is bijvoorbeeld schaars. Zijn leiderschap tijdens het beleg wordt wel beschreven en waar nodig bekritiseerd, maar er wordt nergens genoemd dat hij uit Zweden kwam, of dat hij ook als VOC-opperhoofd op het eiland Deshima, in de baai van Nagasaki, had gediend. Dat had een interessante parallel met Koxinga, die nabij Nagasaki was geboren, kunnen opleveren.

Andere personen worden niet eens bij naam genoemd. Zo noemt Andrade een Ming-keizer die ervoor verantwoordelijk was dat een rivaal van Zheng Zhilong uit zijn positie werd ontheven. Maar hij noemt hem nooit bij naam – hij heette overigens Tianqi -, en beschrijft hem alleen als ‘een man die geheel en al had geweigerd met zijn ministers te vergaderen en liever in zijn timmermanswerkplaats verbleef’. Dat kan verwarrend zijn omdat er meer Ming-keizers waren die weigerden om met hun ministers te vergaderen. Deze neiging om geen namen te noemen blijft niet beperkt tot personen. Zo noemt Andrade de oorspronkelijke bevolking van Taiwan bijna exclusief ‘koppensnellers’.

Een zeer relevant werk

Ogenschijnlijk is De val van Formosa een standaard boek over militaire geschiedenis, maar niets is minder waar. Zoals eerder gezegd gelooft Andrade oprecht dat de Nederlanders technologische voordelen hadden ten opzichte van de Chinezen. Volgens hem speelden de Europese technieken vanaf het begin van de wetenschappelijke revolutie van de zeventiende eeuw een beslissende rol in het overwicht dat Europa later op China zou krijgen. Daarnaast kent Andrade een belangrijke rol toe aan het klimaat. Die was in de zeventiende eeuw zeer ontregeld door vulkaanuitbarstingen, wat voor veel stormen zorgde die herhaaldelijk terugkomen in het verhaal van Koxinga’s leven en het beleg van Kasteel Zeelandia.

De val van Formosa is niet alleen een aangrijpend geschreven verhaal, maar ook een vernieuwend werk in de discipline van de wereldgeschiedenis. Het is dan ook aan te bevelen bij liefhebbers van VOC-geschiedenis, Chinese geschiedenis, Taiwanese geschiedenis en wereldgeschiedenis in het algemeen.

Tim de Wit volgt een onderzoeksmaster geschiedenis aan de Vrije Universiteit van Amsterdam en is redacteur van Skript Historisch Tijdschrift.

MINDBOOKSATH : athenaeum