Recensie: Dwalen met een erudiete gesprekspartner

22 september 2016 , door Daan Stoffelsen
|

Teju Cole lijkt een sensatie te worden. De Nigeriaans-Amerikaanse schrijver (1975) maakt furore op Twitter met gruwelijke kleine verhalen over moord en doodslag, hij werd met Paul Auster en W.G. Sebald vergeleken en kreeg de PEN/Hemingway debuutprijs voor Open stad (Open City, vertaling Paul van der Lecq).

N.B. Daan Stoffelsen besprak de roman op 16 april 2012 voor NRC Handelsblad. Vandaag plaatsen we zijn bespreking door. Eerder brachten we een fragment uit Known and Strange Things en een ander fragment uit Vertrouwde en vreemde dingen, en bespraken we de bundel. Vertaler Paul van der Lecq schreef er ook over. We bespraken ook Elke dag is voor de diefwe publiceerden voor uit Open stad en de NRC-recensie van Open stad is dus doorgeplaatst op Athenaeum.nl. 

Sympathieke titel, denk je. Net als de verteller: de jonge Afrikaanse arts-assistent psychiatrie met de naam Julius, aardig en wellevend, belezen, misschien wat eenzaam, zo’n slachtoffer van grootstedelijke anonimiteit. Julius besluit de stad te voet te gaan ontdekken.

Julius maakt lange tochten door New York, hij wandelt, pakt de metro, observeert, raakt in gesprek, herinnert zich en introduceert terloops de indringende geschiedenissen van slaven, kolonisten, Indianen, Afrikanen, van een Haïtiaanse bediende, een Turkse zakenman, een homoseksuele Japanse hoogleraar, van walvissen en bedwantsen.

Allemaal waren ze terechtgekomen op een plek ‘als een palimpsest, beschreven, gewist en opnieuw beschreven’, en niet zelden waren ze voor geweld of armoede of discriminatie gevlucht – en was dat ook hun deel in de Nieuwe Wereld.

Julius’ New York is dan ook af en toe regelrecht onrustbarend:‘Toen ik aankwam op Ninth Avenue, zag ik een plukje bomen waarvoor zich een stil oproer aftekende: pamfletten tegen de oorlog die klapperden in de wind als een zwerm vogels die plots opsteeg. Het maakte op mij de indruk van een menigte die uiteenging, nadat de activiteiten over hun hoogtepunt heen waren. Een dranghek lag op zijn kant.’

Dat is een indringend beeld, maar de menigte staat niet alleen fysiek op afstand. Ook in Cole’s stijl, en in Julius’ hoofd: de beelden scheiden de verteller van de werkelijkheid, het is alsof Julius het niet meemaakt, alleen maar beschouwt en vertelt.

En hij vertelt veel in dit boek, dat alle kanten op lijkt te gaan, lukraak van metro op metro, van hoofd- naar zijstraat. Alles is even interessant, en gedurende de roman heb je het gevoel tijdens een lange wandeling met een erudiete gesprekspartner te praten over klassieke muziek, filosofie, migratie, geschiedenis. Hij lepelt de juiste anekdotes erbij op, de kleurrijke en de vervelende, ook over zichzelf.

Maar is hij wel eerlijk? Zijn moeder emigreerde ook, vanuit Duitsland naar Nigeria, hij kwam naar New York, hij is een van die nieuwkomers waarover hij vertelt, en pas in de laatste, schokkende hoofdstukken stel je de onuitgesproken vraag hardop: ís hij wel een slachtoffer?

Die vraag maakt deze al zo intrigerende, onconventioneel geschreven, mooie roman ook nog eens urgent. Dit boek doet ertoe.

Gerelateerde boeken

MINDBOOKSATH : athenaeum