Recensie: Een machtige Europese wereldgeschiedenis

06 mei 2016 , door Bart van den Bosch
| | |

In 2009 verscheen Die Verwandlung der Welt van de Duitse historicus Jürgen Osterhammel. In deze machtige baksteen van meer dan 1500 bladzijden, diept de auteur de wortels van onze eigen tijd op en maakt hij middels een indrukwekkende synthese van de beschikbare historische kennis duidelijk dat die vooral in de lange, rafelrandige negentiende eeuw (Osterhammel gebruikt een periodisering grofweg tussen 1776 en 1930) moeten worden gezocht. Uitgeverij C.H. Beck biedt dit meesterwerk eenmalig voor € 28 in hardcover aan – en tijdens de jubileummaand mei gaat daar bij Athenaeum nog eens 10% vanaf.

Wereldgeschiedschrijving

Osterhammel wijst op het belang van de veelheid aan deelanalyses in eine Möglichkeit der Geschichtsschreibung – een wetenschappelijke onderbouwde en vooral een geduide samenhang, een Interpretationangebot onder te brengen. Zo rechtvaardigt hij zijn onderneming de wereldgeschiedenis van een meer dan een eeuw beslaande periode te beschrijven. Hij stelt zich daarmee in de traditie van historici als William McNeil, Christopher Bayly, J.M. Roberts, Eric Hobsbawm en Fernand Braudel. Evenals deze beoefenaars van Big History waakt Osterhammel voor de valkuil van een al te speculatieve duiding van het verleden waar filosofen als Hegel en Marx, sociologen als Comte of Sorokin, historici als Toynbee en cultuurpessimisten als Spengler en Ortega Y Gasset in de ogen van de geschiedwetenschappelijke consensus steevast in vastliepen. Osterhammel ontwaart geen boven-historische regulerende mechanismen; geen Geist, geen historisch materialisme, geen Vooruitgangsgeloof, geen onwrikbare cycli van opkomst en ondergang of een onstuitbare barbarisering van de mensheid.

Bewonderaars van zijn werk complimenteren hem dan ook voor zijn ingetogenheid bij het duiden van het heden in termen van het verleden; critici verwijten hem dat hij niet veel verder is gekomen dan het vergaren van een imposante verzameling feiten zonder die voor de 21ste-eeuwse mens in een betekenisvol kader te plaatsen.

Vijf ijkpunten

Die Verwandlung doet historiografisch nog het meest denken aan Jan Romeins unvollendete Op het breukvlak van twee eeuwen (1976, te raadplegen bij de DBNL). Ook dat omvangrijke werk focust zich op het ontstaan van de globaliteit door de overwegend door de Europese machten bepaalde negentiende eeuw. Waar Romein een door Johan Huizinga beïnvloed humanistisch en a-dogmatisch Marxisme hanteerde om de belangwekkende ontwikkelingen te analyseren en van duiding te voorzien, ziet Osterhammel vijf ijkpunten (Merkmale) die wat hem betreft de lange negentiende eeuw karakteriseren.

Hij onderscheidt ten eerste de snelle en spectaculaire toename van efficiëntie in overheidsregulering, in economische productiviteit, en in militaire vernietigingskracht. Vervolgens identificeert Osterhammel de enorme toename in mobiliteit van personen, goederen, kapitaal en ideeën als een bepalende negentiende eeuwse ontwikkeling. De snelle uitbreiding van de mogelijkheden van mondiale culturele uitwisseling via nieuwe netwerken (bijvoorbeeld onder invloed van telegrafie) en de zowel positieve als negatieve voorbeeldfunctie van de Westerse cultuur in dat proces (bijvoorbeeld onder invloed van imperialisme), acht de auteur een derde essentiële ontwikkeling die de negentiende eeuw aan onze tijd erflaat. Osterhammel legt bovendien de paradoxale ontwikkeling bloot, waarin enerzijds meer sociale en juridische gelijkheid voor vrouwen, slaven, Joden, arbeiders en allerlei minderheden wordt nagestreefd en ook in zekere mate gerealiseerd, maar waar anderzijds nieuwe, sterk hiërarchische, imperialistische en op militaire macht gefundeerde internationale verhoudingen ontstaan. Ten slotte ziet Osterhammel de negentiende eeuw als de eeuw van het ontstaan van grote emancipatiebewegingen, bijvoorbeeld die gericht op de bevrijding van slavernij en andere vormen van dwangarbeid.

Hoewel deze emancipatoire initiatieven wisselend en niet per se duurzaam succes hebben, geven ze de Zivilisierungsmission van het Westen in deze periode gestalte. Tegelijkertijd leggen ze de imperialistische hypocrisie bloot. De aangemoedigde verheffing van grote groepen uit de Europese samenlevingen, wordt in de koloniën genadeloos de kop ingedrukt. Dat deze spanning tussen het streven naar burgerlijke vrijheden en toenemende imperialistische onderdrukking in de twintigste en 21ste-eeuw veelvuldig tot gewelddadige uitbarstingen is gekomen, kan nauwelijks verrassend genoemd worden.

Asymmetrie

Osterhammel heeft een scherp oog voor de asymmetrie in de machtsverhoudingen tussen de Europese machten en de rest van de wereld. De constituerende Merkmale die hij schetst, transformeren de wereld op de meest ingrijpende manieren. Het klassieke besef van lokaliteit wordt in de negentiende eeuw bijvoorbeeld door revoluties op het gebied van transport (openbaar vervoer, massagoederen vervoer, telegrafie) omvergekegeld. Waar mobiliteit voorheen een zwaktebod was waaraan hoogstens nomaden of vluchtelingen waren blootgesteld, wordt het nu een archetypisch kenmerk van het dagelijks leven van de georganiseerde moderne Westerse maatschappij.

Auch wenn das 19. Jahrhundert noch nicht das 'Jahrhundert de Flüchtlings' war, so war es doch eine Epoch der interkontinentalen Arbeitsmigration. Diese Migration war umfangreicher als alles, was die Geschichte bis dahin kennte. Sie war außerhalb des noch nicht verschwundenen Sklavenhandels nicht immer ganz freiwillig, aber doch in der Gesamtbilanz durch freie, nicht unter fremdem Zwang getroffene Lebensentscheidungen Einzelner charakterisiert. Möglich wurde sie durch Bevölkerungswachstum, Verkehrstechnologie, das Entstehen neuer Beschäftigungschancen als Folge von Industrialisierung und agrarischer Frontier-Erschließung sowie durch eine post-merkantilistische Politik der Freizügigkeit bei den Regierungen abgebender wie aufnehmender Länder.

Het klassieke besef van tijd, uitgaande van de seizoenen en zonnestand wordt gestandaardiseerd, in Greenwich geijkt en mondiaal verankerd in stationsklokken, dienstregelingen en zakhorloges. Traditionele arbeids- en productieverhoudingen bezwijken onder invloed van stoommachine, kapitalistisch ondernemerschap en massaproductie. De globale communicatienetwerken die ontstaan, maken het mensen mogelijk om over grote afstanden en culturele grenzen doorbrekend weet van elkaars bestaan te krijgen.

Al deze veranderingen kenmerken zich door een allesoverheersende asymmetrie. Het Westen dicteert letterlijk de termen waarop de uitwisseling plaatsvindt. Voor de niet-westerse ontvangers van de Europese verworvenheden valt er nauwelijks aan te ontkomen. Het gevolg is een toenemende homogenisering van niet-westerse culturen op Europese voorwaarden en de daarmee de impliciete en expliciete (be)vestiging van de imperialistische macht.

Paradox

Osterhammels studie is zelf ook onderhavig aan de asymmetrie die hij tussen Europa en de rest van de wereld beschrijft. Er zit iets paradoxaals in het voornemen om een wereldgeschiedenis te schrijven en daar dan uitgerekend de meest Europacentrische eeuw uit de historie voor uit te kiezen. Die paradox komt op verschillende niveaus tot uitdrukking. Het meest in het oog springend is natuurlijk de verpletterende Europese economische, technologische, militaire en culturele overmacht dat in het imperialisme zijn ideologische bindmiddel vond. Minder zichtbaar, maar daardoor misschien wel bepalender voor het Europacentrisch gehalte van Die Verwandlung, is de traditie waarin Osterhammel staat. Hij schreef het volledig in de geschiedwetenschappelijke praktijk zoals die in Europa in de negentiende eeuw is ontstaan en van methodologieën is voorzien, en maakte gebruik van bronnenmateriaal dat op zich weer het product was van in de negentiende-eeuw heersende opvattingen over archivering en staatsvorming. De auteur is zich hiervan terdege bewust, en geeft zich hier rekenschap van.

Dat Osterhammel in de negentiende eeuw vooral de ontwikkeling naar globalisering ontwaart en niet de voor de hand liggende, en weinig originele, vorming van de natiestaat benadrukt, maakt duidelijk hoe hij zijn Europese wereldgeschiedenis duidt. Zijn sympathie en politieke perspectief richten zich op de ontwikkeling van de mens van lokaal naar mondiaal wezen. Hieruit volgt ook dat Osterhammel de opkomst van de grote, lokale en nationale grenzen overstijgende, emancipatiebewegingen als meest positieve verworvenheid van de periode 1770-1930 beschouwd. Dat dit project in 21ste eeuw op zijn zachtst gezegd nog niet voltooid is, doet hier niets aan af.

Bart van den Bosch is historicus en wetenschapsfilosoof.

MINDBOOKSATH : athenaeum