Recensie: Een vliegramp als roman

30 april 2016 , door Maarten Asscher

De recente ramp boven Oostelijk Oekraïne met vlucht MH-17 herinnert ons eraan dat in een vliegtuig door het lot een groep mensen bijeengebracht wordt, van wie de meesten niets anders met elkaar gemeen hebben dan dat zij, bij een fatale afloop van de vlucht, in hun gelijktijdige dood voor altijd met elkaar verbonden blijven. Op die tragische en onaantastbare waarheid is het romandebuut Constellation van de jonge Franse schrijver Adrien Bosc gebaseerd (nu in het Nederlands verschenen als Morgenvroeg in New York, vertaald door Carlijn Brouwer). Door maarten asscher.

N.B. Op zondag 1 mei (16.00 uur) interviewt Margot Dijkgraaf Adrien Bosc bij de OBA. U kunt hierbij aanwezig zijn.

'I have the field in sight'

De passagierslijst van een vliegtuig zou je kunnen lezen als de aftiteling van een film. Normaal gesproken is daar weinig aanleiding toe, maar wanneer het om de inzittenden van een neergestort toestel gaat, dan krijgt die lijst een sinistere, ja, suggestieve kracht. Uit zijn romandebuut Constellation blijkt dat de achtentwintigjarige, in Avignon geboren Franse schrijver Adrien Bosc, een vergaande fascinatie heeft opgevat voor de passagierslijst van de Air France-vlucht F-BAZN, die in de avond van 27 oktober 1949 opsteeg van de Parijse luchthaven Orly met bestemming New York. Een geplande tussenstop op de Azoren werd de vlucht fataal. Het vliegtuig, een Lockheed Constellation (ook wel liefdevol als 'Connie' aangeduid), vloog door miscommunicatie met het vliegveld Santa Maria bijna honderd kilometer uit koers tegen een berg op het eiland São Miguel. Alle zevenendertig passagiers en elf bemanningsleden kwamen kansloos om het leven. De laatste woorden van de piloot tegen de luchtverkeersleiding op Santa Maria waren 'I have the field in sight'.

Romanschrijvers kunnen overal literatuur van maken, zelfs van het kleinste fait divers. Een piepklein berichtje in een lokale krant over de zelfvergiftiging van een doktersvrouw was voor Gustave Flaubert genoeg om Madame Bovary tot leven te wekken. Of denk - meer to the point - aan het eenvoudige gegeven van de instorting van een loopbrug over een bergkloof, waar Thornton Wilder zijn The Bridge of San Luis Rey op baseerde. Adrien Bosc opent zijn roman op de wijze van een journalistieke reconstructie, met het aan boord gaan van de zevenendertig passagiers, maar al spoedig volgen wij aan de hand van de auteur de draden naar het verleden van alle passagiers en bemanningsleden, die op die fatale zevenentwintigste oktober samenkomen in een unieke constellatie, een weeffout in de sterrenstand die ervoor zorgt dat al die levensdraden voorgoed met elkaar verknoopt raken.

Het mysterie van de verdwenen Stradivarius

En wat voor levens worden hier door het lot gezamenlijk op het spel gezet! Aan boord was de geniale dertigjarige violiste Ginette Neveu samen met haar broer Jean die haar op de piano placht te begeleiden en met haar Stradivarius, op weg naar een concertreis door de Verenigde Staten. En er was de Franse middengewicht bokser Marcel Cerdan, die naar de VS ging om in Madison Square Garden de wereldtitel terug te veroveren op Jake LaMotta. Niet alleen was de Frans-Marokkaanse Cerdan, bijgenaamd 'le Bombardier Marocain', als sportman innig populair in Marokko en in Frankrijk, zijn buitenechtelijke verhouding met zangeres Edith Piaf gaf hem een nog extra status als publicitaire mythe. Ook onder de vierendertig andere passagiers waren levens en lotgevallen die de nieuwsgierigheid en de verbeelding van Bosc tot grote hoogten opstuwen. Kay Kamen, de man achter het wereldwijde succes van de Walt Disney-merchandising, de in zijn tijd beroemde mode-illustrator Bernard Boutet de Monvel, maar ook een groepje Baskische herders die hun geluk in Amerika gingen beproeven of een zakenman genaamd Ernest Loewenstein die naar Amerika terugvloog om een verzoening te bewerkstelligen met zijn voormalige echtgenote.

'Een oneindige samenloop van oorzaken bepaalt het meest onwaarschijnlijke resultaat.' Die openingszin van een van de hoofdstukken uit Constellation zou als motto voor het hele boek kunnen dienen. Neem bijvoorbeeld het geval dat bekend is geworden als het negenenveertigste slachtoffer van deze vliegramp, de vierenvijftigjarige Oostenrijkse Margarete Froehmel. Zij was een groot bewonderaarster van Ginette Neveu, had diverse van haar optredens bijgewoond, had haar bij een van die gelegenheden zelfs ontmoet en was met haar in een persoonlijke briefwisseling verwikkeld geraakt. Toen zij vernam van de dood van haar vriendin en muzikale idool, ging zij naar de keuken en vergaste zichzelf in haar oven. Of neem het mysterie van de Stradivarius van Neveu, die na de crash nog door onderzoekers is gesignaleerd maar die vervolgens spoorloos verdween, om op de Azoren tot het voorwerp van een sprookjesachtige legende te worden. Bosc slaagt erin de zoon van Robert Loewenstein in Amerika te traceren en van hem al die jaren later het levensverhaal van zijn vader te krijgen dat op die zevenentwintigste oktober tot een zo abrupt einde kwam En uiteindelijk kan Bosc natuurlijk zelf de aandrang niet weerstaan om naar het eiland São Miguel te reizen en daar rond te lopen op het terrein waar meer dan zestig jaar tevoren de 'Connie' die hem jaren bezighield tegen de berg Ponta Delgada te pletter vloog.

Een viering van de nieuwsgierigheid

Is Constellation een geslaagd romandebuut? Het antwoord luidt: nee en ja. Nee, want het is eigenlijk helemaal geen roman, het is een grondige en op het onderwerp stapelverliefde reconstructie van een zeer tot de verbeelding sprekende, rampzalige gebeurtenis. In Nederland zou je op de titelpagina van een boek als dit nooit het woord 'roman' vermelden. Wij hebben daarvoor het genre van de literaire non-fictie, in handen van schrijvers als Frank Westerman of Lieve Joris. Toch is het tegelijk ook een geslaagd boek, omdat het Bosc lukt van de wijd uiteen liggende brokstukken van een ramp een web van verhalen te maken waarin al die achtenveertig - pardon, negenenveertig - levensdraden zichtbaar geweven zijn. Dat is niet alleen een eerbetoon aan alle slachtoffers en hun nabestaanden, maar ook een viering van de nieuwsgierigheid die aan een stapeltje vijfenzestig jaar oude krantenknipsels genoeg heeft om een fascinerende reis door de tijd te maken en het noodlot terug op te rollen tot het onheilspellende moment dat de motoren worden gestart.

Maarten Asscher is directeur van de Athenaeum Boekhandel. Daarnaast is hij schrijver. Van 1980 tot 1998 was hij uitgever. Zijn meest recente boek is Het uur der waarheid. Over de gevangenschap als literaire ervaring.

Gerelateerde boeken

MINDBOOKSATH : athenaeum