Recensie: Gerritsen excelleert in taal en dialoog

11 maart 2016 , door Fleur Speet
|

Excelleren op de korte baan, dat is niet iedereen gegeven. Het CPNB moet daarom de Boekenweekgeschenkschrijvers met zorg uitkiezen. Vorig jaar was het wat minder, we zullen geen naam noemen, maar het jaar ervoor bewees Tommy Wieringa met Een mooie jonge vrouw dat hij enorm kon raken in 96 pagina’s fijnbedrukte lettertjes: een oude bok met jong blaadje wankelt en stort neer in waanzin. Zinnen uit dat geschenk spoken nog steeds door mijn hoofd. Nu is het de beurt aan Esther Gerritsen en het CPNB kan haar geluk niet op. In de trein, waar je op 20 maart vrij in kunt reizen met het Boekenweekgeschenk, zal een gewijde stilte heersen en zitten mensen als ze Broer uit hebben waarschijnlijk met vochtige ogen naar adem te happen.

N.B. Gerritsen komt 15 maart, 12.00-13.00, signeren bij Athenaeum Boekhandel aan het Spui. Kom ook!

Het beeld dat niet klopt

De titel is er echt een voor Gerritsen: nuchter en helder, op het zakelijke af. Het Boekenweekgeschenk gaat dus over een broer. Hoofdpersoon is Olivia. Ze is getrouwd met een tandarts, heeft twee puberzonen en een baan als financieel directeur van de eens grote winkel Kyvon Serviezen in de hoofdstad van Nederland. Juist voordat ze de aandeelhoudersvergadering in gaat om haar plannen te presenteren, belt haar broer, in opperste paniek en vol tranen, dat zijn been er af gaat. Ze had nooit zoveel contact met haar aan diabetes lijdende broer, die in recreatiewoningen of caravans woonde en zijn ziekte verontachtzaamde, maar opeens raakt dat been een diepe snaar van verbondenheid, pijn of verdriet. Ze weet het zelf niet eens precies omdat het voor haar onbetekenende woorden zijn: pijn, verdriet.

Alsof ze wakker wordt geschopt. En daarna verandert alles. Haar huwelijk wankelt, haar baan staat op losse schroeven. Ze haalt haar broer in huis en krijgt door zijn aanwezigheid een spiegel voorgehouden waaruit een verwrongen beeld oprijst en niet de reflectie van wie ze dacht dat ze was. Integendeel, ook haar echtgenoot en zoons blijken heel anders over haar te denken dan ze zich voorhield. Ben je eigenlijk wel de baas over je identiteit, kun je die sturen, kun je erboven staan?

Zinnen als deksel

In het werk van Gerritsen slingeren de personages doorgaans heen en weer van zware, volle emoties naar volslagen nuchterheid. Het ene moment kunnen ze zich op het idiote af laten meeslepen, op het andere moment relativeren ze dezelfde gevoelens compleet kapot. Dat leidde vooral in haar vroege werk, waarin Gerritsen in mijn ogen nog naar een evenwicht zocht, wel eens tot onwaarschijnlijkheid en soms viel er zelfs een zweem van puberale onhandigheid te bespeuren; het gek doen om je een houding te geven.

Maar wat haar romans, verhalen en toneel dan toch altijd weer interessant en spannend maakt, is haar taal. Gerritsen weet in een paar eenvoudige, onderkoelde zinnen meer te vertellen dan een ander in een compleet verhaal van dertig pagina’s. De zinnen zijn een deksel, dat alles wat eronder borrelt beheersbaar moet houden.

Met name in de dialogen is Gerritsen een kei. Schrijft er iemand in Nederland natuurlijker dialogen dan zij? Ik geloof van niet.

Toen Julius thuiskwam, was Tom zijn ouders voor. Hij had zijn jas nog niet uit of Tom zei: ‘Onze gekke oom komt hier wonen.’
‘Geintje zeker?’
‘Marcus komt een tijdje logeren,’ zei Gerard.
‘Heeft-ie weer geen huis?’
‘Jouw oom heeft wel een huis,’ zei Olivia, ‘maar hij mist een been en zolang hij revalideert komt hij hier.’
‘Slecht plan,’ zei Julius en hij liep weg.
‘Waar ga je heen?’ vroeg Olivia.
‘Naar bed.’
‘Weltrusten.’
‘Ja.’

Pièce de résistance

In Broer excelleert Gerritsen opnieuw in taal en dialoog. Het lijkt wel haar pièce de résistance, waarin alles wat zij hiervoor gedaan heeft, is samengebald in perfectie. Want de ongemakkelijke verhouding tussen gekte en nuchterheid is nu volkomen natuurlijk in balans. Dat was in Roxy al zo, een verfijnd verhaal over een moeder en een dochter, maar in Broer weet Gerritsen haar thema van familieverhoudingen en de gevangenschap daarin tot op nog grotere hoogte te tillen.

Waarschijnlijk door de kleinere schaal, en niet alleen in lengte. Olivia is een nuchtere figuur. Ze valt nergens te pletter, niks breekt aan stukken. Het gaat maar om kleine bewegingen en juist die subtiliteit maakt dit verhaal adembenemend pijnlijk en ontroerend. En aan het einde gloort zelfs hoop. Wie had dat gedacht bij Esther Gerritsen?

Fleur Speet is literair recensent. Ze schrijft onder meer voor De Morgen.

Gerelateerde boeken

MINDBOOKSATH : athenaeum