Recensie: Eten is cultuur bij Boon

07 april 2016 , door Debby Koudenburg

Eten op zijn Vlaams is geen kookboek, het is een verzameling liefdesbetuigingen, schreef Johannes van Dam in zijn voorwoord bij de eerste druk (1972) van dit boek, een bundeling van de ‘Boontjes’ die over eten gingen. ‘Boontjes’ waren cursiefjes in het Gentse dagblad Vooruit, Orgaan der Belgische werkliedenpartij. Het is meer, vind ik, deze heruitgave is verplichte literatuur voor iedereen die trut met eten en voor hipsterkokers die denken dat ze met wat nieuws komen – het is zelfs een welgemeend advies van Herman Chevrolet die de nieuwe inleiding verzorgde en samen met Els Versnick de receptuur. Eten op zijn Vlaams gaat over lekker eten. Echt eten. En het is ook nog eens geschreven in een ongeëvenaarde stijl.

Louis Paul Boon zelf zei in 1971 in Humo:

'Maar als Boontje schrijf ik voor de gewone lezer van Vooruit, die op de eerste bladzijde moord en doodslag en wereldbrand moet lezen. Op bladzijde twee leer ik dan de volksvrouwen hoe ze vlaaien moeten bakken, want ik kook graag, en dan kuist de volksvrouw haar pollen af aan haar schort en ze pakt een pen en ze schrijft mij: “Liefste Boontje, ik neem de pen ter hand om u te schrijven dat het lekkere vlaaien waren.” Zo’n brief doet me meer plezier dan een goeie kritiek in “Noord en Zuid” of “De Gouden Poort” of hoe heten al die boekskes.'

Deze heruitgave is wat mij betreft verplichte literatuur voor iedereen die trut met eten en voor hipsterkokers die denken dat ze met wat nieuws komen - het is zelfs een welgemeend advies van Herman Chevrolet die de inleiding verzorgde en samen met Els Versnick de receptuur. Eten op zijn Vlaams gaat over lekker eten. Echt eten. En het is ook nog eens geschreven in een ongeëvenaarde stijl.

Geschild, gekookt en bloemend opgeschud

Het eerste dat opvalt in de heruitgave is dat er, in tegenstelling tot het origineel, recepten instaan. En wat afbeeldingen – waarvan de meesten foto’s zijn van Boon al etend, drinkend, feestend of schrijvend. Mooi uitgegeven en het draait gelukkig nog steeds om de tekst. Beschrijvingen van bereidingen en smakelijke uitleg over hoe bijvoorbeeld aardappels te eten:

'Geschild, gekookt en bloemend opgeschud […] dat eerste stukje patat, op de vork geprikt en even in de vleessaus gewenteld, is dat geen uitvinding der Goden?'

Als je daar geen trek van krijgt…
>Hoe je iets klaarmaakt ziet er dan zo uit:

'Voor jonge huisvrouwtjes, wier kookkunst nu reeds uitgebreid is tot het laten verbranden van een biefstuk volgt hier het aspergerecept: ze zo zorgvuldig en zo profijtig mogelijk van het harde velletje ontdoen, in zout water gaarkoken, afgieten, en een blonde saus maken van boter, bloem, peper en zout, aangelengd met wat van het asperge-kookwater. Daarover gemalen kaas strooien. […] Liefst eet ik ze met aardappelpuree…'

Van die huisvrouwtjes heeft Louis Paul Boon over het algemeen niet zo’n hoge pet op. 'Sommige huisvrouwtjes zullen me zeggen, dat het niet nodig is ze soep te leren klaarmaken, je koopt ze in een blik.' Om ze huisvrouwtjes te noemen was waarschijnlijk toen al behoorlijk politiek incorrect maar who cares?

Je blijft citeren

Vervolgens beschrijft hij ook liefdevol de kookkunst van zijn vrouw en zijn moeder. Ook grootvader komt regelmatig langs, die geniet van goed eten en maakt frikadellen. Vader weet precies waar je sosijsjes moet halen - die van Jan Kat de slager lust hij niet, ze zijn veel te dun. Eenvoud in de keuken en liefde voor goede spullen – daar draait het om. Thuis en niet 'op restaurant'. Tracht eens een goed brood te kopen, goeie boerenboter en laat het op geen centje steken, zegt hij. En ook een koppel eieren moet met liefde en voldoende boter gebakken worden. Verder neem je er de tijd voor en je kookt dus zelf thuis want ‘de geur hing meteen de keuken vol'. Of: 'Daar zou ik nú nog kunnen om wenen van geluk.' En: 'Je mag in mijn plaats en op mijn kosten in het meest sjieke hotel eten.'

Voor de hedendaagse worstdraaiende hipsters had hij toen al een uitstekende tip:

'Een goede raad voor bloedworst: daar het een té lastig werkje is je eigen  bloedworst zélf te maken, haal je die best bij de slager. En dan bij deze waarvan je weet dat hij die bloedworst zélf heeft vervaardigd naar eeuwenoud recept.'

Kortom. We kunnen wel blijven citeren. Het is allemaal even waar en even mooi, watertandend lekker en vol humor beschreven. Nog eentje dan: 'Mijn vrouw zegt nu: Jij kunt een mens honger doen krijgen, alleen maar met je zien te eten.' Dat is voor ons niet weggelegd maar Boon weet op onnavolgbare wijze zijn appetijt op papier te zetten, lichtvoetig maar toch bloedserieus over goed eten. Je krijgt er trek van, zin in een vette bek.

Over…

Eten op zijn Vlaams begint met boterhammen en over wat erop. Naast - uiteraard - die boerenboter is dat bijvoorbeeld boerenhesp of Platte kaas, waarvoor een recept van Chevrolet. Dan over soep, aardappels en – hip – heel veel groenten. Savooiekoolstoemp! (met kruidnoot en daar kwam dan gebraden gehakt bij). Veel kruidnoot trouwens op van alles. Dan gaat het over vlees, van biefstuk tot schapenribbetjes met een recept van Chevrolet voor Lamsrack met pistachepesto en citroen-beurre blanc – niet te sjiek en uit verre landen voor Boon? Maar hier ook heel fijn een recept voor Gentse stoverij. Dan over vis, Paling in het groen! Ten slotte gevogelte en wild, Gebraden duifjes! Waterzooi! Om te eindigen met slechts enkele zoetigheden want wie kan nog wat op na al dat heerlijks.

Het motto van Eten op zijn Vlaams:

'Koken is makkelijk, maar iets lekkers voorschotelen is weer wat anders.'

Boon-appetit!

Gerelateerde boeken

MINDBOOKSATH : athenaeum