Recensie: God hebbe hun ziel… Hopelijk

11 april 2016 , door Roel Salemink
| | |

Hoe een stervende vriend gerust te stellen over het lot van zijn ziel? In zijn Prognosticon verzamelde de zevende-eeuwse geestelijke Julianus van Toledo wat er zoal door eerdere christelijke geleerden was opgeschreven over het leven na de dood. Met hem meelezend kunnen we de ontwikkelingen en veranderingen in het vroege christendom tussen de derde en de zevende eeuw reconstrueren. En daarover schreef Peter Brown weer The Ransom of the Soul: Afterlife and Wealth in Early Western Christianity. Het gaat over een op het oog klein, maar zeer invloedrijk aspect van het christelijke geloof, en daarmee van de hele laat antieke maatschappij: de vraag hoe de ziel het paradijs kon bereiken.

N.B. In ons jubileumjaar 2016 geven we korting op uitgaves van onze meest vooraanstaande uitgeverijen. In april 20% korting op geselecteerde Harvard University Press-titels (kortingscode AB50HARVARD), waaronder titels van Patricia Meyer Spacks, Peter Brown, Walter Benjamin, Mary Beard, Thomas Piketty, Martha C. Nussbaum, Greil Marcus. En de gehele Loeb Classical Library.

Late oudheid en vroeg christendom

Traditioneel wordt de late oudheid gezien als de periode van het verval van het West-Romeinse rijk. Dit beeld is grotendeels achterhaald, en de late oudheid wordt steeds meer bestudeerd als een volwaardige historische periode. Er is vooral één historicus die al heel lang pleit voor een herwaardering van deze onderschatte tijd: Peter Brown. Al tientallen jaren schrijft hij over de overgangsperiode die voert van de hoogtijdagen van het Romeinse Rijk in de tweede eeuw tot de tijd van kloosters, ridders en kastelen in de achtste en negende eeuw. Bekende boeken van zijn hand zijn Augustine of Hippo, The World of Late Antiquity, The Cult of the Saints en Through the Eye of a Needle.

Brown wil met zijn nieuwste boek laten zien dat de manier waarop de ‘andere’ wereld werd gezien van grote invloed was op hoe de echte wereld functioneerde. De veranderingen in hoe men zorg droeg voor de ziel van overledenen, en hoe men het hiernamaals voor de ziel zag, gingen gelijk op met hoe het christendom zich ontwikkelde van een marginale godsdienst voor vervolgde enkelingen tot een staatsgodsdienst waarin keizers en koningen zich door God gezonden waanden en bisschoppen een grote politieke rol vervulden.

Die vervolgden waren de mensen waarvoor vroege kerkgeleerden als Tertullianus en Cyprianus in het midden van derde eeuw preekten en die ze met hun denkbeelden een hart onder de riem wilden steken. In deze periode waren christenen niet veel anders dan hun niet-christelijke medemensen, ‘early christians did not spend their time being early christians’, en hun geloof was lang niet altijd exclusief christelijk. Toch verspreidde het rotsvaste christendom zich steeds meer. Voor deze mensen was het hiernamaals een soort wachtkamer, het refrigerium geheten, voor de hemel (of hel), waar de zielen van overledenen collectief wachtten op het einde der tijden: de wederopstanding van Christus en het Laatste oordeel, waarna een nieuwe wereld zou worden geschapen. Dit bracht nogal wat onzekerheid met zich mee, want hoe kon men zich op dat cruciale moment voorbereiden?

Zielenrust

Door een recente vondst van een aantal brieven van Augustinus weten we dat hij als bisschop van Hippo in Romeins Noord Afrika veel tijd kwijt was met het beantwoorden van vragen van gelovigen over het lot van hun ziel. Hij schrijft erover aan een goede vriend:

I am annoyed because of the demands that are thrust on me to write, arriving unannounced, from here, there, and everywhere. They interrupt and hold up all the other things that we have so neatly lined up in order. They never seem to stop.’

Zijn antwoord op al die vragen kwam eigenlijk altijd op hetzelfde neer: God zwijgt en dus is de toekomst ongewis. Hij predikte daarom voorzichtigheid, zeker omdat hij ervan overtuigd was dat de mens niet zondeloos kon leven en hulp nodig had om na de dood de weg naar het paradijs te kunnen vinden. Hierdoor was het volgens hem noodzakelijk voor de doden te bidden en andere goede daden te verrichten, zoals het helpen van de armen door het geven van aalmoezen.

Door de tijd van de derde tot de zevende eeuw heen veranderde het beeld dat men van het hiernamaals had onder invloed van politieke en sociale ontwikkelingen. Steeds meer mensen gingen geloven dat de wachtende zielen de levenden nodig hadden om ze te ‘completeren’. Omdat men, zo was het idee, een leven lang had gezondigd was de ziel incompleet en kon daarom niet op een positief oordeel rekenen als het einde der tijden zou aanbreken. Het idee van het hiernamaals als wachtkamer verdween. De ziel moest een reis afleggen, die steeds gevaarlijker en onzekerder werd voorgesteld. Voor een veilige reis en een positief eindoordeel was hulp van buitenaf meer dan noodzakelijk: ‘The sense that the living could do something about the dead gave a much-needed sense of agency to the average believer.’

Omgekeerd gold hetzelfde. Door met groot respect met de doden om te gaan en door goed te doen in deze wereld bouwde men ook aan de eigen latere zielenrust. Het ‘afkopen’ van zielenrust was door gebeden en het helpen van armen voor iedereen toegankelijk, maar of dit voldoende was bleef altijd onzeker. Toen steeds meer aristocraten zicht tot het christendom bekeerden begon rijkdom een steeds grotere rol te spelen: ‘The Ransom of the soul of a man is his wealth’ is een bekend citaat uit Spreuken, dat zou slaan op het verdwijnen van de onzekerheid over het lot van de ziel als je het geld had om een plek in het paradijs zeker te stellen.

In plaats van geld in publieke zaken te steken, zoals gebruikelijk was in de Romeinse wereld, werden aanzienlijke bedragen aan de kerk betaald om daadwerkelijk zielenrust af te kopen. De kerk werd daardoor steeds rijker en won aan macht en invloed. In deze context ontstond er bijvoorbeeld een heiligencultus: men wilde in een zo luxueus mogelijk graf zo dicht mogelijk bij een heilige worden begraven. Voor gewone gelovigen werd hierdoor de weg door het hiernamaals alleen maar onzekerder.

Het post-Romeinse christendom

Brown richt zich in het laatste deel van het boek op het Gallië van na de ‘val’ van het Romeinse Rijk. In eerste instantie heerst er politieke chaos, maar de macht stabiliseert zich vrij snel door de vorming van een aantal kleine, op Romeinse leest geschoeide koninkrijken zoals dat van de Bourgondiërs en de Franken. Gregorius van Tours schreef in deze wereld zijn werken Historia Francorum en verschillende hagiografieën (recent verschenen als Lives and Miracles, ook bij Harvard University Press, in de Dumbarton Oaks Medieval Library), waarin hij de ideeën van Augustinus nieuw leven inblaast: Gods wegen zijn ondoorgrondelijk, óók voor de rijken die zich onschendbaar achten. Het beeld dat men van het hiernamaals had werd in deze periode steeds grimmiger en boetedoening voor gepleegde zonden werd gepredikt door militante bisschoppen die het einde der tijden zagen naderen:

‘As far as bishops and preachers were concerned, the Roman Empire might vanish from the scene, but the human race remained. It was as much in need of penance as ever before. Far from wiping them from the face of the earth, God had granted the inhabitants of Gaul and elsewhere yet another period of respite in which to repent their sins.’

Langzamerhand raakte alles en iedereen doordrongen van de christelijke moraal. De koningen van deze ‘barbaarse’ koninkrijken waren vaak overtuigde christenen die er op gebrand waren hun onderdanen te bewegen hun zonden weg te wassen omdat iedere zonde zijn neerslag had op de hele maatschappij. Het christendom nam hier een nieuwe wending. Veel Gallische aristocraten stapten uit hun rijke bestaan door zich aan te sluiten bij de snelgroeiende orde der monniken. Het primitieve en harde monastieke bestaan werd gezien als de manier om al in dit leven te bouwen aan een hemel op aarde, met de biecht als een ultieme vorm van boetedoening. Het aantal kloosters groeide enorm, evenals hun rijkdom en invloed. Brown beschouwt met hun opkomst de oudheid als definitief voorbij.

Brown schrijft compact en legt goed uit wat hij wil precies wil aantonen en recapituleert aan het eind van ieder hoofdstuk het punt dat hij wil benadrukken. The Ransom of the Soul gaat over ingewikkelde materie die van grote invloed is geweest op onze manier van denken over de dood en de ziel. Brown belicht zo op meesterlijke wijze een vergeten en onderschat stuk van onze westerse geschiedenis.

Roel Salemink is archeoloog en medewerker van Athenaeum Boekhandel.

MINDBOOKSATH : athenaeum