Recensie: Helman, een hyperproductieve knorrepot

03 oktober 2016 , door Esther Wils
| |

'Pionier en rebel'. Onder die noemer werd zaterdag 17 september in een bomvolle OBA een hommage gebracht aan de Surinaamse schrijver, journalist, componist, taal- en geschiedkundige en politiek-culturele spilfiguur Lou Lichtveld (1903-1996), beroemd geworden onder het pseudoniem Albert Helman. Aanleiding was de presentatie van zijn vuistdikke biografie, Rusteloos en overal. Het leven van Albert Helman, waarvoor letterkundige Michiel van Kempen een kleine dertig jaar geleden de eerste opzet schreef.

Geen heilige

Het is geen sinecure geweest het levensverhaal op te tekenen van de man die drieënnegentig jaar werd en vele hoeken van de wereld heeft verkend; die zich als betweter en multi-talent hevig roerde in zowel de muziek en de letteren als in de politiek, de wetenschap en de journalistiek. Helman was 'de eerste schrijver van betekenis uit de West' met een bij wijlen gouden pen, iemand met een dringende wens de wereld te doorgronden en een onuitputtelijke energie om - ondanks al zijn tegenstrijdige gevoelens voor zijn geboorteland - Suriname op te stoten in de vaart der volkeren. Een figuur van historische betekenis en kennelijk een charmante man - hij had een trouwe vriendenkring - maar ook iemand die met zijn kritische houding zwaar uit de bocht kon vliegen, ongenadig hard kon zijn en daarbij ook zijn eigen kinderen niet spaarde, een ongeneeslijke macho was, en een gierigaard die er bovendien geen been in zag zelf heel wat subsidie op te strijken uit de potten van Sticusa, het culturele fonds voor de (oud)koloniën waarvan hij aan de wieg had gestaan en waarin hij een flinke stem had.

Van Helmans enorme schrijversproductie is een deel gedateerd, dat erkent ook Van Kempen, die heel af en toe benadrukt hoe nieuw of uniek Helmans bijdragen waren, wel de ontvangst door tijdgenoten weergeeft maar weinig oordelen velt. Hij acht zijn lezers 'intelligent genoeg' om dat zelf te doen, op grond van wat hij voor ze heeft verzameld, zo vertelde hij in de OBA aan zijn interviewer Jos de Roo. 'Pa was geen heilige,' hadden de kinderen Lichtveld, die de biograaf alle medewerking verleenden, hem op het hart gedrukt. Van Kempen heeft nuchter de feiten geschetst, met soepele pen en de hem eigen afwisseling van humor en ernst. Voor een diepgaander duiding van Helmans werk kan de lezer terecht bij de vele artikelen die de biograaf eerder aan de schrijver wijdde - zie de lijst van ruim drie pagina's in de bibliografie.

Katholieke indiaan

Helmans namen vormen een sleutel tot zijn gemengde herkomst. Een van zijn overgrootmoeders was een indiaanse en had bij haar manumissie de naam Lichtveld gekregen. Zo vertelde hij in een interview:

'Een beschonken Hollandse bestuursambtenaar uit Paramaribo bedacht de naam Lichtveld, omdat wij uit de donkere oerwouden komen. Ik ken ook zwarten die Madretsma of Nelom heten, het omgekeerde van Amsterdam en Molen. Die grappen zijn typerend voor het Europese superioriteitsgevoel dat ons ook liet leren waar Roodeschool en Schin-op-Geul liggen. De kneuzen en deugnieten zijn altijd naar de West gestuurd, juist die mensen hadden het nodig zich tegen ons af te zetten.'

Ook aan moeders kant was een indiaanse - of, volgens andere bronnen, een zwarte - slavin terug te vinden in de stamboom. Helman heeft zijn weerzin tegen het kolonialisme en de slavernij onder meer tot thema gemaakt van zijn beroemdste roman, De stille plantage (1931), die overigens hoogstwaarschijnlijk geïnspireerd was door historische voorbeelden uit de zeventiende en achttiende eeuw, blijkens onderzoek van Van Kempen en zijn voorganger Bert Paasman.

De naam Lou kwam van Lodewijk, naar een bevriende pater. Het katholieke geloof van thuis heeft Helman lang bij zich gedragen en het heeft hem op weg geholpen; in Nederland vond hij aansluiting bij de katholieke kunstenaarskring rondom het tijdschrift De Gemeenschap, waar hij vrienden maakte en zijn eerste succes beleefde als criticus en schrijver. Zijn doorbraak, het uit heimwee en eenzaamheid geboren, en bij vlagen poëtisch-meeslepende Zuid-Zuid-West (1926), beschrijft de wereld van zijn jeugd en is doortrokken van een katholieke geest. Dat aspect is nu moeilijk te waarderen, net als de stereotypische beschrijvingen van de verschillende rassen die de Surinaamse bevolking uitmaken. Het indiaanse volk is het enige dat er echt genadig vanaf komt; de jonge Lou wordt tijdens een bezoek aan familie in de binnenlanden getroffen door hun lot en levenswijze en komt daar in later werk sterk op terug.

Uomo universale

Op zijn achttiende kwam Lichtveld uit Suriname naar Nederland. Vandaar ging het als journalist voor NRC, De Groene Amsterdammer en andere bladen naar Spanje - waar hij onder andere de burgeroorlog versloeg - en later naar Mexico. De Tweede Wereldoorlog bracht hij door in Nederland waar hij deelnam aan het verzet; eind jaren veertig vertrok hij naar Suriname waar hij korte tijd minister en voorzitter van de rekenkamer was en zich sterk maakte voor hoger onderwijs. In de jaren zestig vertrok hij daar weer en ging als diplomaat namens Suriname naar de VS en elders. Van de jaren zeventig tot de jaren negentig verbleef hij afwisselend in Nederland, Tobago en het Italiaanse plaatsje Airole.

Naast schrijf- en beleidswerk om geld te verdienen, had Helman altijd eigen projecten onder handen: poëzie, romans, composities, vertalingen, redacteurswerk - na De Gemeenschap was hij lange tijd verbonden aan Kroniek van Kunst en Kultuur - en semiwetenschappelijke studies. Zijn interesse bewoog zich van muziek, theater, film en literatuur naar de geschiedenis en de taalkunde van Suriname en de omringende regio. Zijn overtuiging ging over van katholiek naar communistisch en anarchistisch - terwijl hij, waar het Suriname aanging, geen voorstander was van een snelle onafhankelijkheid, en hij van mening was dat de lichte, meest geschoolde creoolse gemeenschap het ontvankelijkst was voor de Nederlandse cultuur en die gemeenschap dus de beste bestemming voor inspanning van Sticusa achtte.

Helman kende - voor zover uit de biografie te reconstrueren - behalve Nederlands en Sranantongo ook Spaans, Frans en Engels, en had privé-onderwijs gehad in de klassieke talen. Hij was als jongeman opgeleid in de muziek met viool- en pianoles, solfège en compositieleer, hij deed een beetje aan zwemmen en fanatiek aan minnekunst - hij wilde graag een 'Renaissance-mens' zijn.

Volgens Van Kempen was hij dat inderdaad, en zijn vrienden- en kennissenkring toont dat bijzondere tijdgenoten uit verschillende disciplines door hem geboeid waren; hij onderhield onder meer contact met architect Sybold van Ravesteyn, filmer Joris Ivens, cellist Pablo Casals en de schrijvers Cola Debrot, Hendrik Marsman, J.J. Slauerhoff, Menno ter Braak en Albert Vigoleis Thelen.

'Koloniezonen'

Helman doet in verschillende opzichten denken aan twee begaafde, bereisde Indische schrijvers-polemici: Tjalie Robinson en Rudy Kousbroek. Robinson en Helman hadden beiden, naast een machokarakter, ook een lerareninborst en voelden een groot maatschappelijk engagement. Hun literaire ambitie - waarmee ze onder andere de unieke mengculturen waarin ze opgroeiden hebben vereeuwigd - moest vechten om de aandacht met hun emancipatoire drang. Kousbroek en Helman (die zijn studie Nederlands aan de wilgen hing) verwierven beiden als autodidact een eredoctoraat, maar bleven hun hele leven in een haat-liefdeverhouding tot de wetenschap staan. Alle drie waren ze overal en nergens thuis, en zowel kritisch op als verslingerd aan hun land van herkomst - net als Eddy Du Perron, met wie Van Kempen de parallel trekt.

'Ze hadden […] zo veel met elkaar gemeen: hoorden tot dezelfde generatie, stamden allebei uit katholieke families, trokken allebei aan het begin van de jaren twintig naar Europa en vonden daar aansluiting bij de spraakmakende literaire goegemeente, waren beiden uiterst kritisch en strijdbaar, en waren allebei geduchte womanisers. […] Opvallend is beider ambivalente houding tot Europa, of exacter: tot Nederland. Talrijk zijn Helmans misprijzende kwalificaties aan het adres van het regentenlandje aan de Noordzee dat met zijn liefdeloze schurkerij zijn koloniën verwaarloosde. En tegelijkertijd stond hij ook, net als Du Perron, buitengewoon ambivalent tegenover zijn eigen land van herkomst, het koloniale "achterlijke nest". […] Het eerste gedrukte "contact" tussen de koloniezonen liep niet echt lekker en het zou eigenlijk nooit meer goed komen, terwijl ze ook politiek zo dicht bij elkaar zaten: Du Perron was graag naar het anti-Franco-front getrokken waar Helman al zat als verslaggever. Beiden zouden ferm stelling nemen tegen het opkomende nazisme.'

Du Perron oordeelde dat critici onder wie hijzelf en Albert Helman, 'eigenlijk niet genoeg gelezen hebben', wat Van Kempen - zeldzaam voor hem - duidt: 'Zo'n opmerking lijkt een typisch postkoloniaal compensatiecomplex te verbergen: nooit kan de jongen uit de kolonie hard genoeg roeien om de culturele stroom van het Avondland bij te houden.'

Geen enkele criticus heeft ooit genoeg gelezen - te veel kan wel, dan word je blasé. Of de belezen Helman en de andere koloniezonen aan compensatiedrift leden, is interessant om over na te denken. Van Kempen doet over Helman in die zin geen uitspraak, maar diens opvallend frequente gebruik van Latijn en andere omhaal van (moeilijke) woorden, het vasthouden van soms weinig effectieve erebaantjes, de wens om iedere mooie vrouw te versieren, en misschien zelfs de wat dweperig aandoende bewondering voor de indiaanse cultuur van zijn voorouders, roepen wel het beeld op van onstilbare ambitie en een onvervulde kern. Om deze en andere vragen die opkomen is er alle reden deze bomvolle maar prikkelende en met vaart geschreven biografie te herlezen.

Biograaf en uitgever

Helman heeft een zeer toegewijde biograaf getroffen in Michiel van Kempen, bijzonder hoogleraar West-Indische letteren. Van Kempen bracht eerder de geschiedenis van de Surinaamse letterkunde in kaart in een vijfdelig, duizenden pagina's tellend proefschrift, stelde dikke bloemlezingen van de Surinaamse poëzie en verhaalkunst samen, begeleidt een sloot aan promovendi en is smaakmaker bij de werkgroep Caraïbische Letteren. Naast het pas verschenen boek komt er een Helman-website waar Van Kempens nog veel langere basistekst inclusief noten te vinden zal zijn. Daar komen ook een tijdlijn, nog meer fotomateriaal en teksten van Helman zelf en anderen op te staan.

Uitgeverij In de Knipscheer komt lof toe voor de onstuitbare manier waarop zij al decennialang bouwt aan een Caraïbisch fonds; zij voert twintig jaar na zijn dood nog verschillende titels van Helman en investeerde ruimhartig in de luxe uitvoering die de biografie toekomt: gebonden, rijk geïllustreerd en met leeslint.

Esther Wils houdt zich als freelance publicist onder andere bezig met koloniale cultuur. Zie behalve elders op deze website ook www.indischanders.nl.

Gerelateerde boeken

MINDBOOKSATH : athenaeum