Recensie: Herinneringen aan de belle époque

16 mei 2016 , door Jerker Spits
| | | |

De memoires van Else Sohn-Rethel (1853-1933) brengen de lezer terug naar het Duitsland van de belle époque. Ze beschrijft een Venetië waarin ze Richard en Cosima Wagner ontmoet. Ze bejubelt Franz Liszt, die als een popster door Europa reist. Ze danst op pompeuze feesten in Dresden en Düsseldorf en verafschuwt de barbaarse keizer Wilhelm II.

N.B. De jubileummaand mei is de maand van C.H. Beck Verlag. In het kader daarvan bezoekt bezorger Hans Pleschinski Athenaeum Boekhandel op 26 mei.

Een vrije geest

Else Sohn-Rethel groeide op als kind in een rijke Duits-Joodse bankiersfamilie. In haar memoires, die dit jaar in Duitsland zijn verschenen, beschrijft ze het vermaak van haar tijd: huisconcerten, toneelspel en ritjes in een sneeuwkoets met verlichte fakkels. Else was een sterke, gevoelvolle vrouw. Ze gaat haar eigen weg. Ze houdt van kunst, van mooie kleding en dansen, maar deinst er niet voor terug in de oorlog tussen Duitsland en Frankrijk (1870-1871) gewonde soldaten te verplegen.

Else is een freier Geist, een tikje schwärmerisch, dweperig. Maar als het om mannen gaat, weet ze heel goed wat ze wil. Talrijke aanbidders wijst ze koeltjes af. Ze trouwt met de kunstschilder Carl Sohn (1845-1908). Zijn portretten van de Engelse Koninklijke familie hangen nog altijd in Windsor Castle. Ook de drie zonen van Else en Carl groeien uit tot bekende kunstenaars van hun tijd.

Wagner in Venetië

De herinneringen van Else, die als oude dame haar memoires schreef, geven een prachtig tijdsbeeld van de belle époque in Duitsland. Ze beschrijft de jaren tussen 1850 en 1900. Het is de tijd die in Duitsland bekend staat als de Gründerzeit. Het Duitse keizerrijk komt tot bloei. Het zijn jaren van een snelle industriële groei, van ongekende welvaart voor weinigen. Een tijd waarin stations worden gebouwd, kantoren van handelsmaatschappijen verrijzen, een tijd waarin arbeiders en vrouwen opkomen voor hun rechten. Die periode vindt de lezer in Ich war glücklich, ob es regnete oder nicht beschreven, door de ogen van een wereldwijze vrouw, die misschien niet heel literair schrijft, maar wel met flair en oog voor detail.

Else beschrijft een leven zonder geldzorgen, met veel vrije tijd en kunstzinnig genot:

Dann fuhren wir über den Semmering weiter nach Italien, kamen noch im Hellen über den Pass und durch den Kurort mit seinen eleganten Hotels, und dann erlebten wir eine Nachtreise durch die mondbeschienenen Alpen, die so großartig war, dass ich sie nie vergessen werde.
Venedig erreichten wir recht müde, aber die stille Fahrt vom Bahnhof durch die Lagune erfrischte uns. Wir fanden ein gutes Zimmer in der Dependance des Daniele an der Riva.
Zur selben Zeit logierte, wie alljährlich, Richard Wagner mit Familie im Palazzo Vendramin am Canal Grande, und wir hatten das Vergnügen — wie soll man es anders nennen? —, ihn mit Cosima und Siegfried allabendlich auf dem Marktplatz spazieren gehen zu sehen. Wagner mit dem bekannten Barett auf dem Kopf, Arm in Arm mit Cosima, die in Tücher und Schleier gehüllt war, dazu Siegfried, ungefähr zwölfjährig, am Arm der Mutter hängend.

Toen reisden we over de Semmering verder naar Italië, we kwamen nog bij licht over de pas en door het kuuroord met zijn elegante hotels, en toen beleefden we een nachtelijke reis door de maanbeschenen Alpen van Karinthië die zo geweldig was, dat ik haar nooit zal vergeten. Venetië bereikten we moe, maar de stille tocht vanaf het station door de lagune verfriste ons. We vonden een hele goede kamer in de dependance van het Danieli aan de Riva.
In dezelfde tijd logeerde daar, zoals elk jaar, Richard Wagner met familie in het Palazzo Vendramin aan het Canal Grande, en we hadden het genoegen — hoe moet je het anders noemen ? —, hem met Cosima en Siegried alle avonden op het San Marcoplein te zien wandelen. Wagner met de bekende baret op zijn hoofd, arm in arm met Cosima, die in doeken en sluiers gehuld was, daarbij Siegried, ongeveer twaalf jaar, hangend aan de arm van zijn moeder.

Er komen meer prominenten langs. Brahms, Bismarck, Liszt, de Engelse koningin Victoria: Else beschrijft ze aan de hand van haar eigen herinneringen of die van haar man.

Een chagrijnige keizer

Keizer Wilhelm I komt naar voren als een beminnelijke man, die veel oog had voor kunstzinnige festiviteiten. Minder enthousiast is Else over Wilhelm II, die na de Eerste Wereldoorlog als banneling in Doorn zou wonen. Ze speelt mee in een theatervoorstelling die speciaal voor hem in Düsseldorf wordt gehouden. Alle bezoekers zijn enthousiast, alleen de keizer zit chagrijnig op het pluche en kijkt verveeld in zijn programmaboekje. Hij kijkt alleen even op, als aan het slot van het stuk soldaten onder luid gebrul marcheren. Dan lacht hij even. Else is blij als hij vertrekt. ‘Een zucht van verlichting van de acteurs en het publiek; men was eindelijk van hem af en kon zich nu helemaal tot in de ochtend overgeven aan de feestelijke jubel.’ Later zou Wilhelm II over Düsseldorf klagen: ‘Überhaupt Düsseldorf. Daar ga ik niet graag naar toe. Men jubelt er liever voor kustenaars dan voor mij.’  

Ook de technische ontwikkelingen van haar tijd beschrijft ze met een scherp oog, zoals een reis met bagage in een pas gebouwde lift op een van de eerste grote stations van Duitsland. Ze beschrijft hoe het bovendeel van de koets van de familie wordt overgeladen op een treinwagon om een reis naar een kuuroord in de Alpen te vervolgen. Die overgang illustreert de veranderingen in de beschreven tijd: ze werd geboren in de tijd van de koets, aan het eind van de negentiende eeuw razen treinen door het Duitse landschap en laten auto’s burgers en paarden schrikken.

Onbezorgdheid

Het is de verdienste van Hans Pleschinski dat Elses memoires zijn uitgegeven. De schrijver en vertaler uit München publiceerde eerder de briefwisseling tussen Voltaire en Frederik de Grote. Bij onderzoek naar Thomas Mann las hij over Else. Pleschinski onderbreekt haar herinneringen af en toe, om uitleg te geven over belangrijke gebeurtenissen in de Duitse geschiedenis. Dat doet hij in een heel mooi Duits. Hij schrijft ook niet ingewikkelder dan nodig is.

Het huis van Else in Düsseldorf werd in 1943 bij een bombardement vernietigd, waarbij ook de kunstverzameling van haar familie verloren ging. Het stadspaleis en een villa van de familie Rethel in Dresden werden in 1945 door brand verwoest. Haar levensverhaal overleefde dankzij een afschrift van een familielid.

In haar memoires schetst Else een onbezorgd leven van een zelfbewuste vrouw in een optimistische tijd. Duitsland stond in Europa in aanzien. Welvarende Europeanen bezochten Duitse kuuroorden, bestelden portretten bij Duitse schilders. Het land was een centrum van muziek. Wetenschap, cultuur en handel bloeiden.

Dezelfde Richard Wagner die Else zo bewonderde, publiceerde in 1850 zijn antisemitische pamflet Über das Judentum in der Musik. Opvallend is dan ook dat Else niet stil staat bij het antisemitisme van haar tijd. Had ze hier persoonlijk geen ervaring mee, of wilde ze er niet over vertellen? Al enkele dagen na Elses dood grepen de nazi’s de macht. Uit haar memoires is niet op te maken of ze die duistere ontwikkeling voorzag. Je kunt deze memoires dan ook niet onbevangen lezen. De donkere hoofdstukken uit de Duitse geschiedenis zijn bij het lezen van Ich war glücklich, ob es regnete oder nicht voortdurend op de achtergrond aanwezig.

Jerker Spits is germanist. Hij schrijft voor Trouw en De Groene Amsterdammer en publiceerde dit jaar een korte cultuurgeschiedenis van Duitsland.

Gerelateerde boeken

MINDBOOKSATH : athenaeum