Recensie: Sisyphus leest Austen

04 april 2016 , door Lex ter Braak
| |

Niet meer dan 28,63 seconden staan mensen gemiddeld stil voor een schilderij. Het opnieuw bekijken van het kunstwerk beslaat nauwelijks meer. Hoe anders is dat met lezen. Dat vraagt tijd, zoals iedereen die een roman ter hand neemt maar al te goed weet. Afhankelijk van de beschikbare leesuren en de omvang van de roman kan het lezen dagen, weken, maanden soms zelfs jaren in beslag nemen. Zo zegt Alberto Manguel in zijn Dagboek van een lezer dat hij drie zomermaanden met zijn Don Quichotte doorbracht; en veel lezers keren jaarlijks naar Proust terug als was het een literair Pieterspad: zij vervolgen hun brokkelige tocht waar ze het jaar daarvoor gestopt zijn. In dat licht en afgezet tegen de groeiende stapel boeken van altijd nieuwe en vertaalde meesterwerken lijkt herlezen een onmogelijke luxe geworden. Lijkt – omdat iedere lezer wel eens naar eerder gelezen boeken terugkeert. De vraag is alleen op welke manier en met welke intensiteit.

Een herleesbiografie

In haar boek On Rereading gaat Patricia Meyer Spacks hier uitvoerig op in. Het is een geduldig boek, geschreven in de rust van voorbije eeuwen en het vooronderstelt een gedeelde vertrouwdheid van de lezer met de boeken die zij regelmatig herleest. Dat is vooral canonieke literatuur met de achttiende eeuw, haar professionele domein, als baken. Herlezen is een feest en een morele opdracht. Hoe meer je herleest, stelt ze, hoe moeilijker het wordt ‘not to notice’, dat wil zeggen de tekst niet in al haar geledingen te laten spreken.

Het herlezen voert haar terug naar eerdere periodes uit haar leven waarin de besproken boeken een bepaalde betekenis hadden. Het tegenover elkaar plaatsen van de verschillende inzichten, interpretaties en accenten maakt voor haar een persoonlijk groeiproces zichtbaar en tezamen vormen ze stadia in haar herlees-autobiografie. Jammer is dat zij het autobiografische wel wat al te beperkt opvat.

Verfijnde lezingen, nieuwe normen

Patricia Meyer Spacks is literatuurhistorica en ze concentreert zich in haar herleesobservaties voornamelijk op tekstuele verschuivingen. Haar eigen leven is eerder de zachte tint van een couleur locale dan hartstochtelijk bepalend. Zo valt haar nu op dat Kingsley Amis beschrijving van de universitaire wereld in Lucky Jim niet meer zo grappig is als toen. ‘My position in life has changed since I first read Lucky Jim: from insecure and frightened instructor to chaired professor emerita.’ Als lid van het Establishment (haar woorden) moet het haar van het hart dat de hoogleraren die zij kent niet beantwoorden aan de satirische beschrijvingen van Amis. ‘The professors I know – and I know many – rarely exhibit “attention, like a squadron of slow old battleships,” that begins slowly wheeling to face each new phenomenon.’ Hier is, vrees ik, in de ernst van het herlezen de satirische verbeelding gesneuveld.

Na het herhaaldelijk lezen van Jane Austens roman Emma begrijpt Patricia Meyer Spacks opeens dat het ogenschijnlijk onschuldige woord heroine een oordeel behelst. Heroines waren de hoofdfiguren van romans en nu Emma in Jane Fairfax met haar geheime romance ‘the fair heroine’s countenance’ ziet, maakt Emma van Jane een romanfiguur van haar eigen verlangen. Dat impliceert tegelijk een oordeel: Jane leeft in een fictieve wereld die haaks staat op de echte.

Deze filologische vondst op de vierkante centimeter lijkt het herlezen voor Patricia Meyer Spacks bovenal tot een oefening in verfijning te maken, zoiets als het minutieuze vouwen en gladstrijken van servetten voor een doorgedecoreerde tafel. De gevonden betekenis van heroine noemt zij een ‘gloss on the idea of civilization’ want – en dan wordt het wat mij betreft echt problematisch – zij beschouwt de roman vooral als een ‘education in civilization’, als een leerschool in gedrag. Het herlezen van Austens romans brengt haar tot het inzicht dat die de verhouding belichten tussen beschaving en gevoel, voorgeschreven norm en verlangd gedrag.

Niet alleen is het de vraag of normering in algemene zin de aard van romans is (quod non) maar ook is het voor achttiende-eeuwse romans en dus ook voor die van Jane Austen een open deur uit de schoolboekjes. Veel liever lees ik dan brede observaties als die van Richard Jenkyns in A Fine Brush of Ivory: ‘The other point to be made takes us to the heart of Jane Austen’s moral imagination. She is constantly aware, throughout her works, of the nearness of evil to the comfortable social surface.’ Zijn herlezen heeft toch echt een groter algemeen menselijk inzicht opgeleverd.

Homerus lezen als Sysiphus?

Dit alles neemt niet weg dat Meyer Spacks' pleidooi voor het herlezen en de argumenten die zij daarvoor aandraagt meer dan het overwegen waard zijn. Het betekent een zekere relativering van het eerste oordeel. Elke keer dat je het boek herleest, is het een ander ik met een andere blik die leest, de herhaling opent mogelijkheden van verschil en daarin, in de vergelijking, schuilt de ware betekenis die zelf ook weer verschuift en haar eigen waarheid ontwijkt. Herlezen is ook het testen van je geheugen en het beproeven van je herinneringen en verwachtingen. Het is een antwoord op de stapel van het nieuwe, een vorm van slow reading die meteen goed klinkt: liever honderd boeken goed gelezen dan vierhonderd oppervlakkig.

Maar indirect doet het mij denken aan de leraar klassieke talen die beweerde alleen Homerus te lezen. Alles wat na hem was gekomen vond hij minder en alles wat over de mens te zeggen valt was door Homerus in alle schakeringen beter te berde gebracht. Herlezen was dus het enige wat er voor hem opzat. Als een Sysiphus duwde hij zijn Ene boek omhoog en rende er achteraan als het na het omslaan van de laatste bladzijde weer uit zijn handen glipte en naar beneden viel, het peilloze gat van de leegte in. Dan rol ik toch liever elke keer een nieuw boek uit dat gat omhoog, al is het alleen maar omdat elk nieuw boek een nieuwe kans op verlichting geeft.

Een herlezer in de strikte zin van het woord ben ik dus niet. Wel pak ik graag geliefde boeken met een zekere regelmaat uit de kast om door te bladeren, lukraak een passage te lezen of stil te staan bij een eens aangestreepte zin. Zo herlees ik in Manguels Dagboek van een lezer: ‘Misschien is dat wel de reden dat we lezen en in duistere tijden naar een boek grijpen: om woorden te vinden voor wat we al weten.’ Uiteindelijk is al het lezen herlezen.

Lex ter Braak is directeur van de Jan van Eyck Academie. Hij schrijft daarnaast regelmatig over literatuur en beeldende kunst voor onder andere Vrij Nederland.

Gerelateerde boeken

MINDBOOKSATH : athenaeum