Recensie: Waarom je de biografie van Boudewijn Büch beter nu kunt lezen

15 november 2016 , door Maarten Dessing
| | | |

In haar biografie van Boudewijn Büch legt Eva Rovers op schitterende wijze bloot hoe de schrijver en televisiepresentator een mythomaan werd. En waarom hij bereid was de hoogste prijs te betalen om zijn fabels in stand te houden. Ook verklaart Boud waarom de naam Boudewijn Büch gedoemd is om in de vergetelheid te raken.

Eenzaamheid

Niemand kon zo makkelijk vrienden maken als Boudewijn Büch. Hij overweldigde iedereen met zijn charme, zijn spraakwaterval, zijn schijnbare vrolijkheid. En toch. Nadat hij op 23 november 2002 – 53 jaar oud, nog midden in het leven – overleed aan een hartstilstand, kwamen amper twintig mensen opdagen op de begrafenis in Driehuis. Bijna allemaal waren het mensen met wie hij op dat moment werkte. Zijn personal assistent. De presentatoren van Barend & van Dorp, waar hij sinds kort vaste gast was. Een derde van de aanwezigen waren boekverkopers wiens trouwe klant hij was geweest. Onder hen winkelchef Herm Pol van Athenaeum Boekhandel.

Als je Boud van Eva Rovers helemaal hebt doorgewerkt, verbaast het je eerder te lezen op bladzijde 462 dat er nog zo veel mensen waren. De vriendschappen van Büch gingen uiteindelijk maar één kant op. Anderen voelden vriendschap voor hem, hij niet voor hen. Dat wil zeggen: Büch was ook innig bevriend met hen, maar alleen zolang ze hem kritiekloos bewonderden; zolang ze hem de aandacht en het applaus gaven waar hij naar hengelde. Het was niet de bedoeling dat ze moeilijke vragen stelden. Of verwachtten dat hij zich net zo aan hen blootgaf als zij aan hem. Dan verbrak hij zonder opgaaf van redenen alle contact. En dus bleef er aan het einde van zijn leven niemand over.

De eenzaamheid is de prijs die Büch betaalde voor zijn overlevingsstrategie, maakt Rovers duidelijk in haar indrukwekkende biografie. Hij had een ongelukkige jeugd – door zijn godsdienstwaanzinnige, driftige vader; de scheiding van zijn ouders, waarna hij zijn vader jarenlang niet meer zag; een traumatisch verblijf in een herstellingsoord. Hij kon die gevoelens alleen vergeten als hem bewondering en aandacht ten deel viel. Zodra hij ontdekte dat hij troost putte uit de waardering die hij oogstte omdat hij zo veel wist en zo makkelijk praatte, probeerde hij (uiteraard onbewust) steeds actiever zijn ongeluk te dempen.

Fabuleren

Het probleem daarbij was dat Büch toch niet genoeg had aan zijn talenten om zijn onrust te stillen. Het was leuk, hoor: opvallen met weergaloze spreekbeurten, matige gedichten of absurde anekdotes. Maar hij had behoefte aan méér. Altijd maar meer. Daarom begon Büch te fabuleren. Dat hij homoseksueel was bijvoorbeeld. En toen dat eind jaren zestig eigenlijk niet meer zo choquerend was: dat hij pedofiel was. Of dat zijn vader zelfmoord pleegde en hem een miljoenenerfenis had nagelaten. Dat hij meerdere studies had afgerond. Of – Büchs bekendste mythe – dat hij een zoon had verwekt, die veel te jong overleed.

Zonder dat Büch er erg in had, liep hij zo een fuik in waar hij nooit meer uit zou komen. Vooral met het verhaal over het overleden zoontje laat Rovers haarscherp zien hoe dat verhaal stap voor stap ontstond en welke invloed het vervolgens op hem had. Zeker, hij genoot van de aandacht die het hem gaf en molk het verzonnen leed zonder enige scrupules uit voor zijn winkel. Maar het betekende ook dat hij boven alles ontmaskering moest zien te voorkomen. Anders zou alles wat hij bereikt had, in rook opgaan. Zelfs tegen zijn trouwste en oudste vrienden moest hij blijven volhouden dat het allemaal echt waar was. Daar bleek geen vriendschap tegen bestand.

Boud maakt zo de premisse waar die Rovers in haar inleiding uiteenzet. Dat Boudewijn weliswaar een mythomaan was, maar dat de stroom aan ontmaskerende artikelen, boeken en tv-programma’s na zijn dood hem veel te hard aanpakten. Büch was geen dwangmatige leugenaar. Hij wilde alleen maar zijn diepe wanhoop vergeten. Niet alleen door de persoonlijkheidscultus rond zijn persoon voortdurend op te stoken, maar ook door de klok rond te werken en aan de lopende band boeken te kopen. Het werk schonk hem vergetelheid. De ontvangst van een begeerd boek gaf hem een kortstondig moment van geluk.

Bekende Nederlander

Daarnaast laat de biografie nog iets anders zien: Büch was in de eerste plaats een BN’er – en geen schrijver. Natuurlijk besteedt Rovers aandacht aan zijn vroege poëzie, de romans van de jaren tachtig (met De kleine blonde dood uit 1985 als zijn bekendste werk) en een groeiende stroom non-fictie en gelegenheidswerkjes daarna. Maar eigenlijk ligt de focus vooral op datgene waar Büch de meeste tijd aan besteedde en de grootste bekendheid mee verwierf: de televisie (met name De wereld van Boudewijn Büch dat van 1988 tot 2001 te zien was) en de ontelbare schnabbels en spin-offs die daar het gevolg van waren.

De keuze van Rovers is begrijpelijk. Wat valt er te analyseren aan eendimensionale, stilistisch zwakke romans, die vrijwel zonder uitzondering slecht werden ontvangen? Waarom zou je de inhoud beschrijven van late romans als De bocht van Berkhey en het vervolg Het geheim van Eberwein, dat vlak na zijn dood verscheen? Büch had tegen die tijd ingezien dat hij nooit het geniale boek zou schrijven waar hij vanaf zijn vroege jeugd van had gedroomd. Daarom verwerd ook zijn literaire werk tot niet meer dan rekwisieten in het Theater Büch. Het was alleen maar bedoeld om de spotlights om hem gericht te houden.

Dat inzicht doet het ergste vermoeden voor Büchs postume roem. Rovers mag in haar epiloog opmerken dat de BN’er wordt geëerd met straatnamen, een naar hem vernoemde prijs (ter ere van iemand die het antiquarische boek onder de aandacht brengt) en twee nog actieve Büch-gezelschappen. Toch is het onvermijdelijk dat de afwezigheid van de persoon die de bewondering oproept, ertoe zal leiden dat hij eerder vroeg dan laat uit het collectieve geheugen zal verdwijnen. Büch heeft niets van blijvende waarde achtergelaten. Nu al staat Büch niet meer bij de lijst fondsauteurs van zijn vaste uitgeverij De Arbeiderspers.

Daarom zeg ik: lees Boud nu. Over een jaar of tien zal het leven van deze mooie biografie zoiets zijn als het lezen van een biografie van – nou ja, noem een willekeurige voetnoot uit de geschiedenis.

Maarten Dessing is freelance journalist voor onder meer KnackDe StandaardBoekbladBibliotheekblad en Schrijven Magazine. Zie ook zijn blog maartendessing.blogspot.com.

MINDBOOKSATH : athenaeum