Recensie: Weg van het gefladder en gepik van zijn mededuiven

12 januari 2016 , door Arjen van Meijgaard
| | |

In 2013 verscheen Emmanuel Boves De liefde van Pierre Neuhart, in een prachtige vertaling van Mirjam de Veth. Gelukkig bleef het daar niet bij, nu heeft zij al even verdienstelijk Le pressentiment uit 1935 vertaald met als Nederlandse titel Het voorgevoel. Zoals in veel van Boves verhalen speelt een man van middelbare leeftijd de hoofdrol. Het zijn onopvallende mannen die iets wezenlijks nastreven. In Het voorgevoel wil hoofdpersoon Charles Benesteau een leven 'vrij van zekerheden'en verhuist naar een arme wijk bij Montparnasse. Bove schetst in sobere maar duidelijke beelden de gevolgen van deze radicale keuze.

N.B. Zie ook onze voorpublicatie uit Het voorgevoel.

Ik wilde alleen zijn

Het verhaal speelt een paar jaar na de Eerste Wereldoorlog. Charles Benesteau is rond de vijftig en niet gelukkig. Hij is advocaat, getrouwd, heeft een zoon en woont op stand. Wat zijn ongeluk precies behelst is in het begin nog niet duidelijk. Zijn omgeving merkt dat er iets aan schort, hij is 'neerslachtig, lichtgeraakt, opvliegend'. Men denkt aan een verlate reactie op de oorlog of aan een ziekte. Op doktersadvies vertrekt hij met zijn vrouw naar het zuiden, maar het mag niet baten.

Niet veel later stapt hij uit het leven dat hij leidt en trekt zich terug in een klein appartement in een arme wijk bij Montparnasse. Wat hij wil? Opgaan in zijn omgeving, een sober leven zonder drukte, verplichtingen en poespas. De enige met wie hij nog contact onderhoudt uit zijn vorige bestaan is zijn maîtresse voor wie hij nog steeds vriendschappelijk genegenheid voelt. Al komt hij alleen langs wanneer het hem zint. Zijn broers,zussen en vrouw laten hem koud.

Het lukt hem een onopvallend bestaan te leiden, totdat hij zich wil inzetten voor zijn nieuwe buurtgenoten - hij is immers advocaat en kan met zijn kennis wellicht de armen uit de straat bijstaan. Naar de rechtbank om zijn confrères te ontmoeten, wil hij niet meer, maar raad geven kan natuurlijk altijd. Een buurman die zijn vrouw verdenkt van overspel, komt bij Charles langs. Hij luistert en verwijst hem door. De man komt terug om geld te lenen, wat Charles hem geeft. Dat raakt bekend in de straat en van het een komt het ander. Charles ontfermt zich uiteindelijk zelfs over de dochter van de buurman, die na een uit de hand gelopen echtelijke ruzie in de gevangenis belandt. En dan wordt er geroddeld: een man met een jong meisje in huis.

Zinnen als realistische schilderijen

Benesteaus kleding, zijn kamer, de gesprekken met zijn broers en zussen die hem niet begrijpen en hem proberen over te halen weer terug te keren naar zijn oude leven, worden trefzeker weergegeven. Zo ook wanneer een vrouw uit de buurt zich aandient als gouvernante voor het buurmeisje, dat nu bij hem in huis woont en met wie hij zich geen raad weet:

'De vrouw was op hem toegestapt, en als iemand die al honderden keren die eerste allesbepalende blik heeft getrotseerd, stond ze kaarsrecht, met geheven hoofd, alsof ze poseerde. Charles bekeek haar niet eens. Het ging hem om het kind. Hij probeerde haar blik te vangen, maar dat lukte niet. Ze bleef met gebogen hoofd zitten en leek onverschillig voor alles wat er om haar heen gebeurde.'

Alsof je als lezer naar een schilderij uit het realisme kijkt. Drie mensen die elk op hun eigen manier contact zoeken met de ander. Emoties, miscommunicatie, verwachtingen. Alles in die paar woorden.

Compassie met Charles

Bove wordt door schrijfster Marie Darrieussecq de voorloper van Patrick Modiano genoemd. Wat betreft de zoektocht van de hoofdpersoon - dwalend door de vaak verlaten straten van Parijs - klopt dat zonder meer, maar Bove is veel uitgesprokener. Hij laat minder in het midden. Bij Modiano zijn het de herinneringen die leidend zijn, een zoektocht terug naar vroeger om het heden te kunnen duiden. Bove laat de nostalgische verlangens buiten beschouwing. Het gaat hem om de het innerlijk van de gewone man, het blootleggen van die binnenwereld, hier en nu. In dit geval het juist niet groots en meeslepend willen leven, maar onopvallend en gewoon.

De titel van het boek verwijst wellicht naar een niet verder uitgewerkt voorgevoel dat Charles zou kunnen hebben. Zoals een duif die voelt dat het einde nadert en zich terugtrekt, in een hoekje, weg van het gefladder en hebberige gepik naar voer van zijn mededuiven. Je voelt compassie met Charles, benijdt hem om zijn durf een duidelijke keuze te maken. Maar toch zou je niet in zijn schoenen willen staan. Het voorgevoel is een prachtig verhaal dat zeker niet misstaan zou hebben in een uitgave van Coppens & Frenks, maar gelukkig komt de uitgave van de Arbeiderspers dicht in de buurt.

Arjen van Meijgaard schrijft korte verhalen en bespreekt Nederlandse en Franse fictie, voor onder andere NBD/Biblion en Eenboekrecensie.blogspot.nl.

Gerelateerde boeken

MINDBOOKSATH : athenaeum