Recensie: Woede over het Sovjetsysteem, maar liefde voor Rusland

26 juli 2016 , door Bob Hopman
| | | |

Konstantin Paustovski (1892-1968) is groot geworden door zijn autobiografische, zesdelige Verhaal van een leven, dat in de jaren zeventig en tachtig in Nederland verscheen en vanaf dit najaar wordt herdrukt bij uitgeverij Van Oorschot. Bij diezelfde uitgeverij verschijnt nu Goudzand, een zeshonderd pagina's tellende, prachtige verzameling brieven, dagboekfragmenten, journalistieke essays en enkele korte verhalen. Vertaler en samensteller Wim Hartog heeft de documenten, die van 1914 tot 1968 strekken, chronologisch en in drie delen geordend. De delen markeren Paustovski's huwelijken met zijn vrouwen en zijn ontwikkeling van romantische jongeling, tot volwassen, literaire autoriteit.

N.B. Wij publiceerden voor uit Goudzand. Lees het fragment op Athenaeum.nl.

 

Aandoenlijk en manisch

Een jonge, belezen Paustovski begint zijn dan esthetisch beladen dagboekaantekeningen en brieven in 1914. Het is opvallend dat hij, actief in hospitalen langs het front, eigenlijk nauwelijks met de oorlog bezig lijkt te zijn. 'Vergeef mij mijn lange zwijgen, mijn teerbeminde. Maar ik wilde niet schrijven over kleinigheden, wilde het niet hebben over mijzelf alvorens de diepe verandering die de afgelopen tijd in mij plaatsvond, zich volledig voltrokken zou hebben.' De 'teerbeminde' Chatidzje krijgt in deze periode vele liefdevolle, jeugdige, haast dweepzieke brieven, vol kunstverwijzingen, poëzie, omgevingsbeschrijvingen en dwangmatig verzoeken om teruggeschreven te worden.

De jonge schrijver is aandoenlijk in zijn weemoed en Chatidzje valt ervoor; ze trouwen in 1916. Dan breekt er aan het einde van de oorlog een periode van politieke onvrede aan, ook in het schrijven van Paustovski. Nergens in zijn leven is hij zo expliciet maatschappijkritisch als hier, wat dit deel van het boek misschien wel het interessantste maakt.

'Nooit eerder heeft Rusland zo'n godverlaten, gietijzeren tijd gekend. [...] Elke dag zijn er inventarisaties, registraties, verhoren, reorganisaties, personeelsontslagen, fusies, arrestaties, militaire bevelschriften, krompratende blagen met een revolver op hun achterste, zotte bedrijvigheid en afgestompte nietsnutterij. Zo leven de sovjetinstellingen.'

Dit tekent Paustovski op in zijn dagboeken. Haast manisch lijkt de schrijver in deze tijd van zijn leven. Hij verhuist de gehele Westelijke Sovjet-Unie door, zonder ooit genoeg geld te hebben, hij spiegelt zich graag aan romantici als Oscar Wilde, Verlaine en - opvallend - Multatuli en hij laat zich typeren door een vreselijk pessimistisch beeld van de wereld, of in ieder geval de politiek. Het lijdt regelmatig tot depressieve episodes.

Paustovski strijdt in deze tijd vooral voor de publicatie van zijn (proza)werk, waar hij vanaf 1925 steeds meer in slaagt. Wat hij publiceert is voornamelijk scheppend proza, waar hij zelf zeer over te spreken is. Verhalen als 'Het stof van de Farsistaanse aarde' (1925) of 'Sneeuw' (zijn beroemdste verhaal uit 1943) zijn te typeren als een soort tachtigersproza: beschrijvend, ietwat omslachtig. 'De sterren vlammen als gouden druiven in de witte rijp van de nacht. Ik ben dronken. Niet ver van mij af hoor ik de zwarte iepen zuchten.'

Paustovski en engagement

Naar mijn mening is Paustovski het sterkst als hij een zakelijker, meer geëngageerde houding aanneemt in zijn schrijven. Een hoogtepunt is de dagboekbeschrijving van een reis door West-Europa in 1956. Het zijn paginalange, scherpe waarnemingen. 'Terug naar de Notre-Dame. Contreforts. Een kunstschilder op blote voeten. Klimop hangt tot de Seine af. Binnen heerst schemering. Een kleine kerk (niet toegankelijk voor toeristen) binnen de grote kerk. Nonnen.'

Politiek roert hij zich niet of nauwelijks in de gehele periode van circa '25-'55. Hij lijkt voorzichtig, bang om in de gaten gehouden te worden en geeft dan ook steeds aan dat hij politieke onderwerpen liever tijdens een echte ontmoeting wil bespreken. Des te mooier is het als hij in zijn laatste jaren toch de pen opneemt tegen het overheidsbeleid, en wel onder de reactionaire stalinist Breznjev. Hij schrijft deze leider rechtstreeks aan in 1966, samen met enkele collega-schrijvers, over de rehabilitatie van Stalin en zijn persoonlijkheidscultus en schrijft in 1968 nog eens, dan over het proces tegen collega-dichter Galanov. Voor de boodschap die hij uitspreekt, 'wat u doet is fout', is een fikse dosis lef nodig, evenals een zekere mate van verworven autoriteit.

Groot auteur

Het is dan ook pas in de laatste jaren van zijn leven dat Paustovski - reeds in de zeventig - een uitontwikkelde en complete schrijver lijkt te zijn geworden. Het Sovjetsysteem is hij dan voldoende beu om er toch tegen van leer te trekken. De losse dagboekaantekeningen en dromerige brieven zijn respectievelijk grotendeels journalistieke essays en - getypte - brieven aan vakcollega's geworden. En hoewel hij zich steeds blijft verbergen achter de woorden van grote auteurs, is hij zich er terdege van bewust dat hij er inmiddels zelf een geworden is.

Bob Hopman is docent Nederlands. Sinds 2007 schrijft hij besprekingen voor Recensieweb.nl.

MINDBOOKSATH : athenaeum