Recensie: Jezus en een chimpansee in Portugal

22 februari 2016 , door Marjolein Corjanus
| |

Met Life of Pi won Yann Martel in 2001 de loterij: er werden meer dan 12 miljoen exemplaren van verkocht, het werd bekroond met de Man Booker Prize en vervolgens uiterst succesvol verfilmd. Na het enigszins omstreden Beatrice and Virgil uit 2010 zet Martel met The High Mountains of Portugal (door Marijke Versluys vertaald als De hoge bergen van Portugal) opnieuw hoog in. In zijn onnavolgbare stijl verbindt hij deze keer de grote thema’s van de slavenhandel en het evangelie, waarbij hij opnieuw effectbejag en controverse niet schuwt.

Literaire transfer

Martel werd in 1963 in Spanje geboren uit Franstalige ouders. Ondanks die moedertaal koos hij om in het Engels te schrijven omdat die taal hem, naar eigen zeggen, meer ‘distantiëring’ bood. Met die overstap schaarde hij zich in het illustere rijtje van schrijvers  als Beckett, Nabokov en recentelijk nog Jhumpa Lahiri die het Engels inruilde voor het Italiaans. Deze ‘literaire transfer’ stelde Martel in staat om met zijn werk een miljoenenpubliek te bereiken en bovendien zijn engagement wereldwijd te laten spreken. Zo trok zijn actie om de Canadese premier iedere twee weken een boek te sturen, internationaal de aandacht. Het project zou in 2012 uitmonden in de bundel 101 Letters to a Prime Minister: The Complete Letters to Stephen Harper.

In The High Mountains of Portugal ontstaat zo de vervreemdende situatie dat een geboren Spanjaard in het Engels schrijft over zijn vroegere buurland Portugal. Het Engelse proza is dan ook doorspekt met Portugese namen en uitdrukkingen. Bovendien speelt het boek zich op drie continenten af - over kosmopolitisch gesproken.

Portugese slapstick

The High Mountains of Portugal bestaat uit een drieluik, waarbij de drie verhalen elk in een andere tijd en deels in een ander deel van de wereld spelen. De rode draad tussen deze drie delen wordt curieus genoeg gevormd door een chimpansee.

Het eerste deel is gesitueerd in 1904 en daarin wordt de lezer deelgenoot gemaakt van het tragische leven van conservator Tomás, een man die bijna letterlijk met zijn ziel onder zijn arm loopt. Zijn verhaallijn fungeert als raamvertelling voor het dagboek van een Portugese missionaris die in de zeventiende eeuw naar Angola en Sao Tomé werd uitgezonden. Tomás herkent zich in de melancholieke en radeloze aantekeningen van Father Ulisses. Die ziet de wreedheden van de slavernij machteloos aan en ondervindt grote fysieke problemen in het Afrikaanse klimaat. Een vergelijking met Joseph Conrads Heart of Darkness dringt zich op.

Tomás besluit op zoek te gaan naar een zeer bijzonder kruisbeeld dat de priester zou hebben gemaakt en dat in de hoogvlakte van Portugal zou zijn terechtgekomen. Zijn rijke oom Martim acht het voor de reis het handigst dat Tomás zich verplaatst in zijn Renault, het nieuwste model auto voor die tijd, met maar liefst 14 pk. De slapstick die volgt als Tomás dwars door een druk Lissabon zijn eerste rijles krijgt, vormt een hoogtepunt in het boek.

‘They spin so fast around the busy roundabout of Praça do Duque da Terceira that the vehicle is projected, slingshot-like, down Rua do Arsenal. The hurly-burly of the Praça do Comércio is no impediment, merely an amusing challenge. Tomás sees the statue of the Marquis of Pombal standing in the middle of the square. Oh! If only the Marquis knew what horrors his streets were being subjected to, he might not have rebuilt them. On the go, onward and forward, in a roar of rush, in a smear of colour. Throughout, traffic of every kind - horses, carts, carriages, drays, trams, hordes of people and dogs - bumble around them blindly.’

‘Ze nemen de rotonde Praça do Duque da Terceira zo snel dat het voertuig als een projectiel uit een katapult de Rua do Arsenal op schiet. Het gedruis aan het Praça do Comércio is geen belemmering maar slechts een vermakelijke uitdaging. Vaag ziet Tomás het standbeeld van de markies van Pombal midden op het plein. O, als de markies eens wist aan welke gruwelen zijn straten werden onderworpen, dan had hij ze wellicht niet herbouwd. Verder gaat het, voort, steeds maar voort, begeleid door suizend geruis en kleurige vegen. En al die tijd worden ze omzwermd door allerlei roekeloos rondscharrelend verkeer: paarden, karren, rijtuigen, brouwerswagens, trams en horden mensen en honden.’

De losse eindjes waarmee de verhaallijn van deze Portugese Buster Keaton eindigt, worden op verrassende wijze uitgewerkt in de twee volgende delen van de roman.

Martels evangelie

Het belangrijkste thema in het tweede deel van Martels boek, dat in 1938 is gesitueerd, is het leven van Jezus en het evangelie. Hoofdpersonen zijn de wereldvreemde patholoog-anatoom Eusebio Lozora en diens excentrieke en bijbelvaste echtgenote Maria. Ze komt op oudjaarsavond zijn praktijk binnengelopen en houdt een paginalang betoog over de gelijkenis tussen het evangelie en het werk van Agatha Christie. Jezus, zo betoogt ze, sprak niet rechtstreeks tot de mensen, maar alleen via parabels. En laat dat nou de opzet zijn van dit gehele tweede verhaal, dat bestaat uit bovengenoemde exegese, een gedetailleerde beschrijving van een absurde autopsie, een liefdesgeschiedenis en het verhaal van een mysterieuze dood. Waarna uiteindelijk blijkt dat echtgenote Maria is omgekomen en haar man helemaal niet bezocht kan hebben.

Wat is nu waar en wat klopt er niet? Wat Martel de lezer keer op keer lijkt te willen zeggen is dat die vraag er niet toe doet. Veel belangrijker lijkt het pact tussen schrijver en lezer en diens bereidheid om de absurde wendingen en surrealistische scènes te accepteren. ‘That’s the great, enduring challenge of our modern times, is it not, to marry faith and reason,’ laat Martel Maria ergens zeggen. Ze verwijst naar alle wonderen uit het leven van Jezus die gelovigen houvast bieden. Wie leest, moet zich voorstellen dat hij in een boot vaart met naast zich Jezus Christus die over het water loopt, zo preekt Martel. Are you still with me?

Hommage aan de chimpansee

Het derde deel van Martels roman speelt zich af in 1981. Hoofdpersoon is de Canadese politicus Peter Tovy die op werkbezoek zomaar een chimpansee koopt en ermee emigreert naar Portugal om daar langzaamaan te verwilderen. De oud-senator ondergaat het wezen van de aap volledig en bewondert diens ‘grace’ en diens ‘being in time’ - een duidelijke vingerwijzing  naar Martels eigen, op Stephen Harper gerichte activisme.

‘He sighs. Yes, he needs to get out. He can’t take it anymore. The speeches, the endless posturing, the cynical scheming, the swollen egos, the arrogant aides, the merciless media, the stifling minutiae, the scientific bureaucracy, the microscopic betterment of humanity - all are hallmarks of democracy, he recognizes. Democracy is such a crazy, wonderful thing. But he’s had enough.’

‘Hij zucht. Ja, hij moet er nodig eens uit. Het wordt hem te veel. De toespraken, de eindeloze ijdelheid, het cynische gekonkel, de opgeblazen ego’s, de arrogante assistenten, de meedogenloze media, de verstikkende details, de starre bureaucratie, de microscopische vooruitgang van de mensheid – allemaal keurmerken van de democratie, beseft hij. Democratie is een fantastisch groot goed. Maar hij heeft er genoeg van.’

Daarnaast kan The High Mountains of Portugal worden gelezen als een hommage aan de mensaap. Keer op keer benadrukt Martel in zijn tekst hoeveel we van ons directe evolutionaire buur kunnen leren. ‘We are risen apes, not fallen angels.’ Ook hekelt hij de omstandigheden waaronder mensapen worden opgesloten en noemt hij de experimenten die op de dieren worden uitgevoerd een ‘medisch Auschwitz’.

Intertekstualiteit

Overal in de tekst klinkt sterk Martels kenmerkende voorkeur voor intertekstualiteit. Wanneer de aap moeiteloos langs en over de Portugese huizen klimt, is de vergelijking met King Kong snel gemaakt. Verder doen de plot en de magisch-realistische beschrijvingen sterk denken aan Peter Høegs The Woman and The Ape uit 1996. Bovendien lijkt er veel Nabokov door te klinken in Martels boek, bijvoorbeeld in de vele woordspelingen. Over oppasser Bob wordt gezegd: ‘Bob has a prominent Adam’s apple. It keeps bobbing up and down, which makes his name easy to remember.’, later gevolgd door het curieuze ‘discombobulated’. De roadtrips die Tovy met aap Odo onderneemt, doen bovendien denken aan die in Lolita. In het nawoord bij zijn scandaleuze roman schreef Nabokov overigens dat hij mede geïnspireerd werd door berichten over experimenten op mensapen in de Parijse Jardin des Plantes.

Met The High Mountains of Portugal schreef Martel opnieuw een origineel, vermakelijk en zeer leesbaar boek dat schreeuwt om verfilming. Wanneer Peter Tovy bedenkt dat een aap voor de mens aanvoelt als ‘proximately alien’ dan lijkt dat ook te gelden voor Martels roman: akelig vertrouwd en vreemd tegelijkertijd.

Marjolein Corjanus is freelancevertaler en -redacteur en daarnaast zelfstandig onderzoeker op het gebied van de Franse letterkunde. Eerder schreef zij voor literair blog De Papieren Man.

MINDBOOKSATH : athenaeum