Recensie: De geboorte van Casanova

24 juli 2017 , door Dick Tuinder
| |

Dat Fellini de acteur Donald Sutherland koos voor de vertolking van de titelrol in Il Casanova had volgens de regisseur niet enkel te maken met diens rijzige postuur. Doorslaggevend was de wat lijzige oogopslag van de acteur: 'Sutherland has the eyes of a masturbator,' verklaarde hij. Niet dat dat op zich een slechte eigenschap is, maar in relatie tot de grote vrouwenveroveraar lijkt het een merkwaardig criterium. En wie de film bekijkt krijgt ook niet de indruk dat Fellini zijn hoofdpersoon een warm hart toegdraagt. Sutherland beweegt en acteert als een marionet. Alles is theater. Zelfs de liefdesdaad is vaak een mechanisch bewegen. Een Amerikaanse filmproducent vroeg eens aan de regisseur waarom hij van Casanova een automaton had gemaakt. 'Casanova is life!' vervolgde hij. 'Kracht. Moed. Vertrouwen. De joy of living in eigen persoon! Waarom heb jij er een zombie van gemaakt?'

Met tegenzin zoekend naar een antwoord improviseert Fellini over Casanova's 'opgesloten zitten in het vruchtvlies van de mediterraan-lagunaire moeder Venetië', en over de geboorte die voortdurend uitgesteld was en nooit had plaatsgevonden. 'Casanova,' besloot hij nukkig, 'is nooit geboren! Zijn leven is een niet-leven, understand?'De Amerikaanse producent schudde zijn grote hoofd: 'Feffy, Feffy! Dat zijn mentale masturbaties. Intellectueel gepijp!'

Het bouwpakket van een mens

Wie de memoires van de schrijver/avonturier en de film naast elkaar legt begrijpt wel wat de filmproducent bedoelde. Op het eerste gezicht is het verschil tussen beiden erg groot. Maar wie verder kijkt, en dezelfde memoires voor een tweede of een derde keer leest begrijpt ook dat Fellini met zijn in Venetiaanse nevelen gehulde associatie iets wezenlijks op het spoor was.

Het verhaal van mijn leven is vele dingen. Autobiografie, verdichtsel, levensbeschouwing, zinnelijkheid, antropologie, avontuur, psychologie. Bovenal, zo leest men vaak, schetst Casanova een ongeëvenaard tijdsbeeld. In gewoontes en gedachten. In kleurrijke personages en levendige dialogen. Het is allemaal waar. Maar meest fascinerend van al is de verteller zelf. Wie was deze man die zozeer de woorden nodig had om te ervaren dat hij bestond, dat hij in gevangenschap de nagel van zijn wijsvinger liet groeien om er een penpunt van te snijden? Hebben we hier te maken met een schrijver, een kletskous, een conceptueel kunstenaar of met een magiër?

De memoires waarvan we hem kennen zijn geen gestructureerde samenvatting van zijn leven. Ze zijn als dat leven zelf. Een nauwelijks van echt te onderscheiden replica waarin plot noch lijn is te ontdekken. En toch wordt het bijna woord voor woord, met een verbijsterende aandacht voor details en set dressing gereproduceerd. 4.000 pagina's lang. Dit is geen verhaal van een leven; dit is het bouwpakket van een mens. De genetische broncode van iemand die nog geboren moet worden.

Elementair Stelsel

Vanaf zijn eerste levensdag is er al onduidelijkheid over wie hij eigenlijk is. Geboren (1725) binnen het huwelijk van de acteur Gaetano Casanova en Giovanna ('Zanetta') Farussi, is zijn biologische vader naar alle waarschijnlijkheid de Venetiaanse patriciër Grimaldi. Gaetano sterft als Giacomo acht jaar oud is. De jonge moeder, die nu de zorg heeft over vier kinderen, trekt Europa in om carrière te maken aan het theater. Van afstand bestiert ze het leven van haar kinderen. In de memoires speelt ze een kleine rol en ze wordt eerder met koel respect dat met gevoelens van liefde beschreven. Wat, hoe je het ook wendt of keert, opvallend is.

Voor Giacomo heeft ze een loopbaan binnen de Katholieke kerk in gedachten, maar het zal allemaal heel anders lopen. In zijn vroege jeugd is hij ziekelijk en gesloten. De familie vermoed achterlijkheid. In zijn tienerjaren komt hij in aanraking met de literatuur, filosofie en wetenschap en bloeit op. Zijn nieuwsgierigheid is - net als zijn eetlust - enorm, zijn interesses alomvattend en zijn geheugen fenomenaal. Toneelstukken van Voltaire, geschiedenissen van Tacitus, de integrale Orlando Furioso: hij kan ze op ieder gewenst moment uit zijn hoofd voordragen. De taal is zijn vriend, zijn masker en wapen. Het alfabet een Elementair Stelsel van letters die de bouwstenen zijn van een sierlijke werkelijkheid.

Het blijft wat dat betreft niet 'bij woorden alleen'. Verschillende malen vertelt hij in de memoires over zijn strikt geheime kennis van een orakel dat bestaat uit letterreeksen in piramidevorm die door middel van een of meerdere 'sleutels' worden ontcijferd. De uitkomst van die rekensom is een multi-interpretabele tekst in de traditie van de Pythia. Het is, zo geeft de schrijver toe, een behendige vorm van oplichterij, die vooral ter vermaak dient. Maar ook moet hij meermalen constateren dat zijn orakel zich als het ware loszingt van de oplichter en het bij het rechte eind heeft, of in ieder geval in een bepalende richting stuurt. De woorden zijn niet enkel een handig instrument om de werkelijkheid te beschrijven; ze zijn een eigen werkelijkheid op zich.

De eeuwig rusteloze

Zeldzaam veelzijdig getalenteerd en zozeer samenvallend met zijn tijd dat hij er welhaast in oplost had hij van alles kunnen worden. Zelf zegt hij daarover: 'Ik heb voortdurend gedwaald met als enige troost dat ik mij daarvan bewust was. Wat een wederwaardigheden waren het resultaat van deze systematische systeemloosheid!' En het is waar; in zijn eigen tijd verwierf hij enige bekendheid als ontsnappingskunstenaar, duellist, pamflettist, briljant causeur, en nog zo wat zaken (zijn reputatie als vrouwenversierder kreeg hij pas na het verschijnen van de memoires), maar het leidde tenslotte tot niets. Hij stierf relatief berooid, eenzaam en zo goed als vergeten. Zijn talenten nog net zo latent als aan het begin van zijn leven.

Casanova slijt zijn laatste jaren als bibliothecaris van de graaf van Waldstein in Dux. Hij doet nog een aantal pogingen om iets anders te worden. Ontsnapt nog eenmaal - ditmaal aan zijn arbeidscontract - waarvan fameus verslag wordt gedaan in Ettore Scola's La Nuit de Varennes - maar moet tenslotte inzien dat hij daar, in een uithoek in Bohemen zijn eindhalte heeft bereikt. Beroofd van de toekomst gaat hij, de eeuwig rusteloze, gedurende de laatste zes jaar van zijn leven in zijn hoofd terug naar het begin van die lange wandeling. En legt de reis nogmaals af. Nu in de werkelijkheidsvorm die hem het best van allen past: woorden. Als een kunstenaar die na een leven lang schetsen al die indrukken in fresco aanbrengt.

Wanneer hij richting het einde van de memoires, op weg naar Spanje, in Orleans een avond doorbrengt met een oude geliefde en haar echtgenoot schrijft hij:

'Dit terugzien van oude kennissen, dit ophalen van herinneringen en het daaruit voortvloeiende terugdenken aan oude genietingen, waren toneelvoorstellingen voor mij. Ik had het gevoel dat ik weer de man werd die ik toen was.'

Leven en her-leven zijn in waarde aan elkaar gelijk. Waarbij de herleving misschien nog wel hoger wordt aangeslagen wanneer die zich van woorden bedient. Deze herinneringen aan een herinnering, waarvan het aantal om begrijpelijke redenen toeneemt naarmate hij vordert in zijn verhaal, onthullen het belangrijkste motief achter zijn schrijflust; weer te worden wie hij was - een man die nog alles kon worden.

En dan de liefde

Aan de basis van zijn 'succes bij de vrouwen' ligt een aspect van herkenning en empathie dat al lezend steeds duidelijker wordt. Hij voelde zich bij vrouwen op zijn gemak en zij, getuige de talloze brieven die hij van geliefden bleef ontvangen, bij hem. Zich bewegend tussen de elite en de aristocratie van zijn tijd was hij als man weliswaar onnoemelijk veel vrijer in zijn bewegingen dan zij; in de kern was niets in zijn bestaan zeker. Zijn sociale status een voortdurende balanceeract. Op hetzelfde smalle koort waarop ook zelfbewuste vrouwen zich in die tijd staande moesten houden. De omgang tekent zich derhalve door een opvallende gelijkwaardigheid. De minnaars zijn vaak lotgenoten.

De vrouwen die hem in vervoering brachten waren heel verschillend: actrices, nonnen, boerenmeisjes, markiezinnen, courtisanes, huishoudsters en burgermeestersvrouwen. Maar belangrijker dan de verschillen waren de overeenkomsten. Uiteraard allen op hun eigen manier aantrekkelijk, maar daarnaast vooral ook sympathiek en intelligent. Ze gebruiken taal om hun doel te bereiken. Om zichzelf gestalte te geven. Ze houden van intriges en gaan elegant door de wereld. Ze lijken, kortom, verdacht veel op de schrijver zelf.

Wanneer ze daarnaast ook nog virtuoos of getalenteerd blijken te zijn is hij reddeloos verloren. Het kost hem naar eigen zeggen bijna zijn leven wanneer hij zijn geliefde Henriëtte tijdens een kamerconcert cello hoort spelen. Een talent waarvan ze nooit melding had gemaakt omdat hij aan het begin van hun affaire had opgemerkt dat muziek hem niet interesseerde. Maar nu!' Toen ik haar echter de eerste strijkbeweging zag maken, bonsde mijn hart zo heftig dat ik dacht dat ik daaraan zou bezwijken.' Overweldigd door een hevige koortsachtige beroering vlucht hij de tuin in om ongeremd te kunnen huilen. 'Wie was deze Henriëtte toch? Wat voor schat had ik in handen?' Overpeinzingen die, schrijft hij, 'het genot van mijn tranen verhoogden'.

Wanneer de bijeenkomst voorbij is, en ze op weg naar huis zijn beschrijft hij zijn emoties voor haar:

'Wrede Henriëtte! Je hebt me bijna gedood met je cello. Zodra ik je hoorde spelen moest ik naar buiten lopen om de tranen te drogen die je aan mijn hart ontlokte. Ik smeek je, vertel me nu welke andere verborgen vaardigheden er nog zijn waarin je uitblinkt, zodat ik niet van ontzetting of verrassing sterf als ik ze voor de eerste keer waarneem.'

De volgende dag koopt hij een cello voor haar.

Een gevoelsmens dus. Machteloos tegen zintuigelijke verleidingen. Waarbij het geestelijke zeer nadrukkelijk een van die zintuigen was. Dat hij gelijkelijk werd gedreven door bindingsangst als door een constant verlangen naar het nieuwe staat vast. De vraag is of dat enkel uit genotzucht of een pathologische Muttersuche was. Het onophoudelijke impliceert iets manisch maar heeft ook een sterk wezenlijk element, in die zin dat hij zonder de vervoering niet echt kon bestaan. Een vervoering overigens waarvan hijzelf bijna altijd de aanjager was.

Hoewel zijn geliefden (zoals dat wel vaker gaat) allemaal een beetje op elkaar lijken, en in veel van wat ze zeggen de stem van de schrijver zelf doorklinkt, zijn ze geen abstract object of blanco canvas. Bovenal zijn zij, om in de lyrische beeldspraak te blijven, een instrument waarmee hij zichzelf ten gehore kan brengen.

Alle Henriëttes, Marcolina's, Leonilda's en Esthers ten spijt: degene op wie hij een levenlang verliefd was, was hijzelf. Dat wil zeggen: de persoon die als bij een chemische reactie zichtbaar werd in hun samenzijn. Die de wereld, de vrouwen en de woorden nodig had om zichzelf te kunnen zien. In dit spiegelpaleis van de psyche is het opeens begrijpelijk dat de vrouw met wie hij halverwege zijn leven werkelijk lijkt te willen trouwen, zijn eigen dochter blijkt te zijn. Hij zocht zichzelf in de ander. Bij de hervertelling van zijn leven wordt er aan die spiegeling een Droste-effect toegevoegd. De oude man herkent zichzelf in zijn jongere versie, en wordt nog eenmaal hopeloos verliefd.

De laatste ontsnapping

In het bovenstaande wordt een paar keer melding gemaakt van het plotloze van deze memoires. In eerste aanblik is dat ook zo. Maar het geheel is té monumentaal, en de schrijver zich té zeer bewust van vorm en finesse, om niets meer te zijn dan een weliswaar zeer levendig maar toch feitelijk verslag. Hij is met het schrijven ervan begonnen, zoals hij zelf zegt, om de verveling te verdrijven. Dat mag de aanzet zijn geweest, maar gaandeweg moet hij zich bewust zijn geworden van een diepere betekenis van het werk. Een vermoeden dat vruchtbare aarde vond in een belevingswereld waar de logica en het onverklaarbare hand in hand gingen.

Waarom zou hij zich na een leven vol bizarre lotswendingen, aan het einde daarvan overgeven aan het onvermijdelijke? Zo bezien is het Het verhaal van mijn leven, naast al die andere dingen ook Casanova's laatste en meest sensationele ontsnappingspoging. Aan de dood zelf. Een van de meest omvangrijke verhalen uit de memoires beschrijft zijn omgang met de markiezin d'Urfé. Een steenrijke, vriendelijk gestoorde oude dame met wie Casanova een interesse in de alchemie en het occulte deelt. Onmogelijk om het verhaal in kort bestek samen te vatten, maar de grote finale is die waarin Casanova haar gedurende een langdurig occult ritueel driemaal bevrucht waarna zij volgens afspraak negen maanden later zichzelf zal baren. En wel als een jongen dit keer.

In deze bizarre en verbluffend uitgevoerde episode zit wellicht de diepere betekenis van de memoires verstopt. Want hoe anders deze 4.000 pagina's lange, zeer gedetailleerde reconstructie van zijn leven te lezen dan als een occulte poging om zichzelf opnieuw, of eindelijk, geboren te laten worden. Hij is daarin, anders dan de Markiezin, volledig geslaagd.

Dick Tuinder is beeldend kunstenaar, tekenaar en cartoonist voor De Groene Amsterdammer. Tevens is hij publicist en schrijver-regisseur van een tiental films waaronder Afscheid van de Maan (2014).

MINDBOOKSATH : athenaeum