Recensie: Het publieke en private leven van prins Charles

25 september 2017 , door Eric Palmen
| | |

In februari 1993 stond nog maar 4 procent van de Britse bevolking achter prins Charles in zijn huwelijksperikelen met prinses Diana; 38 procent vond hem ongeschikt voor het koningschap. Een schrikbarend lage populariteit voor een man die beseft dat het voortbestaan van de monarchie afhangt van de steun van de Britten. (Op de vraag hoelang de monarchie nog zal bestaan, antwoordde prins Charles ooit: ‘Zolang het volk het wil.’) De enquête vond plaats kort nadat de Camilla-tapes in de openbaarheid werden gebracht. Daarin gaf de prins tijdens telefoonseks met zijn minnares Camilla Parker Bowles te kennen terug te willen keren – hij gelooft heilig in reïncarnatie – als haar tampon. De Britse kroon had nogal aan glans ingeboet bij die gedachte

N.B. Deze recensie is doorgeplaatst van onze partner Biografieportaal.

The Battle of Biographies

Sinds premier John Major op 9 december 1992 in het Britse lagerhuis bekend had gemaakt dat de levens van Charles en Diana voortaan gescheiden wegen zouden gaan, was hij de kwade genius van het gestrande sprookjeshuwelijk, zij de gehavende People’s Princess. Andrew Norton publiceerde in de zomer van 1992 een volledig door haar geregisseerde ‘biografie’, waarin het beeld werd neergezet van een diep gekrenkte vrouw die door de ontrouw van haar echtgenoot leed aan boulimia en zelfmutilatie. Ruim een jaar na de bedroevende uitkomst van de enquête maakte Charles de kapitale vergissing zijn kant van het verhaal te willen vertellen in een BBC-documentaire van Jonathan Dimbleby, Charles. The Private Man, the Public Role. Hij bekende weliswaar zijn ontrouw, maar die vond in 1986 plaats, toen het huwelijk al op de klippen gelopen was. Het volk pikte die verklaring niet. Diana nam wraak. Ze smokkelde journalist Martin Bashir het Kensington Palace binnen en stond hem een televisie-interview toe, waarin ze vertelde dat haar huwelijk vanaf het begin overschaduwd is geweest door de aanwezigheid van een derde; ook sprak ze openlijk haar twijfels uit of Charles wel geschikt zou zijn voor het koningschap. Met haar zwaar opgemaakte bambiblik en een gebroken meisjesstem gaf ze volmondig toe haar eigen affaires te hebben gehad. Die pikte het volk wel.

Prins Charles, een uitzonderlijk leven

De Amerikaanse journaliste Sally Bedell Smith schreef Prins Charles. Een uitzonderlijk leven in de schaduw van de troon, en om maar meteen met de deur in huis te vallen: het is een meesterlijke biografie. Met de nodige ironische distantie brengt ze de stellingen in kaart, overziet het slagveld van de botsende ego’s, schetst in geuren en kleuren het heetst van de strijd en onderbouwt met haar diepgravende kennis van de Windsors en de Britse constitutionele monarchie het onvermijdelijke verloop van dit Shakespeareaanse koningsdrama.

Als het maar geen watje wordt. Dat was de grootste angst die prins Philip omtrent zijn zoon koesterde, dus ging Charles naar Gordonstoun op kostschool, in plaats van het softere en kunstzinnige Eton. Daar begon je de ochtend met een fikse hardloopwedstrijd en een koude douche, liep je ook ’s winters in je korte broek en konden de a-sportieve types – zoals Charles – er gif op innemen dat ze door de sportieve types werden gepest. En zo geschiedde. Charles was er doodongelukkig. Door de koude en afstandelijke relatie met zijn ouders trok hij veel meer op met de Queen Mother. Van haar kreeg hij zo nu en dan een knuffel en ze leerde hem – tot groot afgrijzen van Philip – de geneugten van de klassieke muziek en schone letteren kennen. Zijn oom Dickie Mountbatten nam de rol van de afwezige vader over. Hij werd de voogd van Charles, die hem aanried de bloemetjes buiten te zetten zolang hij nog niet gevangen zat in het keurslijf van het koningschap. Charles groeide in de jaren zeventig uit tot een immens populaire vrijgezel, die verschillende relaties had waarvan bij voorbaat vaststond dat ze niet in een koninklijk huwelijk zouden uitmonden. Camilla Rosemary Shand leerde hij in 1972 kennen. Omdat een aanzoek uitbleef, vluchtte ze in een huwelijk met legerofficier en schuinsmarcheerder Andrew Parker Bowles, een polovriend van de kroonprins.

Op 27 augustus 1979 vond ongetwijfeld de meest traumatische gebeurtenis uit het leven van prins Charles plaats. Voor de westkust van Ierland, in de Baai van Donegal, werd de visserssloep van Dickie Mountbatten opgeblazen. Zijn steun en toeverlaat overleefde de aanslag van de IRA niet. Een jaar later begon Charles te daten met Diana Spencer. Behalve lidmaat van de Anglicaanse kerk, schreef de koninklijke mores ook voor dat hij een meisje zonder romantisch verleden moest huwen – een maagd dus, althans een partner die daarvoor door kon gaan. 'Hij was praktisch gesproken gedwongen om een kuiken uit het nest te roven,' merkt Bedell Smith prozaïsch op.

Diana voldeed in alle opzichten aan het ideaalbeeld dat wijlen Mountbatten voor zijn pupil voor ogen had. Uiteraard van goeden huize, groen als gras, geen uitgesproken persoonlijkheid die de kroonprins in de schaduw zou stellen. Ze ontmoetten elkaar twaalf keer voordat de verloving bekend werd gemaakt. De labiele kant van Diana – de boulimia, de zelfmutilatie, toen al – had Charles nog niet ontdekt. Diana was een diep getroebleerd kind dat de vechtscheiding van haar ouders nooit verwerkt heeft. Charles was niet verliefd, maar wat nog niet is kon nog komen. Prins Philip drong er in een brief op aan dat hij voort moest maken, zodat er een einde kwam aan de speculaties in de tabloids. De reputatie van het meisje stond op het spel, aldus Philip. Charles hakte de knoop door. In de jaren zeventig had hij voor de pers een standaardverklaring paraat voor zijn eeuwige vrijgezellenbestaan. Bij een belangrijke beslissing als een partnerkeuze laat je het hoofd spreken, niet het hart. 'Maar in feite had hij naar geen van beide geluisterd,' zegt Bedell Smith erover. Toen Charles haar een aanzoek deed, giechelde Diana ja.

Wat beklijft na het lezen van deze biografie is het mededogen voor de private besognes van alle betrokkenen: de panische angst voor imagoverlies; de demonisering, vooral die van Camilla; de psychische gesteldheid van de hoofdrolspelers. Je moet een hart van steen hebben om Charles en Camilla het geluk niet te gunnen dat hen onder een minder kwaad gesternte – dat van een volledig achterhaalde en mesjogge mores – al in de jaren zeventig ten deel was gevallen. Nee, privé zit het nu wel goed bij Charles.

De publieke rol van Charles

Sally Bedell Smith zet vooral vraagtekens bij de publieke rol die Charles sinds zijn investituur tot de prins van Wales heeft gespeeld. Zijn uitgesproken dedain voor moderne architectuur, zijn bemoeienis met de reguliere geneeskunde die te weinig oog zou hebben voor alternatieve therapieën en zijn strijd voor een beter milieu brachten hem regelmatig in aanvaring met de Regering. De politieke rol van het Britse staatshoofd in de constitutionele monarchie, geformuleerd door Walter Bagehot in 1867, behelst “het recht om geraadpleegd te worden, het recht om aan te moedigen, het recht om te waarschuwen”. Rechten dus die zich beperken tot de binnenkamers van Buckingham Palace. (Onze definitie van de ministeriële verantwoordelijkheid gaat wat dat betreft veel verder. Willem Alexander mag zich gerust uitspreken over watermanagement, zolang zijn publieke statements maar in lijn van de regering zijn). In tegenstelling tot Elisabeth, die nooit blijk gaf last te hebben van enige politieke betrokkenheid, ambieert Charles meer te zijn dan een uithangbord met parafernalia voor de Land of Hope and Glory. Hij verafschuwt de 'staatsrechtelijke dwangbuis', het Verenigd Koninkrijk kan een voorbeeld nemen aan de presidenten van Duitsland en Ierland. Maar goed, die worden dan ook democratisch gekozen, zoals republikein Graham Smith minzaam heeft opgemerkt over de 'activistische' koning die Charles voor ogen heeft.

Intussen is zijn moeder de negenting gepasseerd en heeft Charles de pensioengerechtige leeftijd bereikt. Abdicatie is geen optie. Een gezalfd vorst sterft in het harnas.

Eric Palmen is historicus en hoofdredacteur van Biografieportaal. Hij schreef onder andere Kaat Mossel, helleveeg van Rotterdam en Dwaze liefde, een familiegeschiedenis, uitgegeven bij Prometheus.

Gerelateerde boeken

MINDBOOKSATH : athenaeum