Recensie: In een vlaag van woede en spot

01 mei 2017 , door Fleur Speet
| |

Kan een politieke satire een geslaagde roman zijn vroeg ik me af na lezing van Howard Jacobsons Pussy. Het is misschien een vreemde vraag, want het onderwerp van een roman doet er niet toe, natuurlijk kan een politieke satire een goede roman zijn en vele schrijvers maakten met hun roman een geslaagd politiek statement. Niet voor niets nam The Plot Against America van Philip Roth zo'n hoge vlucht nadat Trump tot president was gekozen. Het boek wordt gelezen als waarschuwing: zo kan het zijn, zo kan het ontaarden. Maar Roth schreef zijn roman niet omdat hij het gevaar van Trump zag aankomen, Trump viel toevallig te plakken op de dictator uit zijn roman.

In het geval van Pussy kwam de vraag over een geslaagde literaire satire toch bij me op. Jacobson, een Britse auteur die in 2010 de Man Booker Prize ontving voor The Finkler Question en wel de Britse Philip Roth wordt genoemd, klom in de pen toen Trump aan de macht kwam. Hij schreef Pussy, een "ode aan vrouwen". Zijn hoofdpersoon prins Fracassus (uiteraard ook met citroenkleurige kuif en speldenprikken van ogen) minacht vrouwen en grijpt ze bij de borsten of billen zodra hij zijn kans schoon ziet ('omdat ze dat fijn vinden'). De overdrijving maakt duidelijk hoe de schrijver erover denkt: 'Je bent een object van een hysterische gewoonte, meer niet'.

Drie woorden

Het probleem van deze roman is dat de schrijver zichzelf in de wielen rijdt. Ten eerste weten we als lezer natuurlijk wat de uitkomst van de roman zal zijn: Fracassus zal aan de macht komen. Jacobson begint bij de aanstelling van een docent voor Fracassus, die dan nog een peuter is, en die zijn woordenschat naar meer dan drie woorden moet zien uit te breiden. Wat nog een flinke taak is, want het joch heeft nergens interesse voor. Behalve dan voor de pornografische dramaserie over leven en liefdes van keizer Nero, waarin de antieke keizer als een ware usurpator veroordeelden laat ophangen en ze daarna in olie drenkt om ze op te branden bij zijn overdadige diners. Fracassus als Nero… tja, best een makkelijke vergelijking (en al eerder gemaakt).

Fracassus gaat na liefdesverdriet op "wereldreis" (naar dictaturen) en keert terug als volwassen man die de verkiezingen in gaat met korte slogans vol banale opmerkingen. Hij verplettert de vrouw tegen wie hij strijdt omdat zij veel te moeilijke woorden gebruikt, te inhoudelijk, netjes en beheerst is. En vrouw is natuurlijk. Einde. Daar zit weinig spanningsboog in.

Meer van hetzelfde

Het tweede probleem dat Jacobson in mijn ogen niet heeft weten op te lossen, is dat je nergens inzicht krijgt in Fracassus. Het blijft allemaal plat: hij had een usurpator als vader, een moeder die hem zuchtend verwaarloosde, de docenten konden hem nog net weerhouden om in plaats van 'Fuck, nikker, kut' 'Flikker op' te twitteren (waar zij dan hele verhandelingen over houden, over de macht van eenvoudige taal), en hij was gevoelig voor botte, onvoorspelbare dictators wiens gedrag hij begon te kopiëren, terwijl hij eigenlijk al zo was. Een karakterontwikkeling is nauwelijks waar te nemen, een zuivering of mislukking al evenmin. En dat maakt Fracassus ongevaarlijk.

Maar misschien sluiten nuance (en dus het scherpst van de snede) en satire elkaar per definitie uit. Misschien reageer ik hier net als Fracassus' opponent, in wie we Hillary Clinton herkennen, te serieus. Jacobson schreef zijn roman uit verontwaardiging, in een vlaag van woede en spot. Hij leert ons vooral dat we nog steeds overrompeld worden door zoveel overtuigde domheid. Zijn boek houdt ons een spiegel voor van onze machteloosheid, en misschien zelfs wel van onze eigen onnozelheid. Al is het makkelijker om te denken: te veel moeilijke woorden voor Trump om te begrijpen.

Fleur Speet is literair recensent.

Gerelateerde boeken

MINDBOOKSATH : athenaeum