Recensie: Kamers vol gedachten

06 november 2017 , door Bob Hopman
| |

Op 29 december 2001 overlijdt Charlotte Mutsaers’ jongere broer Barend. Hij is vroeg in de vijftig en leeft al vele jaren in volstrekte afzondering en eenzaamheid, met een groot aantal angsten en met een compulsieve verzamel- en masturbatiedrang. De ik-verteller in dit boek, slechts éénmaal genoemd met initiaal ‘C’, maar ongetwijfeld iemand die dicht bij Mutsaers zelf staat, krijgt de opdracht om samen met zuster A het ouderlijk huis en tevens de sterfplek van de broer uit te ruimen. Resultaat is Harnas van Hansaplast, een zeer (soms pijnlijk) persoonlijke verzameling herinneringen, associaties en een poging tot duiding van broer Barend, van de oorsprong van zijn eenzaamheid en van zijn plek in het leven van de verteller.

N.B. donderdag 7 december interviewt Thomas Heerma van Voss Charlotte Mutsaers over Harnas van Hansaplast bij Athenaeum Boekhandel. U kunt erbij zijn.

Postmodern, fictief

Bij het ‘persoonlijke’ van het boek is het belangrijk vooraf een kanttekening te plaatsen. Mutsaers is een schrijver in wiens universum de verteller altijd de werkelijkheid naar eigen welbevinden mag verbuigen. Een schrijver ook bij wie ik altijd grote voorzichtigheid inbouw als het gaat om het benoemen van autobiografische of werkelijkheidsgetrouwe elementen, voorzichtigheid die door het gebruik van initialen (A,B,C) voor de personages direct bij opening wordt aangewakkerd. Deze kanttekening is van belang, want noch de broer, noch C zelf wordt gespaard, ook als het gaat om puur immoreel handelen.

Barend wordt door de verteller neergezet als een innemend, maar tragisch, duister en (zelf)destructief figuur. ‘Geen lief, geen werk (afgezien van masturbatie), geen vrienden, verlies aan decorum, een verwoest gebit, een ontstoken mond, een slecht hart, angst om als mislukking te worden beschouwd […], angst voor de ontdekking van zijn kinderporno, onoplosbare rommel, een nijpend tijdgebrek’ is alles wat hij heeft aan het einde van zijn leven. In herinneringen van C en bij het doorspitten van Barends documenten, wordt duidelijk dat Barend zelf debet was aan de verwaarlozing van zijn gebit en dat hij toch heel bewust een waanzinnige verzameling pornografie, waaronder kinderporno, heeft verzameld en opgeslagen.

Controverse?

Die pornografieverzameling blijkt van zodanig kostbare (en illegale) omvang en inhoud, dat een tot de nok toe gevulde originele Hugo de Groot-boekenkist bij de sekswinkel een bod van maar liefst 5000 gulden oplevert. Daarbij is een ‘avontuurtje’ met C inbegrepen, zo stelt de winkeleigenaar. Een half uur na dat bod meldt hoofdpersoon zich verlost, vrolijk en veel rijker weer bij zus A. Op een moment als dit wordt het verhaal wat te grotesk, en daarmee gelijk geruststellend fictief. 

Want over het geheel is Harnas van Hansaplast voor het gevoel steeds een waarheidsgetrouw, heel persoonlijk document, waarin de broer en in misschien nog wel hogere mate de moeder van Mutsaers iets dieper het graf in worden geschreven en waarin het hoofdpersonage kinderporno goedpraat en verhandelt. Het levert hier en daar ongemakkelijke momenten op en ik begrijp wel dat er enige controverse is over vooral de kinderpornografie.

Compositie

Die controverse zal echter niets afdoen aan de verteltechnische kwaliteit van de roman. Het sterkste aan het boek is namelijk de structuur, de constructie. En dat is opvallend, want op het eerste gezicht lijkt die volledig  te ontbreken en lijkt de roman een driehonderd pagina’s lange, spontane monoloog.  Maar Mutsaers verraadt zichzelf met een citaat van Komrij: ‘Een huis heeft grote invloed op je denken. Je onderwerpen worden verdeeld over het aantal kamers dat er is.’ Deze roman, dit ‘denken’ dus, is gegoten in de vorm van C en A die zich kamer voor kamer door het huis heen werken en zo de geschiedenis van de gestorven broer vormgeven. Het boek begint bij de entree, waar reeds de lijkgeur hangt en voert langs de huiskamer, tot de nok vol oude boeken, via de ‘sterfkamer’ (slaapkamer) en gang vol pornografie, uiteindelijk naar het boudoir, waar C’s meest schrijnende herinneringen aan de moeder en de broer opgeslagen liggen.

En elk hoofdstuk op zich, dat de titel van een ruimte in het huis draagt, is een zorgvuldig samengesteld, afgerond geheel; een kamer van gedachten. Zo begint het hoofdstuk ‘tandenbastion’ met een herinnering aan Barends uitgeslagen tand ‘ergens in de jaren zeventig’. Het gaat vervolgens verder met de teloorgang van zijn volledige gebit in de decennia daarna en de steeds onsamenhangendere en meer gefrustreerde gesprekken die hij erover met C voert. Zij vindt vervolgens na Barends dood, te midden van zijn schier eindeloze stapels literatuur, zelfhulp- en stripboeken enkele ‘tandenromans’ zoals Gstaad 95-98 en Ivoren wachters, volgepend met aantekeningen door Barend zelf. Een essayistische, literatuurkritische passage leidt tot een poging iets van Barends psyche en gedrag te verklaren.

Zo keert elk hoofdstuk na een dergelijke rondgang bij Barend zelf terug. Geen regel lijkt toevallig, geen woord per ongeluk neergezet. En toch schrijft Mutsaers op zodanig spontane wijze dat het geen moment geforceerd overkomt. Harnas van Hansaplast is hierdoor, naast een innemend en schrijnend portret en zelfportret van een schrijver, vooral een ontzettend knap boek, een vloeiend, natuurlijk product van een zorgvuldig schrijversbrein.

Bob Hopman is docent Nederlands.

MINDBOOKSATH : athenaeum