Recensie: Klont is lekker

05 oktober 2017 , door Esther Wils
| |

Kan een boek lekker zijn? Zeker: de geest heeft papillen die zoeken naar het juiste mengsel van zoet, zuur, bitter en het zout van echte tranen, van substantie en luchtigheid. En net als met eten kan het niet deren als de inhoud giftig is. Klont is heerlijk. Het is beregrappig en maakt tegelijk ongerust, over digitale ontwikkelingen die op hol slaan. Het gaat dus over nu, maar ook over zaken van alle tijden: liefde, het gezinsleven. Het is sexy, maar beide hoofdpersonen staan uiteindelijk behoorlijk in de kou. Het vonkt van de onverwachte wendingen en prachtformuleringen; het is kortom een echte, swingende Februari.

Wie Maxim Februari de afgelopen jaren heeft gevolgd, weet dat hij zich heeft toegelegd op het thema ‘mens & machine’, in het bijzonder de digitale ontwikkelingen en de riskante implicaties daarvan voor het menselijk leven. Zijn Kousbroeklezing, zijn TED-talk, zijn Godwinlezing  en ook veel van zijn columns in NRC gaan erover: in hoeverre houden wij zeggenschap over de systemen die we zelf bedenken, waar eindigt hun nut en begint hun machtsovername? Een brandende kwestie waarvan we groeiende omvang nauwelijks kunnen bevatten – het is zelfs de vraag of de snelste denkers haar zullen kunnen bijhouden.

Februari maakte die onzichtbare macht tot aanwezigheid in zijn nieuwe roman. ‘Klont’ is een ‘onnozele’ benaming die past ‘binnen de verzameling eufemismen waarmee de digitale wereld wordt beschreven. Web, cloud, net, app’. Het staat voor een fenomeen dat als een vampier het leven uit zijn gebruikers kan zuigen: ‘En de echte werkelijkheid? Wat gebeurt daarmee? Die krimpt. Na de dataficering blijft de oude wereld uitgelubberd achter. Leeggelopen, ze ligt op de bodem van het heelal als een plasje plasma.’

Alexei

Dat heldere denkbeeld wordt geformuleerd door Alexei Krups, het personage dat zich als eerste en in de ik-vorm tot de lezer wendt, nadat hij al ettelijke lezingen heeft gegeven over het obscure onderwerp. Alexei is een jonge wereldster, begaafd in het assembleren van andermans ideeën en aantrekkelijk voor beide seksen. Als je de sappige passages leest over de kringen waarin hij zich beweegt, dan kan je je voorstellen dat Februari aan zijn columns niet genoeg had; de intellectuele avant-garde biedt stof te over.

‘In die dagen gaven organisaties aan hun evenementen graag de schijn van tastbaarheid; alles heette kliniek, fabriek, werkplaats of laboratorium. Lab! Alsof we nog steeds in de negentiende eeuw leefden en niet door onzichtbare codes werden geregeerd,’ merkt Alexei op. De jongeman wordt gefêteerd; hij heeft onbelemmerd toegang tot de optrekjes van een Zwitserse bankier,een Italiaanse contessa en soortgelijken.

Tot hij te ver gaat in zijn enthousiasme het publiek te bedienen en het ministerie van Veiligheid een onderzoek naar hem instelt. De praktische, piepjonge en gepaardestaarte minister stuurt Bodo Klein op hem af, een introverte topspecialist op het gebied van digitale ontwikkelingen en veiligheid,die zich door een persoonlijke misstap sociaal onmogelijk heeft gemaakt. Hij maakt dan weer gebruik van de diensten en de bewonderende toewijding van een fanatieke stagiair, die optimaal wegwijs weet op internet en de snelle, hippe levensstijl tot in de puntjes beheerst.

Is deze smakelijke roman, met zijn ironische plot, zijn lichtelijk karikaturale personages, hun wat potsierlijke gedrag, de grommende, aan het oppervlak krabbende ‘klont’ in hun midden, een hypermoderne, geraffineerde, zwarte klucht? Niet alleen. Net als in Februari’s vorige roman, De literaire kring, die venijnig het Gooische milieu portretteert, en de kieren in de globalisering van de markt, speelt er naast een kwade, actuele tendens op wereldschaal ook individueel drama. De toon is verraderlijk licht; wie zijn happen te snel doorslikt mist de vele subtiliteiten.

Bodo

De mooiste passages in het boek zijn wat mij betreft die over Bodo Klein en zijn innerlijke overwegingen. Hij is de tegenpool van Alexei: degelijk, eenzelvig, al jaren met dezelfde vrouw en niet zo iemand die zelfblij de wereld charmeert met zijn verschijning: ‘Voor zijn lichaam is hij zorgzaam, alsof het een huisdier is dat hij te logeren heeft.’

We treffen hem op een dieptepunt; zijn vrouw Colette heeft haar belangstelling verloren en hij slaagt er niet in met haar tot een echt gesprek te komen. Haar aandacht wordt volledig in beslag genomen door haar dochter – Bodo’s stiefdochter – die op het punt van bevallen staat. En dat terwijl ‘hij dacht dat door de opkomst van kunstmatige intelligentie het huwelijk steeds belangrijker zou worden als alternatieve bron van kennis. […] Wilden ze de komende eeuw zelf ook nog iets te doen hebben in de wereld, dan moesten ze werk maken van alternatieve vermogens om die wereld tegemoet te treden, van de menselijke verbeeldingskennis, bijvoorbeeld, en dus van het huwelijk’. Want: ‘Wat was het huwelijk anders dan dat je elkaar tot een favoriet personage maakte, iemand die je wilde kennen?’

Februari kenschetst zijn personages scherp en met humor, niet door middel van psychologiserende typeringen maar door hun gedachten, hun uitspraken en hun gedrag te volgen. De nuchtere, efficiënte Colette, vrouw uit één stuk, arts en sociaal zeer vaardig, ‘had een kennis van de menselijke natuur die niet kwam uit studie of reflectie, maar die voortkwam uit handelen, die ermee samenhing en samenviel. Ze zei tegen iedereen wat anders. […] Misschien is het wel het verstandigste inzicht dat ze in haar leven heeft opgedaan: dat je gewoon de hele tijd dezelfde persoon kunt zijn. Dat dat oké is. Veel mensen – en Bodo is daar een van – weten dat niet. Voor Bodo is aanpassing heilig’.

Het verschil in temperament, het diffuse van hun liefde, de tederheid en ‘vage lust’ die in de lucht hangen, het haastige en beknotte van hun uitwisseling: dit voor elkaar moeilijk bereikbare paar is op een zeer ongewone manier toch romantisch. 

Waar gaat het heen met Klont? We weten het niet. Beide hoofdpersonen zijn min of meer verweesd, aan het slot, de gevaren van zelfsturende systemen en dataficering zijn alweer bijna uit de mode. Maar Maxim Februari heeft zijn lezers wel weer op scherp gezet. Zonder morele lessen, maar op zijn eigen, jazzy manier: beweeglijk, zwierig en slim,met stemmingen die wisselen van melancholiek via tongue in cheek naar hilarisch – nooit olijk, nooit pathetisch. In de jazz ben je iemand als je sound bij de eerste tonen te herkennen is; Februari is zo’n schrijver. Of om bij de keuken te blijven: die verdient een Michelinster, daar moet je voor omfietsen, snel naar de boekhandel.

Esther Wils is freelance recensent voor het ADFocus en indisch-anders.nl.

Gerelateerde boeken

MINDBOOKSATH : athenaeum