Recensie: Moga’s en moedermelk

30 oktober 2017 , door Esther Wils
|

De Japanse schrijver Junichiro Tanizaki (1886-1965) was een kind van zijn tijd. Hij was gefascineerd door de westerse invloeden die Japan eind negentiende eeuw op grote schaal binnenstroomden. Maar hij was ook doordrongen van de Japanse tradities en zag die node wegsmelten. Vertaler Jos Vos selecteerde en bezorgde een reeks verhalen die beide aspecten laten zien, maar vooral ook barsten van de hoogsteigen chemie die Tanizaki’s levenslust en nieuwsgierigheid aangingen met zijn melancholie, in De brug der dromen.

Parallelle wereld

Wie de weg niet weet in Tokio, en in Japan in ruimere zin, zal de omzwervingen van Tanizaki’s vertellers niet kunnen volgen. Want ze zwerven wat af, vooral lopend; vele straten en buurten komen voorbij, elk met hun eigen sfeer – zoveel weet Tanizaki wel over te brengen. De hoofdpersoon van het eerste en vroegste verhaal in de bundel, ‘Het geheim’ (1911) heeft besloten de gebaande paden te verlaten en díe hoekjes op te zoeken waaraan hij altijd voorbij is gegaan:

‘In plaats van mij terug te trekken in een buitenwijk als Shibuya of Okubu hoopte ik van het begin af om in het hartje van de stad een vervallen, ongewoon, onopvallend plekje te vinden. Zoals je in een snelvlietende bergstroom stille poelen aantreft, zo moesten er ook in bruisende volkswijken eilandjes van rust liggen waar geen levende ziel ooit kwam, tenzij om een welbepaalde reden.’

Denk over je eigen stad na en je vindt zulke plaatsen, parallel aan je vaste routes.

Dezelfde figuur, die wil onderduiken uit het leven dat hem verveelt, ontdekt de verleiding van vrouwenkleren. Zijn eigen sensatie slaat over: geblanket en vermomd in kimono, als een traditionele schone – of een ouderwetse acteur –, trekt hij in het nachtleven veler blik. Het is een van de boeiende en uitdagende voorbeelden van de stoutmoedige verkenningen die Tanizaki als schrijver onderneemt, binnen de eigen wereld, maar nét over de grenzen van het alledaagse.

Moga’s

Tanizaki’s alledaagse wereld bood ook veel aanleiding tot het maken van keuzes en het wisselen van oriëntatie; de modernisering bracht op allerlei vlak alternatieven. Nieuwe typen architectuur, nieuwe vervoermiddelen, nieuw vermaak, ander voedsel, een leger aan exotische schrijvers met heel eigen literaire vormen en eigen filosofieën, nieuwe media, de westerse mode… Tanizaki ging er gretig op in; hij droeg graag pakken, ging uit in clubs, verhuisde naar wijken waar veel buitenlanders woonden, las Wilde, Poe en andere grootheden, hield van Hollywood-films – Jos Vos doet er in zijn toelichting smakelijk verslag van.

In het verhaal ‘De blauwe bloem’ (1922) krijgen we door de ogen van Okada, een door zijn passie uitgewoonde minnaar, een vermakelijk inkijkje in de voors en tegens van de westerse mode. Voor hem is het niet eenvoudig:

‘Westerse kleren waren goed voor heren die blaakten van gezondheid, maar als je je slapjes voelde, hield je het er niet in uit. Je heupen, schouders, oksels en hals – ál je gewrichten werden twee- of driemaal opeengedrukt door gespen, knopen, rubber, leer… alsof je je eigen kruis moest dragen!’

Maar voor vrouwen ligt dat anders:

‘Hij zou Aguri bevrijden van de vormeloze kimono die haar niet paste, waarna je heel even de naakte “vrouw” zou ontwaren, en hij zou haar in westerse kleren steken. Elke welving van haar lichaam zou hij doen stralen; hij zou haar rijkere zwellingen schenken, haar golvingen tot nieuw leven wekken, haar voorzien van mollige uitstulpingen; en hij zou haar polsen, enkels en hals in al hun rankheid beter tot hun recht laten komen.’

Okada herschept zijn Aguri tot een ‘moga’: een modern girl – de tegenhanger van de Amerikaanse flapper, aldus Vos – en zij geniet ervan.  

Moedermelk

Het universum van Tanizaki is door en door sensueel, vaak erotisch. De zintuigen worden aangesproken in zijn sfeervolle landschapsbeschrijvingen, met de werking van maanlicht op het water, diepe schaduwpartijen van bossen en rotsen, ruisende beken, en ook in de stadse scènes en de interieurs zindert het: de glans van ruiten en lakwerk, het duister in stegen en hoeken van spaarzaam verlichte kamers, het tokkelen van de shamisen, het kwinkeleren van gekooide vogels. Maar zijn aandacht richt zich vooral op vrouwen. En de voorkeur van zijn hoofdpersonen gaat meer dan eens uit naar moederfiguren. Vos schrijft in zijn introductie:

‘In het ouderwetse Japan bracht een kind alle nachten aan de zijde van de moeder door, op de tatamivloer. […] Kind en moeder leefden in een symbiose, en het sprak vanzelf dat ze samen in bad gingen – ook weer een gewoonte die Tanizaki in Kinderjaren vol tederheid heeft beschreven. “De dijen van mijn moeder waren wonderlijk blank en zacht,” zegt hij, “en ik kon het niet helpen: wanneer we in bad gingen, kon ik mijn ogen er niet van afhouden.”’

In ‘Smachten naar moeder’ (1919) ontdekt Junichi dat de beeldschone vrouw die hij in de maneschijn tegenkomt zijn moeder is: ‘Ze nam me stevig in haar armen en liet niet meer los. Ik deed hetzelfde bij haar, en door haar kimono heen rook ik de zoete, warme geur van haar borsten.’ Veertig jaar later krijgt Tadasu in ‘De brug der dromen’ (1959) de borsten van zijn stiefmoeder aangeboden:

‘Ik drukte mijn knieën tegen de hare, opende haar gewaad wat meer en zette mijn lippen aan haar borst. […] “Mama…” zuchtte ik flemerig, voordat ik er erg in had. Ongeveer een halfuur lang omhelsden wij elkaar innig. Toen zei mijn moeder: “Zo is het wel genoeg voor vandaag, hè?” Zij haalde haar borst uit mijn mond en ik sprong van de veranda, alsof ik haar van mij afstootte. Zonder een woord vluchtte ik de tuin in.’

Tanizaki heeft zijn smaak voor de Japanse tradities halfweg zijn leven teruggevonden – zo schreef hij een boeiende ‘Lofzang op de schaduw’ (1933), een essay over de esthetica van Oost en West, vertaalde hij het klassieke Verhaal van Genji naar het eigentijds Japans (net als Jos Vos deed naar het Nederlands), en verwees hij in zijn latere verhalen herhaaldelijk naar literaire bronnen en historische figuren. Dat laatste is soms wat vermoeiend, maar uiteindelijk is doorlezen altijd lonend; aan de hand van de ingewijde en enthousiaste Vos kan je mee in de fascinerende parallelle wereld van Tanizaki: een wereld met dezelfde bouwstenen als de onze, en toch nooit gevonden als Vos ons niet was voorgegaan.

MINDBOOKSATH : athenaeum