Recensie: Op de thee bij jihadisten

30 november 2017
| |

Corrupte Egyptische politiemannen die facebookvrienden willen worden (en stiekem het boek Why Men Love Bitches uitlezen na confiscatie), jihadisten bij wie een grote mond wel in de smaak valt en  Al Qaida- kopstukken die hartelijk om kritische vragen moeten lachen: ze komen allemaal voor in Ik moest alleen komen. En blijkbaar bestaan ze écht allemaal, want het boek, dat werd vertaald door Nico Groen, is waargebeurd en verhaalt de avonturen van de schrijfster en journalist Souad Mekhennet. 

Het mes snijdt aan twee kanten

Mekhennet is een moslima van Turks-Marokkaanse komaf, die in Duitsland opgroeide en daar als kind al het nodige verzet meemaakte tegen mensen van haar afkomst. Dankzij haar achtergrond leerde Mekhennet voorzichtig en respectvol om te gaan met mensen, op welke manier ze hun geloof ook belijden. Zelfs na een theepartij diep in de jihadistische netwerken respecteert ze haar bronnen en wacht ze met publiceren tot ze een telefoontje met groen licht van hen krijgt, terwijl de meeste westerse journalisten meteen voor de primeur zouden zijn gegaan als we haar boek mogen geloven.  Ook is Mekhennet vergeleken met haar westerse collega’s kritisch en kijkt ze verder dan het heersende mediabeeld, waarbij ze er voornamelijk op uit is de situatie te begrijpen zonder oordeel te vellen. Die houding werpt vruchten af: het leidt tot bijzondere onderonsjes met jihadisten en vervolgens bijzondere journalistiek.

Maar het  mes snijdt aan twee kanten: soms werkt Mekhennets afkomst haar tegen. Zo vinden sommige New York Times-redacteuren haar interesse in moslimfundamentalisten verdacht omdat ze 'hetzelfde' geloof heeft en wordt ze in veiligheidskwesties door de westerse inlichtingendiensten als tweederangsburger beschouwd. Zo wordt ze eens dringend gewaarschuwd dat de Amerikaanse collega waarmee ze reist in levensgevaar verkeert en het land per direct moet verlaten, terwijl later  blijkt dat zij in hetzelfde gevaar verkeert. Gelukkig voor haar had ze al zo'n vermoeden en gaat ze met haar collega mee. Pech voor de inlichtingendienst, die graag had gezien dat Mekhennet achterbleef zodat zij hen naar een gezocht kopstuk kon leiden waar ze met haar collega onderzoek naar doet, terwijl die collega in kwestie veilig thuis zou zitten.

‘“Je had toegang tot lui die op lijsten met meest gezochte personen stonden en sommigen vroegen zich af of je met ze sympathiseerde. We snapten dat je het deed omdat je heilig in de journalistiek gelooft, maar sommigen dachten: Wat zit er achter die drijfveer om al die gasten op te zoeken?”’

Een ijskoningin

Met grote sprongen in de tijd trekt Mekhennet je van het ene avontuur het andere in. Af en toe moet je even hollen om het bij te houden en moet je goed blijven opletten, want het ene verhaal stroomt zo soepel over in het andere dat je niet merkt dat je het nieuwe ingegleden bent. Toch is het allemaal op grandioze wijze samengebracht. Herinneringen, gebeurtenissen en verklaringen worden naadloos aan elkaar opgehangen; er valt geen weeffoutje te ontdekken.

Het lijkt wel alsof Mekhennet het vermogen bezit onbevreesd te doen wat ze moet doen (en er vervolgens over te schrijven). De hete vuren waar ze voor komt te staan laten haar beslist koud, in ieder geval in het boek. Ze lijkt amper bang te zijn voor de mannen die ze interviewt, die zich diep in de netwerken in Irak, Egypte, Algerije, Pakistan en Libanon ophouden. Je begint al snel te vermoeden dat je te maken hebt met een ijskoningin, die toch je hart weet te stelen met humor en moed. Of het nou een stijlkeuze is om geen focus te leggen op het gevoelsleven, of dat Mekhennet in het echte leven ook de verwezenlijking van de rede is, is niet helemaal duidelijk, maar ze legt wel de nadruk op de conflicten  ze rapporteert (en waarvan ze overigens ook de achtergronden kristalhelder toelicht) in plaats van bij zichzelf.

Respect van jihadisten

Misschien is dat ook waarom Mekhennet tegenwoordig zowel in de westerse wereld haar sporen verdient als journalist, als in de wereld van de Jihad. De jihadisten pikken overigens wel erg veel van haar humoristische brutaliteiten. Zo zei ze tegen een linke jihadistische taxi chauffeur waar ze in haar eentje bij in de auto zat:

‘[Jouw] strijd is geen jihad. Die zou een jihad zijn als je in Europa was gebleven en daar carrière had gemaakt. Dat was een stuk moeilijker geweest. Je hebt voor de makkelijke weg gekozen.’

Hoe ze daar mee wegkomt blijft een raadsel (dat jihadstrijders van brutale vrouwen houden is geen algemene aanname voor zover ik weet), maar het geeft het boek ook een bepaalde grootsheid, alsof het om een heldenvertelling gaat in plaats van om het verhaal van een worstelende journalist. Een onthullende heldenvertelling van eigen hand.

MINDBOOKSATH : athenaeum