Recensie: Schoon en heel

09 mei 2017 , door Esther Wils
| | |

Kleding is historisch materiaal van een onverwachte schaal en reikwijdte. Interessante tweedehands kleren raken op, maar de oude-kledingberg groeit, de markt voor het afval van de Westerse wereld stagneert dus het accent moet op hergebruik van materiaal komen te liggen. Grote verschuivingen in de productie en de levenscyclus van kleding markeren een nieuwe tijd - schrijver Ileen Montijn en beeldredacteur Annemiek Overbeek kijken terug op de afgelopen twee eeuwen, in het zeer onderhoudende en mooi uitgevoerde Tot op de draad.

Armoe en schaamte

Toen ik als kleuter met mijn ouders uit Peru terugkwam naar Nederland en op een hippe Haagse Montessorischool werd geplant, liep ik wat mode betreft al flink achter. Meer kinderen van ouders uit de ontwikkelingssamenwerking leden daaronder: die ouders waren zich overbewust van de verwende spilzucht van het westen - en daarbij lag de Tweede Wereldoorlog en diens nasleep nog tamelijk vers in de herinnering van die generatie: in hun jeugd viel er weinig te verspillen. Op een van de klassenfoto's sta ik met blozende wangen en brede verlengstroken onder aan mijn broek; ik had me niet aan het idee gestoord tot ik op school kwam.

En dan was het nog niet eens strikt noodzakelijk. Montijn vertelt in Tot op de draad over het leed van mensen die zelfs voor tweedehandskleding geen geld hadden en blij moesten zijn met de afdragertjes die ze geschonken kregen. Kleding was in de negentiende eeuw extreem duur, voor onze begrippen: stof was kostbaar en in het maken ging veel tijd zitten. Niet alleen weeskinderen hadden niets te kiezen - zij werden in zeer herkenbare, beschamend eenvormige pakjes gehesen -, ook arbeiders(kinderen) droegen dag in dag uit dezelfde, oneindig verstelde spullen: als men maar 'schoon en heel' voor de dag kon komen. Beeldredacteur Annemiek Verbeek heeft schitterende, roerende plaatjes gevonden van die opgelapte jaks en zelfs bewaard gebleven ondergoed. Bij die schaarste hoorden een enorme handel in gebruikt textiel, de vaardigheid van het herstellen, stoppen en vermaken, en praktische trucjes om op de groei in lengte of omvang te anticiperen.

Trots en inventiviteit

Niet alleen armen waren zuinig op hun kleren, ook de rest van de bevolking droeg ze tot ze op waren, of gaf ze door. Zelfs de adel. Montijn dist een geweldige anekdote op over koningin Wilhelmina, die haar ondergoed meermaals liet verstellen bij de fabriek die het leverde. Het inzetten van nieuwe kruizen en oksels was wijdverbreid. Maar niet slechts de onzichtbare, ook de uitgaanskleding werd aan het hof en in de betere kringen meer dan eens gebruikt en steeds met trots gedragen, soms aangepast aan een nieuwe mode: rokken werden ingekort, lijfjes vervangen, ruches toegevoegd of verwijderd. Een van de opmerkelijkste foto's in het boek toont een achttiende-eeuwse japon die is vermaakt tot bloemrijke koormantel, geschonken aan de kerk.

In de jaren zestig werd tweedehandskleding zélf onderdeel van de mode - al hing het succes wel af van de context en de drager; filmster Brigitte Bardot maakte furore met haar hippie-strokenjurken van de Franse ontwerper Jean Bouquin, toneelschoolleerling Lien Heyting oogstte in Rome opgetrokken wenkbrauwen met haar zelfgemaakte zigeunerinnenjurk, en kreeg het met een ontstemde zigeunerin aan de stok.

Montijn rijgt in een zeer los verband van lange hoofdstukken en een afwisseling van dergelijke sprekende voorbeelden, historische beschouwing en citaten uit velerlei bron (van Woutertje Pieterse tot Max Heymans) een levendig verhaal aaneen, dat zijn ritme deels ontleent aan de aantrekkelijke en verrassende afbeeldingen.

Confectie en recycling

Verrassend zijn ook sommige feiten: wie had gedacht dat de Bijenkorf een rol heeft gespeeld bij de ontwikkeling van confectiekleding? In de jaren vijftig organiseerde het warenhuis een grootschalige meetsessie onder vijfduizend vrouwen, om tot reëel gemiddelde maten te komen. Het werd wetenschappelijk aangepakt: 'De resultaten werden bewerkt door een wiskundige en een statisticus.'

Ook de getallen maken indruk. Montijn - duidelijk een liefhebber van goedgemaakte kleding die een lang leven beschoren is - signaleert de 'schrikbarende overdaad' van de steeds wisselende garderobe waaraan wij anno nu gewend zijn en de hoeveelheid afval die dat oplevert. Ze heeft uitvoerig onderzocht wat er gebeurt met al die jaarlijkse tonnen textiel: alleen al in Nederland zo'n 90 miljoen kilo! Het wordt door mensenhanden gesorteerd en krijgt dan verschillende bestemmingen - hergebruik heeft de voorkeur, maar slechts een klein deel is geschikt om in Nederland te verkopen. Verreweg het grootste deel gaat naar Afrika, Azië en Zuid-Amerika, gevolgd door Oost-Europa, waar de bevolking veelal in tweedehands kleding rondloopt. Maar die markten krimpen: de opkomende economieën willen eigen confectie ontwikkelen. De toekomst is aan het hergebruik van de grondstoffen, waar al driftig mee wordt geëxperimenteerd.

Tot op de draad is fascinerend en kaart een veelheid aan onderwerpen aan: van liefdadigheid en ambachtelijkheid tot moderne techniek en (wereld)handel, van lompen tot museale stukken die op veilingen tienduizenden euro's opbrengen. Montijn vereert de kleine schaal maar kijkt wel om zich heen. Zo beschouwd is kleding geen tuttig hobbyistenonderwerp.

Esther Wils is freelance recensent voor het AD, Focus en Indisch-anders.nl.

MINDBOOKSATH : athenaeum