Recensie: U zult de grootheid niet in het totale vinden

30 januari 2017 , door Maarten Buser
| | |

Zou de kersverse Dichter des Vaderlands Ester Naomi Perquin de internetmemes kennen die bekend staan als What people think I do? Daarin wordt in een paar plaatjes getoond hoe iedereen een andere kijk op iets kan hebben, die vaak niet strookt met de werkelijkheid. Bij Dokters bijvoorbeeld staat bij 'Wat de samenleving denkt dat ik doe' een plaatje van een golvende man bij een dure sportauto, bij 'Wat mijn vrienden denken' een afbeelding van een man met een stethoscoop en bij 'Wat ik echt doe' zie je een jongen op de grond zitten, omringd door (studie?)boeken. In Perquins vierde bundel Meervoudig afwezig staat een echtscheidingsgedicht met de titel 'Het ongeloof bij de buren', dat me sterk aan deze memes doet denken. Wat dachten de buren dat de ik doet? In elk geval niet dat ze in een scheiding zou liggen, want 'dichters zijn toch vol van liefde, is het niet?' Wat de ik echt doet? Haar boeken in de auto laden.

De wankeling

In dit gedicht ontstaat een intrigerende discrepantie: tussen het beeld over iemand en de werkelijke situatie. Dat beeld is bovendien gebaseerd op iets dat bijna triviaal lijkt: want wordt hier de ik gereduceerd tot een dichter, terwijl ze ook (tegelijkertijd) pakweg onderwijzer, moeder, gelovige, atheïst, of prozaïst zou kunnen zijn? Dit is niet de enige tweedeling in het gedicht, het handelt immers over een scheiding. En zie hoe het gedicht door vele tegenstellingen steeds verder gespleten raakt:

'De slechte reputatie van de wankeling, zeg ik. Met grijpt steeds naar
wat wortel schiet en stevig staat. Maar noem verzekering
geen zekerheid, slaap niet in vertrouwde armen
als andere aanlokkelijke ontbreken.

[…]

Misschien, zeg ik, moet je verlangen naar wat blijft. Maar niet
om aldoor naar te kijken. Daar zorgt de kunst wel voor,
koppen die ingelijst en wel de tijd doorstaan.'

Zoek naar wat verdampt, verpulvert. Zoek naar de aarzeling
en ongemak. De raadselachtigheid. Ik zou nu graag
een lelijke die mij weer aan het lachen maakt
en die mij prachtig vindt. Prachtig.

Door de bundel heen duiken zulke tegenstellingen steeds weer op, bijvoorbeeld tussen leven en dood, af- en aanwezigheid, kunst en werkelijkheid. Echt opvallend is dat niet, in Perquins gehele oeuvre zijn prominente rollen weggelegd voor dualiteit en onderlinge afstand.

Tweedeling

In haar eerste twee prima bundels verhield de ik zich vaak tot een vrij ongedefinieerde jij. Het onbepaalde karakter van de ander haalde de angel enigszins uit de gedichten. In de indrukwekkende derde bundel Celinspecties (2012, heel terecht bekroond met de VSB Poëzieprijs) werd die ander veel concreter: het grootste deel van de gedichten bestaat uit (korte) monologen van fictieve gedetineerden. Sommige van hen vertellen vrij duidelijk waarvoor ze zitten, van anderen kun je slechts vermoeden wat hun misdaad was. Zo ontstaat weer een tweedeling: wat ik denk dat de gevangen gedaan heeft versus wat de gevangene echt gedaan heeft. En dat laatste kun je moeilijk 'echt' weten op basis van wat de gevangenen zelf zeggen.

Meervoudig afwezig is net als Celinspecties een veel concretere bundel van Perquin - in de zin dat ze meer beelden inzet, de ander duidelijker neergezet wordt en ze aangekledere situaties schept. De ook ditmaal prominente tweedelingsthematiek wint daardoor aan kracht. Perquin is bovendien helder van toon en het is vaak goed te volgen wat ze doet. De bundel is bijvoorbeeld opgesplitst in twee delen(!), met de titels 'De delen' en 'Het totale'. De bundel opent echter met een los gedicht waarin een professor uitlegt: 'U zult de grootheid niet in het totale vinden […] / Maar het totale in de delen!' De toon is gezet, de structuur en thematiek van de bundel kort uitgelegd.

Amsterdamned

In 'De delen' schetst Perquin afstanden die letterlijk of figuurlijk van aard zijn: scheidingen, verdwijningen, bij de therapeut zitten die 'ervoor geleerd heeft'. In 'Het totale' verdwijnt de tweedeling of afstand niet maar wordt juist vaak geaccepteerd als deel van het geheel, als een soort yin en yang. 'Amsterdamned' is daar een fraai voorbeeld van. In dat gedicht heeft de vader van de ik een figurantenrolletje in de gelijknamige film. Hij overleed vroeg, getuige 'Hij haalde […] mijn zevende verjaardag en / bijgevolg ook de première niet.' Twintig jaar later wordt de film opnieuw bekeken en speciaal op dat kleine rolletje gelet: inderdaad, een manier om de vader even terug te halen.

Perquin expliciteert die subtekst niet, maar reikt net genoeg aan om de lezer het gevoel te geven dat-ie het allemaal zelf heeft bedacht - en dat voelt goed. Meervoudig afwezig is daarom ook een goed beginpunt voor wie denkt dat poëzie eigenlijk te moeilijk voor hem of haar is. Met de beelden zijn ook de procedés in Perquins poëzie concreter en helderder geworden. Het is duidelijk wat de dichter doet, welke contrasten ze schetst, welk interne element op het andere reageert.

Hotelkamer

Die helderheid wil niet zeggen dat je overal gewoon doorheen kijkt; Meervoudig afwezig blijft vaak prettig mysterieus, ook bij nadere inspectie. Perquin heeft bijvoorbeeld meerdere gedichten geschreven die surreële of zelfs Kafkaëske trekken hebben. Al in het tweede gedicht ontdekt de ik dat het kamermeisje niet alleen haar hotelkamer weer netjes heeft gemaakt maar ook stiekem in heeft gegrepen in het leven van de ik: 'mijn jurken waren eleganter, mijn laarzen oogden slanker, het gedicht / waar ik die nacht aan was begonnen lag afgemaakt / op de glazen tafel naast het bed.'

In een andere intrigerende hotelscène heeft een bejaarde Brit de horoscopen in een buitenlandse krant gelezen en is daarna spoorloos verdwenen. Deze gedichten blijven lang naspoken, en dragen er flink aan bij dat Meervoudig afwezig een sterke bundel is - een die niet veel onderdoet voor Celinspecties.

Maarten Buser studeerde Nederlandse taal en cultuur, en letterkunde. Hij schrijft voor verschillende media over poëzie, kunst en popmuziek. Gedichten en essays van hem werden gepubliceerd in onder meer Awater, Het Liegend Konijn en de Revisor. In 2016 verscheen zijn eerste dichtbundel Club Brancuzzi bij uitgeverij Koppernik.

Gerelateerde boeken

MINDBOOKSATH : athenaeum