Recensie: De openbare en geheime levens van Chris van Abkoude alias Charles Winters

04 januari 2018 , door Axel van der Ende
| |

Het is de scène in de automatiek waar ik minstens een keer per week aan moet denken bij het passeren van zo’n snackmuur. De Rotterdamse kwajongen Pietje Bell, de grote jeugdboekenheld uit het werk van schrijver Chris van Abkoude, is met Jozef Geelman, de saaie zoon van de stoffige drogist, bij een automatiek. Met een handigheidje wipt Pietje het valse gebit van de jongen in een openstaand vakje en klapt het deurtje dicht. De gierige Jozef moet zelf een kwartje opdiepen om zijn tanden uit het glimmende luikje te kunnen halen.

N.B. Deze recensie verscheen eerder op Biografieportaal.nl

In 1914 verschijnt het eerste deel van de Pietje Bell-reeks, in 1922 komt Kruimeltje uit, het relaas over ‘het schooiertje dat niemand hebben wou’. Beide knapen zijn opgenomen in de Nederlandse cultuur en worden vele decennia later bewerkt tot films en musicals. Veel ander werk van Van Abkoude belandde in de vergetelheid en over de auteur zelf was maar weinig bekend. Jan Maliepaard en Jan Oudenaarden brengen daar verandering in met een bijna 400 pagina’s tellende biografie over het leven van de Rotterdamse schrijver en performer: Dát is Pietje Bell. Het geheime leven van Chris van Abkoude.

Chris van Abkoude groeit op in Rotterdam als zoon van een kapper. Hij begint een carrière als onderwijzer en trekt ten strijde tegen de armoede die hij in de stad waarneemt. Hij ontwikkelt zich als auteur van jeugdboeken en later ook als kinderentertainer. Poppenkast, buikspreken en liedjesprogramma’s met een kinderkoor staan er op zijn repertoire.

Een en al ploertigheid

Jan Maliepaard deed 20 jaar onderzoek naar leven en werk van Chris van Abkoude. Dat is terug te zien in een stortvloed aan citaten en een secure bronvermelding. Hij duikelt het onder pseudoniem gepubliceerde Schoolmannen van Van Abkoude op, waarin de wereld van het onderwijs centraal staat. De veelheid aan citaten en cursieve passages houdt de vaart van de hoofdstukken een beetje op, maar daar staat een selectie van sublieme correspondentie tegenover.

De brief van Tachtigers-voorman Willem Kloos, die reageert op de eerste literaire poging van Van Abkoude – ‘gij denkt er te weinig aan of gij werkelijk iets uitdrukt, wat in Uw geest heeft geleefd’ – en de kritiek van andere auteurs die hem recenseren. A.M. de Jong (van Merijntje Gijzen) schrijft: ‘Chris van Abcoude is een van die kinderschrijvers […] dewelke na hun eerste boek een ernstige waarschuwing en na hun tweede onverbiddelijk de strop zouden krijgen’. Theo Thijssen (Kees de Jongen) stelt dat het werk van Van Abkoude ‘een en al ploertigheid’ bevat en de schrijver van De AFC’ers en De Katjangs, J.B. Schuil, ontpopt zich als huiscriticus van Van Abkoude: ‘Het is mij een raadsel, waarom een jongensboek nu juist volgepropt moet worden met den grootst mogelijken en onwaarschijnlijksten onzin.’

Jolige liedjes voor de jeugd

Jolige liedjes voor de jeugd, een collectie van 25 kinderversjes, zorgt in 1913 voor een ongekende controverse. Van Abkoude heeft tijdens zijn optredens veel succes met deze nummers over brutaliteit, pesterij en luiheid, maar de uitgave van de teksten wordt bijna unaniem verwerpelijk geacht. ‘Zoo iets lelijks en slechts wordt ruime kans gelaten om de huiskamer binnen te dringen en (de jeugd) te vergiftigen’, aldus het Algemeen Handelsblad. Als in 1914 het eerste Pietje Bell-boek verschijnt, blijkt ook hier een moralistische boodschap te ontbreken. De kritiek op de streken van Pietje Bell en de vermeende slechte invloed op de kinderziel steekt bij ieder nieuw boek en iedere heruitgave weer de kop op.

Charles Winters

In 1916, op het hoogtepunt van de ‘Grote Oorlog’, ontvlucht Van Abkoude Europa. De emigratieplannen leven dan al enkele jaren, de schrijver wil in het land van de onbegrensde mogelijkheden een frisse start maken. Het hoe en waarom van de timing én het gekozen gezelschap laat zich niet uitvinden in de opgedoken documenten. Zijn vrouw en kinderen blijven voorlopig in Rotterdam. Van Abkoude neemt de wijk met de tien jaar jongere zangeres Betty Poulus, met wie hij meermaals optreden voor militairen heeft gegeven. Betty schrijft in 1917 een brief aan haar broer Joop, die integraal staat afgedrukt en de lezer even onherroepelijk als verrukkelijk tot voyeur maakt.

‘Oh Joop als ik je alles eens schrijven kon wat ik al zoo ondervonden heb en gezien. (…) Wat jammer dat Abkoude z’n vrouw nog niet kan komen he? Zeg Joop, ik ben zo dik geworden. Ik eet ook kolossaal.’

Betty wordt niet dik van het eten maar is op dat moment al zo’n veertien weken zwanger, hetgeen zij nog niet lijkt te beseffen. Van Abkoude krijgt in korte tijd twee kinderen met Poulus, die later zonder enige ruchtbaarheid bij zijn eerste gezin gevoegd zullen worden. Het Amerikaanse avontuur van Van Abkoude met Betty Poulus vinden we terug in de grote hit Kruimeltje. Van Abkoude schrijft zichzelf in het boek, in de persoon van Charles Winters, de naam die hij in Amerika hanteert voor zijn optredens. Poulus krijgt gestalte in de rijke pianiste Vera Di Borboni, die Kruimeltje aanrijdt als zij voor een optreden in Rotterdam is. Via het medaillon dat hij om zijn hals draagt, ondekt de zangeres dat Kruimeltje haar zoon is.

Zelfplagiaat

Het onderzoek van Maliepaard en Van Oudenaarden legt slordigheden en opvallend veel zelfplagiaat bloot in Van Abkoudes werk. Als jonge lezer heb ik de Pietje Bell-pockets vele malen doorgenomen, maar pas in deze biografie zie ik dat Van Abkoude, na een aanvankelijk chronologisch doorlopend verhaal, in deel vier zijn held gewoon weer terugplaatst in diens jeugd. Van Abkoude is uitermate gesloten over zijn privéleven, maar in de biografie worden vele parallellen getrokken tussen de boekbelevenissen en het echte leven van de schrijver. In 1939 schrijft hij als Pietje Bell zelfs een opstel voor het 75-jarig bestaan van uitgeverij Kluitman.

‘meester Ster hept gesegt dat ik een opstel moed maake over de uitgeefers in alkmaar die hiete kluitman nou en of daar sal je wat van beleefe […] wel ge fielse teert met je feest en noch feel jaare mach bestaan […] u lief jongetje pietje bell out 8 jaar heere straat in de sgoene winkel rotterdam dit hept ik self gemaak’

Maliepaard vindt in Amerika een 81-jarige zoon van Van Abkoude, die voor welkome aanvullingen op zijn onderzoek zorgt, maar hij weet niet alle keuzes of beweegredenen van Chris van Abkoude te verklaren. Een chique extra bij de biografie is de cd met een aantal van de omstreden Jolige liedjes voor de jeugd van Van Abkoude. Ditmaal opnieuw opgenomen door Rotterdamse artiesten als Joris Lutz, Frédérique Spigt, Esther Hart en anderen. De opbrengst van de plaat komt ten goede aan het Nationaal Fonds Kinderhulp waarmee de ‘sociaal bewogenheid’ van Chris van Abkoude 57 jaar na diens dood recht wordt gedaan.

Axel van der Ende (Rotterdam, 1967) studeerde Nederlands Tekstschrijven en Algemene Literatuurwetenschap en was eindredacteur van jongerenblad Pauze en selectiecommissielid van Cameretten. Hij was werkzaam als (lied-)tekstschrijver en dichter en is sinds 1995 verbonden aan KRO en KRO-NCRV als programmamaker radio voor onder andere Theater van het Sentiment en Volgspot. Ook is hij auteur van Zijn we d’r al? (2012), het jubileumboek ter gelegenheid van 60 jaar Efteling.

MINDBOOKSATH : athenaeum