Recensie: Een vernuftig literair spel

26 juli 2018 , door Emilia Menkveld
| | |

Een plotselinge aardverschuiving, iets wat je overkomt en waartegen je niets kunt beginnen, een vuistslag die je midscheeps raakt - daarop duidt Widerfahrnis, de prachtige titel van de novelle waarvoor Bodo Kirchhoff vorig jaar de Deutscher Buchpreis ontving. Het was ook zijn eerste boek in ruim twintig jaar dat - met dank aan uitgeverij Lebowski - weer in het Nederlands verscheen. In interviews vertelde de schrijver dat de term al jaren door zijn hoofd speelde, zonder dat hij er een verhaal bij had. En hoe kan zo'n wedervaring, zoals de Nederlandse vertaling luidt, beter vorm krijgen dan in een overrompelend liefdesverhaal?

N.B. Dit is Emilia Menkvelds laudatio voor Bodo Kirchhoffs Wedervaring bij de bekendmaking van de shortlist van de Europese Literatuurprijs 2018. Eerder publiceerden we een bespreking van Wedervaring door Jerker Spits en een toelichting bij de vertaling door Josephine Rijnaarts.

Tot de actualiteit het verhaal binnendringt

De gepensioneerde uitgever Joachim Reither krijgt 's avonds laat bezoek van zijn buurvrouw Leonie Palm, die ooit een hoedenwinkel had maar nu alleen nog een leesclub leidt met vrouwen die zelf ook schrijven. Ze wil horen wat hij vindt van een boek dat hij uit de bibliotheek van hun appartementencomplex heeft geleend. En ach, nu ze er toch is, kan ze net zo goed even binnenkomen voor een glas wijn en een sigaret, en welja, waarom gaan ze niet even een tochtje maken in haar auto? Er is toch niets wat ze tegenhoudt, niemand die op hen wacht.

Het ritje mondt uit in een roadtrip over de Alpen, de hele Italiaanse laars door, om te eindigen op Sicilië. Onderweg spreken de twee over hun levens, over gemiste kansen en verloren geliefden. Van bezoekster wordt Palm (ze noemen elkaar het liefst bij de achternaam) metgezellin, reisgenote en uiteindelijk geliefde. Totdat de actualiteit het verhaal binnendringt, in de gedaante van een klein vluchtelingenmeisje, en de romance net zo snel uit elkaar klapt als ze begon. Toch blijft de boodschap hoopvol: Reither en Palm laten zien dat er altijd een wedervaring kan komen - hoe oud je ook bent, hoe uitzichtloos alles ook lijkt. De treurige afloop doet niets af aan de waarde daarvan.

Prachtig en trefzeker

Vanaf de allereerste zin is duidelijk dat Kirchhoff een vernuftig literair spel speelt. Reither vraagt zich af hoe hij deze geschiedenis, 'die zijn hart nog altijd breekt', kan laten beginnen (met Palms voetstappen op de gang). Zijn hele werkende leven heeft hij manuscripten van anderen gecorrigeerd en bijgeschaafd. Hij bracht alleen boeken uit die hij met zijn rode potlood 'zo ingekort, zo verdund [had] dat er niets meer in zat wat zacht of zoet was of kon rotten, alleen nog zinnen die gebeiteld leken, zonder de kleverigheden en de weerhaken van de liefde en al het onzegbare wat ze behelsde'. Maar nu betrapt Reither zich erop dat hij telkens zijn toevlucht neemt tot woorden, zinswendingen en zelfs clichés die hij bij anderen direct zou schrappen. Termen als 'fijn', 'vreemd', 'hoteldebotel'. Of: 'Ze keek hem onderzoekend aan - een woord waarvoor hij vaak had gewaarschuwd, het hoorde in het museum thuis, het was te zwaar.'

Kirchhoffs zinnen zijn prachtig, zijn beschrijvingen trefzeker. De vertelling is slim gecomponeerd en volkomen in balans; nergens lijkt een woord te veel te staan. Reithers kritische zelfreflectie is subtiel in de tekst verweven, en brengt de nodige ironie in het verhaal. Bijvoorbeeld als Reither - in dialoog met Palm - opmerkt dat hij een hekel heeft aan lange dialogen; dat vindt hij maar iets voor luie vertellers.

In die zelfreflectie, dat voortdurende afwegen van taal en vertelvorm, lag ook de grootste uitdaging voor vertaler Josephine Rijnaarts. In een mooie bijdrage op de website van Athenaeum Boekhandel beschrijft zij hoe ze zinnen steeds weer moest herschrijven, woorden telkens heeft vervangen, veel heeft 'gewroet en gepulkt'. En met resultaat: Kirchhoffs taalspel blijft ook in het Nederlands volledig overeind. En die prachtige zinnen en rake beschrijvingen zijn natuurlijk net zo goed de verdienste van Rijnaarts.

Emilia Menkveld is literair vertaler, eindredacteur en boekrecensent bij de Volkskrant. Zij studeerde klassieke talen en Italiaans aan de UvA en rondde in 2016 de master Literair Vertalen in Utrecht af. Tijdens haar studie ontving ze een talentbeurs van het Nederlands Letterenfonds en de Nella Voss-Del Marprijs voor jong vertaaltalent. Sindsdien vertaalde zij werk van onder anderen Elio Vittorini, Beppe Fenoglio en Iginio Ugo Tarchetti. Dit voorjaar verscheen haar vertaling van De geniale taal. Waarom we allemaal van het Grieks moeten houden door Andrea Marcolongo.

Delen op

Gerelateerde boeken

MINDBOOKSATH : athenaeum