Recensie: Mythologische Girlpower

01 mei 2018 , door Maartje Kroonen
| |

De Amerikaanse schrijfster Madeline Miller (1978) won de Orange Prize for Fiction voor haar debuut The Song of Achilles. Dat vond ik prachtig, ze herschrijft daarin de relatie van Achilles en Patroklos, ze maakt mensen van deze voetnoten in de wereldliteratuur. Ze toont bovendien hoe seksuele kracht werkt aan de hand van deze twee Griekse helden. Iets soortgelijks doet ze in Circe. De dochter van zonnegod Helios, heks en personage in de Odyssee krijgt een psychologie, een grotere geschiedenis. Circe ontstijgt in deze roman haar platte homerische imago.

Miller volgt de godin vanaf haar jeugd, via haar verbanning naar het eiland Aeaea, de eerste confrontaties met mannen - waaronder Odysseus - tot het opgroeien van hun zoon. Circe wordt verbannen als blijkt dat ze magische krachten heeft, en wordt al snel geconfronteerd met langsvarende mannen die een vrouw alleen met voedsel en wijn wel zien zitten. De eerste keer is ze te laat met haar toverspreuken, maar de woede die dan ontstaat is geweldig. Het is geen wraak, maar een natuurlijke logica: ze moet zich verdedigen, en ze heeft nu eenmaal die kracht. Soms is er wel een goede man, die neemt ze voor een periode in bed, maar de meeste verandert ze in varkens.

Circe gaat in de kern om hoe een vrouw alleen, door iedereen verguisd en door de tijd getekend, zich redt. Ze weet een positie te krijgen die je als lezer goed kunt begrijpen. Even dacht ik: dit is té sentimenteel, maar de Naomi Aldermanachtige kracht van Millers schrijven blaast die bezwaren weg. Door Millers oog voor psychologie wordt Circe menselijk en begrijp je haar. Een guilty pleasure dat veel meer blijkt te zijn.

Maartje Kroonen is rubrieksbeheerder Bellettrie bij Athenaeum Boekhandel.​

 

>

Delen op

Gerelateerde boeken

MINDBOOKSATH : athenaeum