Recensie: De klimaatverandering gaat niet op vakantie

25 juli 2019 , door Fleur Speet
| | |

We zijn dan met z'n allen lekker in vakantiestemming maar, sorry voor deze sfeerverziekende opmerking, de klimaatverandering gaat niet op vakantie. Sterker nog, die krijgt in deze vliegmaanden juist een zetje in de rug. Wat zijn wij mensen toch rare wezens, dat we het toekomstig leven voor ieder van ons om zeep helpen, zo concludeert Greta Thunberg bij monde van haar moeder Malena Ernman, in het boek Ons huis staat in brand.

Greta gaat deze zomer onverminderd door met actievoeren. Sinds augustus 2018 staakt ze iedere vrijdag van school, voor de Riksdag van Stockholm, tot Zweden de klimaatdoelen van Parijs zal opvolgen. Ze schreef: 'I am doing this because you adults are shitting on my future.' Ze sprak unverfroren het World Economic Forum, de VN klimaattop en de Assemblée Nationale in Frankrijk toe ('Ik wil dat jullie in paniek raken') en ontving deze maand de Franse Prix Liberté. Haar foto staat nu in kranten als de Liberation en de Guardian. Ze is een beroemdheid waarmee zelfs de OPEC zegt rekening te moeten houden.

Heeft ze gelijk, vraagt menigeen zich puffend in de zomerhitte of bibberend in de donderstorm af. De meesten onder ons vinden het onzin, doe niet zo overdreven. De techniek lost het wel op. Kernenergie, dat is het. Ach, het loopt zo'n vaart niet, de aardbol heeft vaker dit soort perioden gekend. Sommigen zeggen zelfs: ik vind het wel lekker, wat warmer in eigen land.

De wetenschap waarschuwt

In beginsel is het gevoel dat al snel opkomt bij het lezen van Ons huis staat in brand inderdaad: komkom, tuttut. Tot ze met meer en meer feiten komt. Kale en nare waarschuwingen van wetenschappers, verhalen die ieder van ons wakker zouden moeten schudden. Zelfs Zweden staat in brand, er is onmetelijk veel aan het veranderen in een ongelofelijk rap tempo. Wetenschappers tonen keer op keer aan dat de klimaatverandering zoveel sneller zal gaan dan we hebben aangenomen en dat allerlei accelereerde factoren niet zijn meegenomen in eerdere berekeningen. De meerderheid van de wetenschappers is het erover eens dat de mens bezig is de wereld onleefbaar te maken.

De aanpak

Ernman brengt dat nuchter constaterend. Ze schrijft honderdacht korte scènes, als een film die zich ontrolt. Ze husselt met perspectief, beschrijft heel direct voorvallen met haar kinderen en gebruikt metaforen (wie wil in de nacht uit de slaapzak kruipen als de tent lekt?), en toch is het boek niet literair. Daarvoor is de woordkeuze te grof: 'Het kostte ons gezin maar drie dagen om als een kaartenhuis in elkaar te donderen.' Evengoed leest het prima weg.

Ernman begint haar boek op een voor ons wellicht vreemde manier. In Zweden is zij een beroemde operazangeres. Ze vloog de hele wereld over voor haar optredens. Met een dochter die weigert te vliegen, heeft zo iemand iets uit te leggen. Dat uitleggen doet ze dus ook. Ze begint over zichzelf, over haar leven, dat helemaal niet in het teken van het milieu stond. Tot ze twee dochters kreeg die veel aandacht vroegen, de een met een eetstoornis en autisme (Greta), de ander met driftbuien en misofonie (Beata). Dat eerste stuk over Ernman zelf is voor de Nederlandse lezer, die waarschijnlijk uit is op het verhaal van Greta, niet bijster boeiend. Het is zelfs een beetje gek, alsof je in het verkeerde boek bent beland. Maar het duurt niet lang. Al gauw gaat het over de crisis die het gezin treft als de meisjes ziek blijken. Wat er gebeurt als een kind moeite krijgt met eten, zich terugtrekt, ongelukkig is en aan Asperger leidt. En opbloeit doordat ze een doel heeft gevonden.

Gaandeweg blijkt dat alle gezinsleden een stem in het verhaal hadden. Ze vragen of dit ene wel wordt verteld, ze dicteren stukken, keuren ze goed of nuanceren ze. Daarom is dit boek het verhaal van een gezin en staan alle namen op de kaft.

Volstaat het idee van eeuwige groei nog wel?

Onwillekeurig moet ik denken aan de essaybundel The Game van Alessandro Baricco [recensie]. Ik zie veel overeenkomsten met wat Ernman aanstipt over onze cultuur. Bijvoorbeeld het verontrustende feit dat artificiële intelligentie in 2029 al zal bestaan. Of dat ze opmerkt: 'We ervaren meer, we voelen meer, we vinden meer.' Maar ook dat de leugens over Greta op Facebook veel sneller verspreiden dan de waarheden.

Wat Ernman vooral verontrust, is dat kinderen gevangen zitten in een hyperende wereld waarin alles sneller moet. Onlangs stond in de krant dat de arbeidsproductiviteit van de Nederlander achteruit is gegaan. Mensen moeten productiever zijn, meer impulsen kunnen verwerken, sneller reageren (er zijn machines in ontwikkeling die worden gekoppeld aan ons brein zodat we sneller kunnen schrijven dan nu). Waar is het einde van deze opwaartse lijn, van dit altijd maar meer, beter, sneller, groter? Volstaat het kapitalistische systeem van eeuwige groei nog wel? Het is de vraag die Ernman stelt, en die Baricco stelt. En die overigens ook iemand als Tommy Wieringa stelt, die het boek van Thunberg besprak in een column. Kan het niet een stapje minder? En vooral: een stukje bedachtzamer? En: waarom zijn we opgehouden met elkaar te praten over hoe het écht met ons gaat?

Als we niet oppassen gaan we immers aan onszelf ten onder, omdat we niet nadenken over het doel, maar ons in plaats daarvan gedragen als een kind dat vrijelijk mag shoppen in de Intertoys, wild om ons heen graaiend. We hebben er zelfs recht op, op het meer en beter, zo lijkt de teneur in de (sociale) media. 'Omdat je het waard bent.' O ja? Waarom dan eigenlijk? En waarom ben je het waard over de rug van anderen, van dieren, over die van de aarde en het voortbestaan daarvan? 'Een samenleving die buitenkant verkiest boven inhoud kan nooit een duurzame samenleving worden,' stelt Ernman in mijn volledig door ezelsoren verminkte boek.

Het doel

Bij mij valt Ernmans gedachtegang in goede aarde, dat mag duidelijk zijn. Ja, we kunnen beter minderen, ja, we kunnen beter kleinschaliger, loyaler en gezamenlijk en ja, we zijn slim genoeg om op een andere manier dan de kapitalistische een economie draaiende te houden (en natuurlijk: niet vliegen, geen vleesconsumptie en geen nieuwe kleren maken een groot verschil). Ernman is niet belerend, ze geeft geen gewetensussende adviesjes om afval te scheiden, korter te douchen of opnieuw een plastic zakje te gebruiken (wel tipt Greta de meest effectieve manier om de bevolkingsgroei te remmen: doneer aan onderwijs voor meisjes in de derde wereld). Nee, dat zijn geen oplossingen, dat is de marketing van een schoon geweten. De lat ligt vele malen hoger, want de mensen worden dom gehouden en in slaap gesust, omdat niemand de crisis onder ogen durft te zien, dus niemand de noodzaak snapt om te veranderen.

'Niet iedereen heeft het veroorzaakt,' stelt Greta, 'Het zijn er maar een paar en om de planeet te redden moeten we de strijd met ze aangaan en met hun bedrijven en hun geld, en ze verantwoordelijk stellen.' De spotlights staan op de grote bedrijven, de politici, de media (die - let op! - maar 0,7 % van zijn items besteedt aan klimaatverandering). Die hebben tot dusver nog niets concreets gedaan om de Parijse klimaatdoelen te bewerkstelligen, ze draaien de massa enkel een rad voor ogen met onwaarheden en loze beloftes.

Klimaatsceptici nemen dit boek natuurlijk niet ter hand, dus het is preken voor eigen parochie. Toch weet Ernman, net als haar dochter, die parochie tot net dat beetje meer actiebereidheid aan te zetten. Ze eindigt energiek: 'Treed op. Zorg voor kringen op het water.'

Fleur Speet is literair recensent.

Delen op

Gerelateerde boeken

MINDBOOKSATH : athenaeum