Recensie: Florence en de machines

27 mei 2019 , door Fleur Speet
| | |

Wat is de definitie van een goed boek? Volgens Wilma de Rek, chef Boeken van de Volkskrant, is dat een boek waarin je wilt wonen. Volgens mij is het iets anders. Een goed boek maakt je groter, zodat je niet meer past in zoiets omgrenst als een woning. Het maakt je tot Alice die een slokje uit een flesje neemt en zo uitdijt dat ze een kamer tot het plafond toe vult en haar arm wel uit het raam moet steken omdat er geen ruimte meer is. Het maakt je tot iemand die vragen begint te stellen aan een blauwe rups op een paddenstoel. Dat wat gewoon was, is opeens anders. Een goed boek maakt dat je jezelf net als Alice ontstijgt terwijl je tegelijkertijd krimpt. En precies dat gebeurt bij lezing van Ali Smith's Spring (Lente, nu vertaald door Karina van Santen en Martine Vosmaer).

N.B. Eerder verschenen er bij ons fragmenten uit Lente, en uit Herfst en Winter, de twee eerdere boeken in de seizoenencyclus. Miriam Rasch besprak Herfst en Winter voor ons; lees ook onze boekverkopersbespreking.

De machine

Spring is het derde deel in de seizoenen die Smith af gaat, eerder verschenen Autumn en Winter. In alle drie de romans neemt Smith de tijd de maat, alleen steeds pregnanter. In Spring speelt een Alice-achtig meisje de hoofdrol. Zij, Florence, een twaalfjarige, is de eigenlijke schrijver van de roman. In de roman heet het boek wat wij lezen spiegelachtig het Luchtbellenschrift, alsof het allemaal niet zo serieus hoeft te worden genomen, alsof het rook is uit de pijp van de blauwe rups. Het zijn verhalen, sommige van maar een paar pagina's lang, hoofdzakelijk over twee personages:, de filmregisseur Richard Lease en de bewakingsbeambte van een detentiecentrum, Brittany Hall.

Florence speelt zelf ook een rol in haar boek en vormt de schakel tussen de twee personen. In Engeland is het klaarblijkelijk gewoon om bij de naam Florence meteen aan de muziekband Florence and The Machine te denken. Er wordt een grapje over gemaakt door Brittany als het meisje haar naam noemt: 'Nou, als jij Florence bent, ben ik dan de machine?' Daarmee verwijst Smith niet alleen naar die band van wie een lied gebruikt is voor de commercial van de iPad2 en dus naar de adaptatie van kunst door commercie, maar geeft ze Brittany meteen ook zelfkennis mee. Als een Eichmann schoffeert Brittany uitgeprocedeerde asielzoekers en andere op transport te stellen mensen. Ze krijgt er immers een salaris voor. Ze draait mee in de machine zonder zelf nog na te denken. 'Voor wreedheid tegen dieren krijg je straf, voor wreedheid tegen mensen krijg je promotie,' stelde een schrijver in de jaren dertig al.

De woede

Verweven tussen de twee grote verhaallijnen van Richard en Brittany zitten stukjes woedende, recht uit de onderbuik komende Twitterberichten of kafkaëske verhalen over een instantie die het beste met de mensen voor heeft, als zij maar alles delen; foto's, verjaardagen, waar je bent, met wie je bent en wat je het liefste eet. Maar ook zit er een mythe tussen over een meisje dat zich dood moet dansen om de lente in te luiden en dat weigert. Gewoon. Weigert. En dat is nou juist waartoe Smith wil aansporen.

Smith prikt met haar pen in de etterende wond van onze samenleving: het internet en wat dat ons als mensen heeft gebracht. Net als Brittany draaien wij mee in die weerzinwekkende machine. 'Wat is er gebeurd met alle goede mensen?' vraagt een van de personages. 'Die adoreren God,' antwoordt een ander, 'de God die we internet noemen'. De goede mensen zijn ergens in hun adoratie voor die God de weg en hun zicht op de werkelijkheid verloren. Wat Shakespeare in zijn stuk Pericles 'de machine van de tijd' noemde, is nu onze overgave geworden aan ontmenselijking. We vermorzelen elkaar, wil Smith maar zeggen.

De kansen

Het verhaal van Richard Lease leidt ons de goede kant op. Hij zal een film regisseren over de schrijvers Katherine Mansfield en Rainer Maria Rilke, die in 1922 tegelijk in een Zwitsers hotel logeerden zonder elkaar te hebben ontmoet. Om zich voor te bereiden gaat hij te rade bij zijn beste vriendin en scriptschrijver, Paddy, die met kanker haar laatste weken op bed doorbrengt. Zij maant hem de boeken van Mansfield te lézen (alsof je überhaupt een film over schrijvers kunt maken zonder hun werk te kennen).

Als zij overlijdt, besluit Richard het door de snelle producer aangeleverde script (waarin Mansfield en Rilke zoenend in een kabelbaan hangen terwijl de echtgenoot van Mansfield in een andere cabine geteisterd door woede toekijkt) volledig te herschrijven tot een verhaal dat gaat over gemiste kansen. Over de diepe drijfveren van mensen, over de werkelijke aard van kunst; het vangen van zuivere lucht (luchtbellen). Uiteraard wordt zijn voorstel afgeschoten. Sterker, de producer gaat er niet eens op in. Hij walst er overheen met zijn eigen plan. Ondertussen knipoogt Smith naar Mansfield, door de verhalen scherpe Tsjechov-achtige psychologische karakteriseringen mee te geven vol poëzie en spitsvondigheid.

De spiegel

Ali Smith zit als een spin in het web van al die verhaallijnen: ze brengt alle draden ongelofelijk ingenieus samen en vangt je daarmee, om je vervolgens een spiegel voor te houden: waar hang jij in deze moderne maatschappij vol ontmenselijking? 'De machine werkt alleen omdat aan de ene kant mensen haar laten werken en aan de andere kant mensen haar toelaten te werken,' zegt Florence. Smith oordeelt niet, ze confronteert je met de rauwe realiteit en dat doet zeer. Misschien komen we daarmee wel bij de beste definitie van een goed boek. Een goed boek doet een beetje pijn.

Fleur Speet is literair recensent.

Delen op

Gerelateerde boeken

MINDBOOKSATH : athenaeum